Conclusie
1.Inleiding
clair’ dat een beschikking die is toegezonden aan de gemachtigde van een aanvrager, geacht moet worden door de aanvrager te zijn ontvangen als hij de gemachtigde heeft bereikt (8.7 - 8.13).
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
3.Het geding in cassatie
één middelover.
4.Vooraf: de bevoegdheid van de douanekamer
5.Wat achtergrondinformatie
6.Het belanghebbende-begrip in de douanewetgeving
7.Bekendmaking van de beschikking
8. Inwerkingtreding van beschikkingen
‘clair’is. [48]
8.Beoordeling van het middel
moetworden verzonden en dat die beschikking ook op de juiste wijze is bekendgemaakt als zij alleen verzonden is naar de gemachtigde (en dus niet aan de belanghebbende zelf). [51] In de Adw trof ik geen bepaling waaruit volgt dat de in dit verband relevante bepalingen uit de Awb [52] niet van toepassing zijn.
clair’ (7.7) – dat de aanvrager geacht moet worden de beschikking te hebben ontvangen in de zin van art. 22(4) DWU als deze beschikking is verzonden naar en ontvangen door zijn gemachtigde en in daarbij kenbaar is dat het gaat om een beslissing op het namens de aanvrager ingediende verzoek.