Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
ZITTING HOUDENDE IN JUSTITIEEL COMPLEX SCHIPHOL TE BADHOEVEDORP
1.Het onderzoek ter terechtzitting
telkens pro forma) en ter terechtzitting van 21, 24, 28 juni 2019 en 9 juli 2019 (
inhoudelijk).
2.De tenlastelegging
3.Geldigheid van de dagvaarding
4.Bewijsoverwegingen
de rechtbank: i.e. de duivelsaanbidders) werd verleid het pad van de duivel op te gaan, werd hij voor zijn gevoel voor de keuze geplaatst om voor de duivel dan wel voor Allah te kiezen, aldus de psycholoog. Hij besloot, ingegeven door zijn paranoïde angst, te kiezen voor het pad van Allah en het Islamitische geloof.
“Duivelaanbidders” brachten eind vorig jaar geesten bij mij in, waar ik angstig van word. Ze zijn langzaam begonnen en steeds maar verder gegaan. De laatste twee maanden liepen ze me achterna op straat. Ze maakten me bang en ik was altijd angstig en zo. Lichten kwamen op het huis en overal waar ik was. En angstwekkende stemmen en geluiden. Als ik de deur uitging, gingen ze bij mijn huis binnen. Ze hebben me ook een keer meegenomen naar een gebedshuis waar ze bidden. Ze zetten je onder druk. Omdat zij me eigenlijk van mijn geloof naar hun geloof willen overbrengen. En daardoor werd ik echt kwaad. Ik heb gedaan waar ik nu hiervoor lig.
Ik ben naar de gebedsplaats van die duivelaanbidders geweest. Ik heb zesmaal geklopt aan die deur, maar niemand deed die deur open. Dat was de tweede dag nadat ik die messen had gekocht. Als ik kon was ik naar binnen gegaan om daar iemand te doden. Ik wilde dat iemand die deur opendeed, dat ik naar binnen kon gaan. Dan zou ik diegenen die binnen zijn doden.…”
Ik ben gegaan naar de tempel van die mensen, maar niemand heeft de deur voor mij opengemaakt. Op die dag heb ik het mes gekocht.”
U vraagt mij of ik het mes afgelopen zaterdag heb gekocht. Nee, ik denk dat ik het mes op woensdag of donderdag heb gekocht. U vraagt mij of ik wat ik zaterdag heb gedaan heb voorbereid. Ik heb al eerder verklaard dat ik een paar dagen daarvoor naar de tempel ben gegaan. De tempel is tegenover het [Plaats] in Den Haag. Het is geen kerk.(Opmerking rechter-commissaris: de raadsvrouw vraagt of hij letterlijk ‘tempel’ zegt, of ‘gebedsruimte’. De tolk geeft aan dat hij letterlijk ‘tempel’ zegt.)
Ik had gehoopt dat iemand de deur open zou doen, maar dat deden ze niet. Ik moest van de psychische druk af. Ik heb zes maanden onder druk gezeten. Zij hebben ervoor gezorgd dat ik bij Parnassia terecht kwam. Toen ik bij Parnassia werd ontslagen was mijn huis leeg. Zij hebben mij bij Parnassia behandeld zoals de satanisten mij behandelden.”
U vraagt mij of ik bij de aankoop van het mes al van plan was om daar iemand mee te gaan steken. Ja, bij het kopen van het mes was dat het plan.”
U benoemt de andere messen en een messenslijper op het aanrecht in mijn woning. U vraagt of ik thuis heb uitgezocht welk mes het beste was en of ik de messen heb geslepen. Nee, ik wilde een nieuwe kopen, want die anderen waren niet geschikt.”
Ik ben naar het pleintje gegaan waar dat probleem is voorgevallen. Ik voelde benauwdheid in me. Dat zat al een paar dagen in me. De reden waarom ik daar naartoe ben gegaan, ik verwond daar mensen en de politie schiet me dood. Dan is mijn doel bereikt.”
