Conclusie
Nummer22/03202
Inleiding
Het middel
feit 1
10.1 Het studioverhoor van getuige [slachtoffer], los bijgevoegd bij voornoemd eindproces-verbaal, inhoudende het volgende:
Juridisch kader
Aanvulling bewijsoverweging
Parket bij de Hoge Raad
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft de verdachte veroordeeld wegens meermalen gepleegde ontuchtige handelingen met zijn minderjarige kind, waaronder betasten en likken van de vagina en borsten, en seksueel binnendringen met vinger en tong. De rechtbank en het hof hebben de verklaringen van het slachtoffer, haar moeder en een rapportage van Veilig Thuis als betrouwbaar en ondersteunend beoordeeld.
De verdachte stelde in cassatie dat de bewijsmiddelen onvoldoende waren om het bewezenverklaarde te dragen, omdat het bewijs uitsluitend op de verklaring van het slachtoffer zou rusten. De Hoge Raad overweegt dat volgens art. 342 lid 2 Sv Pro het bewijs niet uitsluitend op één getuige mag berusten, maar dat steunbewijs niet per se betrekking hoeft te hebben op het daderschap zelf, mits het op wezenlijke punten bevestigt.
De Hoge Raad oordeelt dat de verklaring van de moeder, die verdachte regelmatig op de slaapkamer van het slachtoffer zag en een concrete situatie beschreef waarin verdachte werd geconfronteerd en spijt betuigde, voldoende steun biedt aan de verklaring van het slachtoffer. De rapportage van Veilig Thuis ondersteunt de betrouwbaarheid van de moeder. De wisselende verklaringen van verdachte worden als ongeloofwaardig beoordeeld.
Het cassatiemiddel faalt en het beroep wordt verworpen. De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat het bewijs wettig en overtuigend is en dat de verdachte schuldig is aan de ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor ontuchtige handelingen met minderjarige wordt bevestigd.