ECLI:NL:RVS:2016:3085
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling kan niet worden verplicht terug te keren naar Bagdad vanwege onvoldoende individueel veiligheidsrisico
Bij besluiten van 6 april 2016 wees de staatssecretaris de aanvragen van een vreemdeling en zijn gezin om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde deze beroepen gegrond en vernietigde de besluiten, omdat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling veilig naar Bagdad kon terugkeren.
De vreemdeling, een soennitische moslim uit de provincie Al-Anbar, vreesde vanwege zijn herkomst en geloof voor sjiitische milities in Bagdad. De staatssecretaris stelde dat de vermelding van zijn geboorteplaats op zijn identiteitskaart onvoldoende was om een individueel risico aan te nemen, mede omdat veel soennitische ontheemden uit Al-Anbar in Bagdad verblijven zonder systematische problemen.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer. De aanwezigheid van grote aantallen soennitische ontheemden in Bagdad en het ontbreken van concrete aanwijzingen van gerichte dreiging maken het risico onvoldoende aannemelijk.
Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en de beroepen van de vreemdeling worden ongegrond verklaard.