Het idee “Ik ga mensen iets aandoen, dan word ik neergeschoten of doodgeschoten door de politie” is heel kort voordat het gebeurd is ontstaan. Ik schat het misschien op twee weken of zo. Het kan ook drie weken daarvoor zijn geweest. De druk werd steeds erger. Ik had geen huis meer, Parnassia doet gewoon dingen die ik niet graag wil. Al die dingen bij elkaar. Plotseling kwam het idee in mijn hoofd om dit te doen.”
Ik wilde gewoon dood. Zoals ik het gedaan heb. Ik zou een aanslag plegen op mensen. Dan komt de politie en die schiet me neer.”
Het doel was om zelf doodgeschoten te worden en dan zouden de problemen eigenlijk weg zijn.”
Ik ben vanuit de moskee naar Hollands Spoor gegaan, en toen ben ik richting Rijswijk gegaan. Ik ben een aantal treden omhooggegaan bij een trap en toen ben ik bij het pleintje aangekomen. Ik ging daar naartoe voor het doel wat ik bedoelde. Ik zou het echt niet weten waarom ik naar dat pleintje ging en niet naar een andere straat of ander plein. Ik had het mes al bij mij. Ik had dat voor hetzelfde doel gekocht. Ik ben twee dagen achter elkaar bij het gebedshuis geklopt, maar ze deden de deur niet open. Ik was van plan om daar dat doel van mij te bereiken.
motiefof
einddoel. Het gaat erom
welk effectde verdachte met een gedraging wilde bereiken en dus niet om de vraag
waaromde daad wordt gepleegd. Kort gezegd gaat het er dus om wat de verdachte met zijn daad wilde bereiken. Het ideologische motief kan uiteraard wel een zekere rol spelen in het bewijzen van het terroristisch oogmerk. Immers, als iemand een ideologie aanhangt waarin geweld niet wordt geschuwd, zal het in de regel makkelijker zijn het terroristisch oogmerk vast te stellen.
Het plaatsen van een dergelijke openbare tweet leidt in het huidige tijdsgewricht in de regel tot collectieve stress onder de bevolking omdat (bom)aanslagen van, of in naam van, IS in West-Europa bepaald niet denkbeeldig zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is de bedreiging daarmee van zodanige aard en onder zodanige omstandigheden gedaan dat in elk geval bij een deel van de bevolking van Den Haag de redelijke vrees kon ontstaan dat er daadwerkelijk een ontploffing zou volgen en blijkens de tweet en de verklaring van de verdachte was zijn oogmerk ook daarop gericht. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte door in deze tijd en maatschappelijke situatie deze tweet met daarin een verwijzing naar ISIS te plaatsen, het oogmerk moet hebben gehad om in elk geval een deel van de bevolking van Den Haag ernstige vrees aan te jagen.” [16]
. U vraagt mij wie ik bedoel met ‘ze’ en ‘die mensen’. U vraagt mij of dat mensen in mijn hoofd zijn of dat ze echt bestaan. Deze mensen bestaan echt. Ze zijn naar mijn woning gegaan en hebben dingen kapot gemaakt. U vraagt mij of de drie slachtoffers hier iets mee te maken hebben. Ik ben gegaan naar de tempel van die mensen, maar niemand heeft de deur voor mij opengemaakt. Op die dag heb ik het mes gekocht. U vraagt mij normaals wat deze drie mensen daarmee te maken hadden. Die mensen -de satanisten- hebben mijn leven kapot gemaakt en hebben mijn psychische toestand verslechterd. … U vraagt of ik het heb gedaan in de hoop dat de politie mij daarna zou doodschieten. Ja, dat klopt. … U vraagt mij of er geen andere manier was. Nee, er was geen andere manier.”
