Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
subsidiair
1. Een proces-verbaal van aangifte d.d. 14 juni 2020 […] voor zover als inhoudende de verklaring van aangever [benadeelde] :
(het hof begrijpt: op zondag 14 juni 2020),hoorde ik dat mijn overbuurman een woordenwisseling had voor mijn woning op straat. Ik hoorde glasgerinkel en een paar doffe klappen.
(het hof begrijpt: [betrokkene 1] )inderdaad op straat stond. Ik ben de straat opgelopen en wilde vervolgens weer teruglopen naar mijn voordeur. Toen ik de straat in keek zag ik dat er 2 mannen bij een Audi stonden die op de weg geparkeerd stond. Ik stond op dit moment midden op de weg. Ik zag dat een van de mannen op mij afgelopen kwam. Vervolgens sloeg deze man mij op mijn hoofd.
(het hof begrijpt: aangever [benadeelde] )op de [a-straat 1] .
(het hof begrijpt: aangever [benadeelde] )naar buiten lopen door de voordeur. Ik hoorde dat hij met de overbuurman [betrokkene 1]
(het hof begrijpt: [betrokkene 1] )aan het praten was. Ik heb niet gehoord waarover. Ik ben vervolgens weer naar binnen gelopen. Ineens zag ik dat [betrokkene 2], de vrouw van [benadeelde] naar buiten rende. Ik ben ook naar buiten gelopen en zag dat mijn broer [benadeelde] op de grond lag.
(het hof begrijpt: in de nacht van 13 op 14 juni 2020)bij mijn broer [benadeelde]
(het hof begrijpt: aangever [benadeelde] ).
(het hof begrijpt: in de nacht van 13 0- 14 juni 2020).(...)We zaten bij [medeverdachte]
(het hof begrijpt: medeverdachte [medeverdachte] , welke woonachtig is aan de [a-straat 2] te [plaats] )binnen.
(het hof begrijpt: medeverdachte [verdachte] ).”
directnadat hij als gevolg van de klap op zijn achterhoofd op de grond was gevallen weer is opgestaan – weg te laten. Dit is volgens de steller van het middel van belang, omdat het weggelaten deel van de verklaring strijdig is met de verklaring van getuige [getuige 1] , die inhoudt dat de verdachte de aangever tegen zijn hoofd heeft geschopt toen de laatstgenoemde op de grond lag. Ten tweede wordt er door de steller van het middel op gewezen dat de verdediging omtrent deze discrepantie ter terechtzitting een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt strekkende tot vrijspraak van het tegen het hoofd schoppen heeft ingenomen. Het hof had, nu het daarvan is afgeweken, nader moeten motiveren waarom het tot dit oordeel is gekomen. De klachten kunnen gezamenlijk worden besproken.
3.Slotsom
Jaddoe). [9] Dat de rechtbank wel het slaan, maar niet het schoppen tegen het hoofd bewezen heeft geacht, doet daaraan niet af.