Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
Ten aanzien van de verdeling van een woning in Tsjechië:
Ten aanzien van de verdeling van een pensioenbeleggingsrekening:
Ten aanzien van de draagplicht van de man voor de berekening van de kinderalimentatie:
3.Bespreking van het cassatiemiddel
,en dus ook op verdeling van het saldo van de op de bankrekening aanwezige verkoopopbrengst. Door de vrouw is echter gesteld dat de gelden zijn uitgegeven (zij acht het waarschijnlijk dat een deel van ongeveer € 34.000,-- is aangewend om de voormalige echtelijke woning te kopen; [14] de rest zou zij aan haar ouders hebben gegeven) en dat zij geen bankrekening meer heeft in Tsjechië. [15]
Einzelfallgerechtigkeit). Zij concluderen dat er onvoldoende aanleiding is om te kunnen spreken van een nieuwe lijn in de jurisprudentie waarin de verzwaarde motiveringsplicht in het algemeen gemakkelijker zou worden aangenomen. A-G Hartlief geeft ook aan dat er geen sprake is van een algemene regel. [26] Of sprake is van een algemene regel, of niet, is deels een kwestie van semantiek. Of aan de bewijsnood van degene op wie de bewijslast rust tegemoet gekomen moet worden, [27] zal afhangen van de bijzondere omstandigheden van het geval. [28] Ik denk dat je niettemin wel kunt zeggen dat sprake is van een ‘algemene regel’ die meebrengt dat onder bijzondere omstandigheden, als de benodigde gegevens zich bevinden in het domein van de wederpartij en voldoende duidelijk is dat degene op wie de bewijslast rust niet zelf die gegevens kan genereren, aan de bewijsnood tegemoet moet worden gekomen, althans dat de rechter moet uitleggen waarom er onder die omstandigheden in concreto toch geen aanleiding is om een verzwaarde motiveringsplicht aan te nemen. [29] Wat daar ook van zij, ik meen dat in onderhavige zaak de bijzondere omstandigheden reeds aanleiding geven voor het aannemen van een verzwaarde motiveringsplicht. Als gezegd, is niet in geschil dat de verkoopopbrengst op de rekening van de vrouw in Tsjechië is gestort en duidelijk is dat de gegevens met betrekking tot die bankrekening zich in het domein van de vrouw bevinden. Zij kan, als ze niet over de administratie beschikt, die gegevens op redelijk eenvoudige wijze opvragen. De man kan die gegevens niet opvragen, waardoor de man zijn stellingen niet nader kan onderbouwen of bewijzen en in zoverre afhankelijk is van de vrouw.
onderdeel IIte bespreken. Zoals hiervoor al vermeld, heeft de man in hoger beroep bij incident namelijk ook een verzoek gedaan ex art. 843a Rv om te bepalen dat de vrouw afschriften van de bankrekeningen verstrekt waarin de geldstromen na verkoop van de woning in Tsjechië inzichtelijk worden gemaakt. Het hof heeft in r.o. 5.4 geoordeeld dat er eveneens geen grond is voor een verzoek ex artikel 843a (oud) Rv [33] aangezien dit te ongespecificeerd is, mede bezien het verweer van de vrouw met betrekking tot de bankrekening.
Onderdeel II.1 en II.2richten tegen dit oordeel een rechtsklacht en een motiveringsklacht.
onderdeel I.3. De man klaagt dat het hof had moeten beslissen op zijn beroep op vernietiging van de gift door de vrouw aan haar vader.
onderdeel III.1zo dat erover wordt geklaagd dat het hof miskent dat door de man is aangevoerd dat een opname van gelden van de pensioenbeleggingsrekening fiscale gevolgen heeft, en dat de rechtbank daar ten onrechte geen rekening mee heeft gehouden. Daarop zou het hof ten onrechte niet zijn ingegaan.
onderdeel IV.1wordt geklaagd dat het hof met dit oordeel in strijd met art. 24 Rv Pro buiten het debat van partijen is getreden, en een ontoelaatbare verassingsbeslissing heeft gegeven door te oordelen dat het rekenen met de volledige last tot gevolg heeft dat de man namens de vrouw aflost en niet meer bij de vrouw kan aankloppen voor terugbetaling. [45]
helftvan die schulden. De rechtbank benoemde hierbij de draagplicht van de vrouw, wat een regresrecht van de man jegens haar impliceert. Rekening houden met de helft van de schulden resulteert erin dat de man maandelijks meer aan de vrouw moet betalen, omdat zijn draagkracht hoger wordt bepaald, dan wanneer zou worden gerekend met het volledige bedrag van de schulden. Houdt men – zoals het hof doet – bij het bepalen van de draagkracht van de man rekening met het feit dat hij maandelijks de volledige hoofdelijke schuld voor zijn rekening neemt, dan daalt zijn draagkracht, wat naar alle waarschijnlijkheid zal ‘doorwerken’ in een lagere te betalen maandelijkse alimentatie. Ik kan begrijpen dat het hof vervolgens heeft gezocht naar een manier om te voorkomen dat men uitkomt bij een situatie waarin kan worden gezegd dat de man van twee walletjes eet (want:
you can’t have your cake and eat it). Het hof heeft kennelijk tot uitdrukking willen brengen, dat de vrouw als het ware twee keer zou opdraaien voor de gezamenlijke schuld(en) als ze én nu minder alimentatie ontvangt én later nog kan worden aangesproken op grond van een regresvordering. De weg die het hof heeft gevolgd, is kennelijk een vertegenwoordigingsroute. Het hof “zal rekenen met de volledige last, máár dit heeft wel tot gevolg dat de man
namensde vrouw aflost en dus niet meer bij de vrouw kan aankloppen voor terugbetaling” (mijn cursivering, A-G). Daarover kan men zeggen dat het op zichzelf juist kan zijn dat
alsde man
namensde vrouw heeft betaald, hij inderdaad geen regresvordering op de vrouw heeft. Dan heeft hij mogelijk zelf niet meer betaald dan hem in de interne verhouding aangaat (vgl. art. 6:10 lid 2 BW Pro). Of dat daadwerkelijk het geval is, hangt (mede) af van andere factoren op basis waarvan bepaald kan worden of hij de schuld heeft gedelgd voor meer dan het gedeelte dat hem in de interne verhouding aangaat. Uit het feit dat iemand (mede) namens een ander een schuld betaalt, volgt niet automatisch dat op die ander geen regresvordering kan ontstaan.
weleen rechtsregel die meebrengt dat er geen regresvordering ontstaat indien de man de helft van de betaling aan de schuldeisers doet
namensde vrouw én daaruit volgt dat de man niet meer betaalde dan hij intern draagplichtig was; die rechtsregel is te vinden art. 6:10 lid 2 BW Pro (ik verwijs naar wat ik heb opgemerkt in 3.30). Maar ik zie niet in welke rechtsregel zou meebrengen dat het volledig meenemen van de schulden (die de man ook aflost) in de berekening van de
draagkrachtvan de man steeds tot gevolg zou hebben dat de man
namensde vrouw aflost en
daaromniet bij de vrouw kan aankloppen met een regresvordering.
onderdeel IV.3dat het hof miskent dat het betalen van schulden volledig meetelt voor de draagkrachtberekening, omdat het de draagkracht op dat moment verlaagt. Dit zou onder meer volgen uit een arrest van de Hoge Raad van 8 maart 2024 [49] .