het roepen van de takbir en de shahada met tawheed gebaar in dit geval niet specifiek verbonden[zijn]
aan het jihadisme, maar kwamen voort uit het gevoel van naderende dood.”De rechtbank kan deze conclusie volgen, gelet op het moment waarop het gebaar en de uitroep zijn gedaan. De rechtbank merkt daarbij op dat dit anders zou zijn geweest als de verdachte een dergelijk gebaar of uitroep had gedaan terwijl hij de slachtoffers stak of bedreigde. Immers, dan zou het als strijdkreet/gebaar kunnen worden gekwalificeerd. Nu dat hier niet het geval is, kan ook hieruit het terroristisch oogmerk niet worden afgeleid.
oogmerkhad. Anders dan in de zaak van Mohammed B. waarin ook op klaarlichte dag iemand werd gestoken, is in dit geval geen sprake van een pamflet met een boodschap of van uitlatingen gericht aan (een deel van) het Nederlandse volk of anderszins van strijdkreten of uitroepen tijdens zijn daden. Zoals ook in de zaak van Mohammed B. het schieten op de agenten, dat evident werd ingegeven door zijn extremistische motieven, niet werd aangemerkt als schieten met terroristisch oogmerk, omdat dit schieten werd ingegeven om als martelaar te kunnen sterven en niet om de Nederlandse bevolking (verdere) vrees aan te jagen.
denek/hals en het lichaam van die [Slachtoffer 1] heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
dehals van die [Slachtoffer 3] heeft gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
8.De oplegging van de maatregel van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht
niet in tijd beperkt, omdat de verdachte tegen meerdere mensen grof fysiek geweld heeft gebruikt.
8.De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
(€ 3.000,00);
individuelegevolgen bij de benadeelde partij. De benadeelde partij is levensbedreigend gewond geraakt als gevolg van het steken door de verdachte. De benadeelde partij is een nu 22-jarige man die door de gebeurtenissen op 5 mei 2018 letterlijk voor het leven is getekend. Hij heeft blijvende littekens en heeft tot op de dag van vandaag last van zijn hand. Naast het lichamelijk letsel is sprake van geestelijk letsel. Bij hem is PTSS geconstateerd. De benadeelde partij heeft sinds 5 mei 2018 niet meer kunnen studeren en niet meer kunnen werken. Hij heeft last van angst- en woedeaanvallen en hij durft de straat niet meer op. Hij is lange tijd in therapie geweest, maar de woede en angst overheersen nog steeds. Ook ’s nachts heeft hij paniekaanvallen en herbeleeft hij de gebeurtenissen. Er is nog geen zicht op herstel. Hij zal voor de behandeling van zijn trauma’s gedurende twee weken worden opgenomen bij [Naam stichting] . De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij hiermee heeft aangetoond dat sprake is van ernstige lichamelijke en psychische schade.
ookziet op schade als gevolg van het feit dat de verdachte met een bebloed mes op de benadeelde partij af kwam. De rechtbank acht daarom voldoende onderbouwd dat deze kosten in verband met de behandeling van zijn PTSS schade betreft die de benadeelde partij heeft geleden als rechtstreeks gevolg van het op dagvaarding I onder 4 bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal het gevorderde bedrag daarom toewijzen.
individuelegevolgen bij de benadeelde partij. De benadeelde partij is levensbedreigend gewond geraakt als gevolg van het steken door de verdachte. Hij dacht zelf dat hij dood zou gaan en zijn vrouw en kinderen nooit meer zou zien. Voor lichamelijke klachten is hij in behandeling geweest bij een fysiotherapeut. Naast het lichamelijk letsel is sprake van geestelijk letsel. De benadeelde partij heeft nog altijd last van straatvrees, paniekaanvallen, slapeloosheid en concentratieproblemen. Hij is vanaf juni 2018 in behandeling bij een psycholoog en psychiater. Bij de benadeelde partij is onder meer PTSS geconstateerd, waarbij zijn klachten volgens zijn behandelaar onder andere voortvloeien uit de steekpartij. Hij heeft EMDR-therapie gehad. Het gaat langzaamaan weer beter met hem, maar hij heeft nog een lange weg te gaan. De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij hiermee heeft aangetoond dat sprake is van ernstige lichamelijke en psychische schade.
