ECLI:NL:PHR:2011:BU2792
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van tenlastelegging en bewijs bij overtreding van APV Amsterdam portiekverbod
Op 30 september 2007 werd verdachte aangehouden wegens het zonder redelijk doel ophouden in een portiek aan de Warmoesstraat te Amsterdam, in strijd met artikel 2.19 lid 2 van de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam 1994 (oud). Het Gerechtshof Amsterdam veroordeelde verdachte tot een geldboete, subsidiair hechtenis.
Verdachte stelde in cassatie dat de tenlastelegging onvoldoende feitelijk was en dat de gebruikte verklaring van de verbalisant onrechtmatig was als bewijsmiddel. De Hoge Raad onderzocht of de zinsnede "zich zonder redelijk doel ophouden" een ontoelaatbare conclusie bevatte en of de tenlastelegging voldoende duidelijk was.
De Hoge Raad oordeelde dat de term "zonder redelijk doel" mede feitelijke betekenis heeft en dat de toevoeging "doelloos ophouden" een feitelijke uitwerking biedt, waardoor de tenlastelegging niet nietig is. Ook werd geoordeeld dat de verklaring van de verbalisant niet als een ontoelaatbare conclusie kan worden aangemerkt, zodat het bewijs toelaatbaar is.
De middelen faalden en het cassatieberoep werd verworpen met een gemotiveerde conclusie volgens artikel 81 RO Pro. Er waren geen gronden voor vernietiging van het bestreden arrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling wegens overtreding van artikel 2.19 lid 2 APV Amsterdam bleef in stand.