Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2024:744

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 mei 2024
Publicatiedatum
23 mei 2024
Zaaknummer
23/04154
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake verdeling huwelijksgemeenschap en waardeerbaarheid eenmanszaak

In deze zaak heeft de vrouw cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag over de verdeling van de huwelijksgemeenschap, met name over de vraag of zij nog iets te vorderen had ten aanzien van de eenmanszaak (een café). Het geschil betrof onder meer de juiste rechtsopvatting over de waardeerbaarheid van de eenmanszaak en de toepassing van de domeinleer in verband met de stelplicht van de vrouw.

De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere uitspraken, waaronder de beschikking van 2 juni 2017 (ECLI:NL:HR:2017:981) en de beschikking van het hof van 26 juli 2023. De vrouw heeft haar cassatieberoep ingediend, terwijl de vereffenaar geen verweerschrift heeft ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad heeft de klachten van de vrouw beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. Volgens artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie is het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het niet gaat om vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de vrouw verworpen en de beschikking van het hof in stand gelaten.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/04154
Datum24 mei 2024
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
[de vereffenaar], in zijn hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van [de erflater],
kantoorhoudende te [vestigingsplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de vereffenaar,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. zijn beschikking in de zaak 16/04593 van 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:981;
b. de beschikking in de zaak 200.281.543/01 van het gerechtshof Den Haag van 26 juli 2023.
De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De vereffenaar heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
24 mei 2024.