Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
24 mei 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft de vrouw cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag over de verdeling van de huwelijksgemeenschap, met name over de vraag of zij nog iets te vorderen had ten aanzien van de eenmanszaak (een café). Het geschil betrof onder meer de juiste rechtsopvatting over de waardeerbaarheid van de eenmanszaak en de toepassing van de domeinleer in verband met de stelplicht van de vrouw.
De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere uitspraken, waaronder de beschikking van 2 juni 2017 (ECLI:NL:HR:2017:981) en de beschikking van het hof van 26 juli 2023. De vrouw heeft haar cassatieberoep ingediend, terwijl de vereffenaar geen verweerschrift heeft ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen.
De Hoge Raad heeft de klachten van de vrouw beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. Volgens artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie is het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het niet gaat om vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de vrouw verworpen en de beschikking van het hof in stand gelaten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.