Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1791

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
27 november 2025
Zaaknummer
23/04797
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 272.1 SrArt. 326.1 SrArt. 225.1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over medeplegen bij grootschalige DigiD-fraude met toeslagen

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2023, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van grootschalige DigiD-fraude met betrekking tot huur- en zorgtoeslagen. De verdachte werd onder meer veroordeeld voor medeplegen van schending van ambtsgeheim, oplichting en valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

In cassatie werd onder meer geklaagd over de motivering van het hof met betrekking tot de specifieke bijdrage van de verdachte aan de afzonderlijke strafbare feiten en de vraag of het hof ten onrechte had betrokken dat de verdachte had geprofiteerd van de fraudeconstructie. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van het hof nader te toetsen, mede omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het cassatieberoep werd derhalve verworpen, waarmee het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04797
Datum2 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2023, nummer 21-002162-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D.N. de Jonge bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 december 2025.