ECLI:NL:PHR:2003:AF2343
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling belastingambtenaar voor opzettelijk schenden geheimhoudingsplicht
De zaak betreft een belastingambtenaar die in de periode februari tot maart 2000 vertrouwelijke informatie heeft gedeeld die hij uit hoofde van zijn ambt verplicht was te bewaren. Het hof Arnhem veroordeelde hem tot honderd uur onbetaalde arbeid wegens het opzettelijk schenden van enig geheim.
De verdediging voerde onder meer aan dat de verstrekte informatie geen geheim was, omdat deze ook op andere wijze verkregen kon worden, en dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zou zijn wegens het ontbreken van een klacht van een specifiek persoon. Het hof verwierp deze verweren, stellende dat de geheimhoudingsplicht van belastingambtenaren niet wordt opgeheven door de toegankelijkheid van gegevens via andere kanalen en dat het misdrijf een publieke zaak betreft.
Verder werd betoogd dat de dagvaarding niet tijdig was betekend na sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek, maar ook dit verweer faalde omdat het gerechtelijk vooronderzoek betrekking had op andere feiten dan de tenlastelegging en de dagvaarding binnen de wettelijke termijn was betekend.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet onjuist had geoordeeld en dat de middelen van cassatie niet slaagden. De veroordeling tot onbetaalde arbeid werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de belastingambtenaar tot honderd uur onbetaalde arbeid wegens opzettelijk schenden van geheimhoudingsplicht.