Conclusie
1.Inleiding
2.Fagoed-jurisprudentie
Erfpachtfinanciering
Wie profiteert van grondprijsstijgingen?
Waardevast op zeer lange termijn. De gemiddelde jaarlijkse stijging van de nominale verkoopprijs van boerderijen in de periode 1872-2008, dus over 136 jaar, is 3,18%. De gemiddelde jaarlijkse ontwikkeling van de koopkracht van de euro in de periode 1872-2008, door Hoeve (1974) voor oudere jaren berekend uit de indexcijfers voor het nationaal inkomen (netto, marktprijzen) en voor recentere jaren ook door het LEI (Land en tuinbouwcijfers 2008: tabel 15,b) berekend uit CBS, 10 gegevens over de prijsindexcijfers van het nationaal inkomen (netto, marktprijzen), bedraagt 2,33%. Dat betekent dat er een gemiddelde jaarlijkse stijging van de reële verkoopprijs van boerderijen in de periode 1872-2008 resulteert van 0,83%. Kortom, grofweg een nominale stijging van 3%, een inflatie van 2%, resulterend in een reële stijging van 1%. Landbouwgrond blijkt dus op zeer lange termijn waardevast (‘a hedge against inflation’).””
niet(meer) voor een groot deel bij de belastingplichtige berust: [12]
BNBbij de eerste 2024-zaak de formulering aan van de voorwaarde dat het economisch belang bij het land voor een groot deel bij de belastingplichtige moet blijven berusten. Hij gaat ervan uit dat dit de facto niet verschilt met het houden van een volledig economisch belang. Voorts bespreekt hij onder meer de situatie dat de uiteindelijke terugkoop van de grond plaatsvindt tegen de vrije waarde (ingeval de geïndexeerde koopsom de vrije waarde overtreft): [15]
BNB2024/129c* opgenomen arrest [de tweede 2024-zaak, RJC] wordt overwogen:
BNB1970/175*. [17] (…)
3.Beschouwing; overneming van index-erfpacht
terugbetalen en zal niet gesproken kunnen worden van een ‘terugkeren’ van de grond in hun onderneming. Oftewel, aldus het Hof, belanghebbenden zijn niet door [A] gefinancierd. Volgens het Hof is de Fagoed-methode een uitzondering die beperkt moet worden uitgelegd en kan deze in het geval van belanghebbenden niet worden toegepast.
terugkeren in het vermogen van de agrariër en dat bij die gelegenheid de (geïndexeerde) koopsom wordt
terugbetaald. De volle eigendom van de grond behoorde nooit tot het vermogen van belanghebbenden, waardoor de grond niet in hun vermogen kan
terugkeren en belanghebbenden hebben nooit iets van de verzekeraar geleend, en dus kan van
terugbetaling door belanghebbenden ook geen sprake zijn.
Rb. Noord-Holland 2 oktober 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:10132, V-N 2025/9.2.2 [24] was tegen betaling een erfpachtrecht verkregen en daarnaast een kooprecht op de grond overgenomen van een derde. Met de rechtbank zijn wij van mening dat in deze situatie niet de Fagoed-methode kan worden toegepast. De Fagoed-methode ziet alleen op situaties waarin grond wordt verkocht onder voorbehoud van een erfpachtrecht met een terugkooprecht. Dat blijkt duidelijk uit de hiervoor genoemde tweede voorwaarde dat mag worden aangenomen dat de blote eigendom van de grond in het vermogen van de verkopende ondernemer zal terugkeren.”
koperschrijft hij: [27]
kopervan een erfpachtrecht in eenzelfde economische positie verkeert als de
verkoperervan, oftewel als een ondernemer die landbouwgrond heeft verkocht aan een derde onder voorbehoud van een erfpachtrecht en vestiging van een terugkooprecht. Dit zou volgens hen betekenen dat de Fagoed-methode (ook) moet kunnen worden toegepast door de
kopervan het erfpachtrecht.
nieuweerfpachter zal worden uitgeoefend.
terugbetalen van de geïndexeerde koopsom als separate Fagoed-voorwaarden (zouden moeten) gelden. Doorslaggevend is of het economische belang bij de grond (ook) de nieuwe erfpachter is aangegaan na overdracht van de erfpachtovereenkomst.