Conclusie
“van het plegen van witwassen een gewoonte maken”.
De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
1.Contante stortingen
4.Eindconclusie
Netto contante stortingen op rekening [betrokkene 1]€ 37.085,-
het arrest van de meervoudige kamer van dit hof, gewezen in de strafzaak tegen de betrokkene van 15 april 2022 en de daaraan gehechte bewijsmiddelenbijlage;
het "Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict" van 26 juli 2017, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] , en de daaraan gehechte bijlagen;
het "proces-verbaal aanvulling ontneming brief d.d. 21 februari 2018", opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] , en de daaraan gehechte bijlagen.”
“uit het verhandelde ter terechtzitting”– naar ik begrijp: de terechtzitting in eerste aanleg [1] – blijkt dat de betrokkene heeft aangevoerd dat hij van 2010-2013 over voldoende legale inkomsten beschikte en dus gemotiveerd heeft betwist dat er in die periode sprake was van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof heeft, voor wat betreft de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel, slechts overwogen dat dit voordeel uit ‘onderzoek’ is gebleken. Het hof heeft echter niet met voldoende mate van nauwkeurigheid de vindplaatsen aangeduid van de aan het financieel rapport of aan andere wettige bewijsmiddelen ontleende feiten en omstandigheden waarop het zijn schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel (ten aanzien van ‘de contante stortingen op eigen rekening in de periode van 1 januari 2010 t/m 31 december 2012’ en de ‘contante stortingen op rekening van [betrokkene 1] ’) heeft gebaseerd.
NJ2013/546, m.nt. Borgers (onder
NJ2013/544) van belang (onderstrepingen mijnerzijds):
“temeer nu te dien aanzien door de verdediging geen verweer is gevoerd”.