Ziekenhuisdaggeld (€ 180,00)
individuelegevolgen bij de benadeelde partij. De benadeelde partij is levensbedreigend gewond geraakt als gevolg van het steken/snijden door de verdachte. Het lichamelijk letsel is zeer ernstig. Hij heeft nog steeds moeite met eten en met de uitspraak van sommige woorden. Hij heeft in zijn hals een groot zichtbaar litteken. Het bestaan van geestelijk letsel bij de benadeelde partij is niet naar objectieve maatstaven vastgesteld. De rechtbank is evenwel van oordeel dat de aard en de bijzondere ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij in dit concrete geval zo voor de hand liggen, dat geestelijk letsel bij de benadeelde kan worden aangenomen (vgl. ECLI:NL:HR:2019:793 en ECLI:NL:HR:2019:376). De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij voldoende heeft aangetoond dat sprake is van ernstige lichamelijke en psychische schade.
- [Slachtoffer 1] : € 43.244,39;
- [Slachtoffer 5] : € 2.932,84;
- [Slachtoffer 4] : € 1.885,00 ;
- [Slachtoffer 2] : € 29.916,43;
- [Benadeelde 2] : € 1.000,00;
- [Slachtoffer 6] : € 3.585,09;
- [Slachtoffer 3] : € 21.117,40.
vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de datum waarop het vonnis is gewezen, 22 juli 2019.
[Slachtoffer 5]op € 8,32, ten aanzien van
[Slachtoffer 2]op € 4,42, ten aanzien van
[Slachtoffer 6]op € 222,06 en ten aanzien van
[Slachtoffer 1] , [Slachtoffer 4] , [Benadeelde 2]en
[Slachtoffer 3]op nihil. De verdachte wordt bovendien veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.
9.De inbeslaggenomen goederen
10.De toepasselijke wetsartikelen
11.De beslissing
nietstrafbaar;
[Slachtoffer 1] , [Slachtoffer 5] , [Slachtoffer 4] , [Slachtoffer 2] , [Benadeelde 2] , [Slachtoffer 6] en [Slachtoffer 3]gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan:
- [Slachtoffer 1] : een bedrag van € 43.244,39
- [Slachtoffer 5] : een bedrag van € 2.932,84
- [Slachtoffer 4] : een bedrag van € 1.885,00
- [Slachtoffer 2] : een bedrag van € 29.916,43
- [Benadeelde 2] : een bedrag van € 1.000,00
- [Slachtoffer 6] : een bedrag van € 3.585,09
- [Slachtoffer 3] : een bedrag van € 21.117,40
[Slachtoffer 5]tot op heden begroot op € 8,32, ten aanzien van
[Slachtoffer 2]tot op heden begroot op € 4,42, ten aanzien van
[Slachtoffer 6]tot op heden begroot op € 222,06, en ten aanzien van
[Slachtoffer 1] , [Slachtoffer 4] , [Benadeelde 2]en
[Slachtoffer 3]tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
- € 43.244,39, ten behoeve van [Slachtoffer 1] ;
- € 2.932,84, ten behoeve van [Slachtoffer 5] ;
- € 1.885,00, ten behoeve van [Slachtoffer 4] ;
- € 29.916,43, ten behoeve van [Slachtoffer 2] ;
- € 1.000,00, ten behoeve van [Benadeelde 2] ;
- € 3.585,09, ten behoeve van [Slachtoffer 6] ;
- € 21.117,40, ten behoeve van [Slachtoffer 3] ;
[Benadeelde 1] ;
[Benadeelde 3]niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
[Benadeelde 1] en [Benadeelde 3]in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vorderingen gemaakt, tot op heden begroot op nihil;