Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2018:2338

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 december 2018
Publicatiedatum
17 december 2018
Zaaknummer
17/02859
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 SrArt. 51.1 SvArt. 36f SrArt. 592a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad over toewijzing reiskosten als schadevergoeding bij openlijke geweldpleging

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam in een strafzaak over openlijke geweldpleging. De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd, waaronder reiskosten naar de advocaat.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte de reiskosten van € 8,70 vermeerderd met wettelijke rente als schadevergoeding heeft toegewezen. Deze kosten zijn niet aan te merken als directe schade door het strafbare feit, maar als proceskosten die apart moeten worden toegewezen volgens artikel 592a Sv.

Hoewel het hof dit onjuist heeft gedaan, leidt dit niet tot cassatie omdat de verdachte deze kosten alsnog moet betalen via een veroordeling in de proceskosten. De Hoge Raad ziet geen belang bij vernietiging van deze beslissing, mede omdat dit geen invloed heeft op de duur van de vervangende hechtenis verbonden aan de schadevergoedingsmaatregel.

Het beroep wordt daarom verworpen en het arrest van het hof blijft in stand, met uitzondering van de wijze van toewijzing van de reiskosten.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; reiskosten naar de advocaat zijn proceskosten en geen directe schadevergoeding.

Uitspraak

18 december 2018
Strafkamer
nr. S 17/02859
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 2 mei 2017, nummer 23/004119-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L.E.G. van der Hut, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de beslissing op de vordering van de benadeelde partij en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in haar vordering tot schadevergoeding voor zover deze betreft de reiskosten die de benadeelde partij in het kader van zijn vorderingsprocedure heeft gemaakt, tot verwijzing van de verdachte in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt, te weten € 8,70 ter zake van reiskosten, en die zij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken, tot toewijzing van de vordering tot schadevergoeding aan de benadeelde partij tot een bedrag van € 629,58, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, en de verdachte voor genoemd bedrag de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij, van een bedrag van € 629,58, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door twaalf dagen hechtenis, te bepalen dat, indien de verdachte (gedeeltelijk) heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen, met verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte de door de benadeelde partij gevorderde reiskosten van zijn huis naar zijn advocaat heeft toegewezen en heeft vermeerderd met de wettelijke rente en ten aanzien van die kosten een schadevergoedingsmaatregel heeft opgelegd, terwijl deze reiskosten niet gelden als rechtstreekse schade.
2.2.
Het Hof heeft ten onrechte een bedrag van € 8,70 te vermeerderen met de wettelijke rente als schadevergoeding toegewezen aan de benadeelde partij. Het gaat hier immers om reiskosten naar de advocaat die de benadeelde partij heeft gemaakt, die niet zijn aan te merken als schade die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit, maar als proceskosten waaromtrent de rechter ingevolge het bepaalde in art. 592a Sv in de daar bedoelde gevallen een afzonderlijke beslissing dient te geven. (Vgl. HR 11 april 2017, ECLI:NL: HR:2017:653.)
Het middel klaagt daarover terecht.
2.3.
Dit behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden op grond van het volgende. Het Hof had op de voet van art. 592a Sv de verdachte moeten veroordelen in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, begroot op € 8,70. Vernietiging van de bestreden beslissing heeft niet tot gevolg dat de verdachte dit bedrag, waarvan de hoogte niet is betwist, niet zou behoeven te betalen; hij zou dit bedrag dan immers verschuldigd worden door zijn veroordeling in die kosten. In de schriftuur is niet aangevoerd welk bijzonder belang de verdachte heeft bij vernietiging op dit punt. In deze omstandigheden, waarin vernietiging geen invloed heeft op de duur van de vervangende hechtenis die aan de schadevergoedingsmaatregel is verbonden, valt niet in te zien welk rechtens te respecteren belang de verdachte heeft bij vernietiging van de bestreden uitspraak. Dat de verdachte dan niet de wettelijke rente verschuldigd zou zijn over het bedrag van € 8,70 maakt dat niet anders.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 december 2018.