Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
4.Bewezenverklaring
- die [benadeelde partij] te stompen in zijn gezicht en
- terwijl die [benadeelde partij] (buiten bewustzijn) op de grond lag tegen zijn hoofd te schoppen en/of in/tegen zijn gezicht te stampen;
- te achtervolgen en
- te duwen tegen het lichaam en
- op het hoofd te slaan waardoor voornoemde [slachtoffer 2] op de grond is gevallen en
- tegen de rug en buik te slaan, althans tegen het lichaam en
- met geschoeide voet op/tegen het hoofd te trappen en/of te schoppen en
- met geschoeide voet tegen de rug en de buik te schoppen en/of te trappen.
5.Kwalificatie en strafbaarheid
6.Straf en maatregel
- de verdachte is onderzocht door een psychiater en psycholoog die recent hebben gerapporteerd en geadviseerd;
- bij de verdachte bestond tijdens het plegen van de strafbare feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens: ADHD, een antisociale-persoonlijkheidsstoornis, zwakbegaafdheid en (in zaak A) een lichte stoornis in het gebruik van alcohol;
- openlijk in vereniging plegen van geweld (artikel 141 Sr Pro) wordt bedreigd met een gevangenisstraf van 4 jaar en 6 maanden en is daarmee een misdrijf, zoals genoemd in artikel 37a, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
- verder is er gevaar voor herhaling en gebleken is dat verdachte onder invloed van de bij hem vastgestelde stoornissen een gevaar vormt voor anderen.
7.Voorlopige hechtenis
8.Vordering schadevergoeding [benadeelde partij]
9.Wettelijke voorschriften
10.Beslissing
- verklaart het bewezene strafbaar;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, van de gevangenisstraf wordt afgetrokken;
ter beschikking gesteld wordten stelt daarbij de volgende
voorwaarden:
Geen strafbaar feit plegen
Meewerken aan reclasseringstoezicht
- de verdachte meldt zich op afspraken bij de reclassering, die bepaalt hoe vaak dat nodig is;
- de verdachte laat – ter vaststelling van zijn identiteit – een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien;
- de verdachte houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
- de verdachte helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is in verband met opsporing van de verdachte bij ongeoorloofde afwezigheid;
- de verdachte werkt mee aan huisbezoeken;
- de verdachte geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
- de verdachte vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;
- de verdachte werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de verdachte, als dat van belang is voor het toezicht.
Niet naar het buitenland
Ambulante behandeling
Time-out
6. Beheersing middelengebruik
7. Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang
8. Dagbesteding
9. Aflossing schulden
10. Contactverbod
- [benadeelde partij] , geboren 19 mei 2007;
- [slachtoffer 1] , geboren 24 mei 2007 en
- [slachtoffer 2] , geboren op 17 april 1979.
- beveelt de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte tot het moment waarop dit vonnis onherroepelijk is. Aan de schorsing van de voorlopige hechtenis worden de hiervoor onder 1 tot en met 10 genoemde voorwaarden verbonden en de voorwaarden dat:
- de verdachte, indien de opheffing van de schorsing wordt bevolen, zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis zal onttrekken;
- de verdachte, in het geval hij wegens een feit, waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen, tot een andere dan vervangende vrijheidsstraf wordt veroordeeld, zich niet aan de tenuitvoerlegging daarvan zal onttrekken.
- veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, aan de benadeelde partij [benadeelde partij] , te betalen een bedrag van
- verklaart de benadeelde partij ten aanzien van de schadeposten ‘eigen risico 2026’, ‘vloeibaar voedsel’ en ‘reiskosten’ niet-ontvankelijk in de vordering;
- bepaalt dat dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige (‘vest’) af;
- veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten om dit vonnis ten uitvoer te leggen;
- legt aan de verdachte voor zaak A feit 1 de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij] aan de staat € 7.711,00 te betalen, en de wettelijke rente tot de dag waarop het volledige bedrag is betaald;
- bepaalt dat als volledig verhaal niet mogelijk blijkt, de verdachte kan worden gegijzeld voor de duur van maximaal
- bepaalt dat als de verdachte en/of zijn mededaders (een deel van) de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft/hebben betaald, de verdachte (dat deel) niet meer hoeft te betalen;
- bepaalt dat de wettelijke rente ingaat op
- materiële-schadevergoeding minus schade vest (in totaal € 1.661,00): 8 april 2026;
- immateriële-schadevergoeding en vergoeding materiële schade vest (in totaal € 6.050,00): 21 maart 2025.
- […]
- […]
- […]
- […]
- […]
- […]
- […]
- […]
- […]
- […]
- […]
- […]
- […]
- […]
[…]
1.[…]
1.[…]
- […]
- […]
- […]
2.[…]
3.[…]
4.[…]
- […]
- […]
- […]
- […]