ECLI:NL:RBDHA:2017:16291
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen vestigingsalternatief in Bagdad voor Iraakse asielzoeker
Eiser, een soennitische Koerd afkomstig uit Dibis, provincie Ta’mim, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en het opgelegde inreisverbod. Verweerder heeft een vestigingsalternatief in Bagdad tegengeworpen, wat eiser betwist op grond van de verslechterde veiligheidssituatie voor Koerden en de ontoegankelijkheid van Bagdad.
De rechtbank oordeelt dat het door verweerder aangevoerde beleid WBV 2017/2, dat pas kort voor de zitting werd ingeroepen, niet in behandeling kan worden genomen wegens schending van de goede procesorde. De rechtbank bevestigt dat volgens vaste jurisprudentie Bagdad geen uitzonderlijke situatie kent en dat het vestigingsalternatief terecht is tegengeworpen.
Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat hij zich niet in Bagdad kan vestigen, ook niet met de door hem aangevoerde informatie van de UNHCR. De rechtbank stelt dat de toegang tot Bagdad en de mogelijkheid tot vestiging voldoen aan de wettelijke criteria. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft van kracht.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het vestigingsalternatief in Bagdad wordt bevestigd.