Uitspraak
1.De procedure in feitelijke instantie
2.Het procesverloop bij de Hoge Raad
3.Uitgangspunten
4.De prejudiciële vragen
5.Beoordeling van de prejudiciële vragen
Fiscale-resultaatsbepaling bij variabel rentende lening en samenhangende renteswap
Dat de vervangende lening niet bij dezelfde geldverstrekker wordt afgesloten of dat de (resterende) looptijd van beide leningen uiteenloopt, hoeft niet eraan in de weg te staan dat de nieuwe lening als voortzetting van de oorspronkelijke lening wordt aangemerkt.
6.Proceskosten
7.Beslissing
Bij (i) afkoop van een renteswap zoals die van belanghebbende, die samenhangt met een variabel rentende lening in de zin van het arrest van de Hoge Raad van8 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1721, en waarbij het risico van margin calls wordt gelopen, en (ii) de daarmee verband houdende vervanging van de onderliggende variabel rentende lening door een vastrentende lening, verplicht goed koopmansgebruik niet ertoe het resultaat wegens afkoop van die renteswap te activeren en te amortiseren.
Bij afkoop van een renteswap zoals die van belanghebbende, die samenhangt met een variabel rentende lening in de zin van het arrest van de Hoge Raad van 8 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1721, en waarbij het risico van margin calls wordt gelopen, is voor de beantwoording van prejudiciële vraag 2 niet van belang (i) wat het motief tot afkoop is, (ii) of de nieuwe, vastrentende lening wordt aangegaan bij een andere bank dan de bank die de oorspronkelijke variabel rentende lening verstrekte en/of de bank met wie het renteswapcontract was afgesloten, en (iii) of de nieuwe situatie (vastrentende lening) uitsluitend wat rentelasten betreft een financieel voor- of nadeel oplevert ten opzichte van de oude situatie, dan wel per saldo een financieel voor- of nadeel oplevert.