ECLI:NL:RBAMS:2005:AU0025
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- U.W. baron Bentinck
- M.J. Diemer
- J.M. van Hall
- Rechtspraak.nl
Levenslange gevangenisstraf voor moord met terroristisch oogmerk op filmmaker Theo van Gogh
Op 2 november 2004 heeft verdachte Mohammed B. in Amsterdam opzettelijk en met voorbedachten rade filmmaker en columnist Theo van Gogh vermoord door hem meerdere keren te beschieten en met messen te steken, waarna hij een dreigbrief op het lichaam achterliet gericht aan een lid van de Tweede Kamer. Verdachte schoot daarna op politieagenten en bedreigde hen met de dood.
De rechtbank acht bewezen dat verdachte handelde met terroristisch oogmerk, namelijk het aanjagen van ernstige vrees onder de Nederlandse bevolking en het ontwrichten van de fundamentele politieke structuur. Verdachte werd vrijgesproken van medeplegen wegens gebrek aan wettig bewijs voor nauwe samenwerking met anderen.
De rechtbank concludeert dat verdachte toerekeningsvatbaar is, ondanks zijn radicale religieuze overtuigingen en de extreme geweldsdaad. Psychologisch onderzoek kon geen stoornis vaststellen die zijn handelen verklaart. De rechtbank legt een levenslange gevangenisstraf op vanwege de ernst van de feiten en het ontbreken van uitzicht op resocialisatie.
Daarnaast worden diverse schadevergoedingen aan benadeelden toegewezen, waaronder nabestaanden en politieagenten, met maatregelen ter waarborging van betaling. Ontzetting uit kiesrecht wordt niet opgelegd omdat verdachte dit niet zal gebruiken.
Het vonnis weerspiegelt de ernst van de terroristische aanslag en het maatschappelijke belang van maximale bescherming tegen verdachte.
Uitkomst: Verdachte Mohammed B. wordt veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor moord met terroristisch oogmerk en aanverwante feiten.