Conclusie
1.Het cassatieberoep
Bewezenverklaring, bewijsvoering en verwerping verweren ontvankelijkheid OM dan wel bewijsuitsluiting
de bevindingen van Stelselmatige Informatie Inwinner A-3553:
het hof begrijpt: 10 kg hennep) wilde hebben. Vervolgens hoorde ik [verdachte] vragen in welke samenstelling A-2101 het wilde hebben, waarop A-2101 antwoordde dat hij 5 om 5 kg wilde hebben, zoals [verdachte] hem geadviseerd had. “Dus 5 kg goede kwaliteit en 5 kg mindere kwaliteit,” hoorde ik [verdachte] zeggen.
de bevindingen van Stelselmatige Informatie Inwinner A-2121:
de bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] :
de bevindingen van Stelselmatige Informatie Inwinner A-3553:
het hof begrijpt: zoon van verdachte). Direct daarop zag ik dat [verdachte] op ons afgelopen kwam. Ik hoorde dat [verdachte] zei dat wij alvast naar de woning van [betrokkene 1] moesten gaan en dat hij er ook aan kwam.
de bevindingen van Stelselmatige Informatie Inwinner A-2101:
de bevindingen van Stelselmatige Informatie Inwinner A-3553:
het hof begrijpt: de duurdere soort hennep) had. De hees lag reeds klaar, zo hoorde ik [verdachte] zeggen.
de bevindingen van Stelselmatige Informatie Inwinner A-2101:
het hof begrijpt: op 30 januari 2014) voegde [verdachte] zich weer bij ons in de woonkamer om ons mede te delen dat hij nu toch over elke gewenste hoeveelheid “Haze” (
het hof begrijpt: de hees) beschikte. We zouden er ook 17 kilo van kunnen krijgen. We antwoordden dat we slechts 50.000 euro bij ons hadden en om die reden 9 kilo voor 49.500 euro zouden meenemen. Hij verklaarde zich er direct mee akkoord en verliet de kamer weer om de waar in gereedheid te brengen en te verpakken. Ik informeerde in de tussentijd de transporteurs, die even later op het erf van het gebouw arriveerden. Ze reden naar de loods van [betrokkene 1] , waar deze hen even later begroette. [betrokkene 1] verscheen even later nog een keer in de woonkamer, waar inmiddels alleen politionele informatie-inwinner 3553 en ik wachtten om te vragen hoeveel kilo’s hij nu eigenlijk moest overdragen. We vertelden hem dat het de afgesproken 9 kilo betrof.
inhoudende de bevindingen van Stelselmatige Informatie Inwinner A-2137:
de bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] :
de bevindingen van Stelselmatige Informatie Inwinner A-3553:
het hof begrijpt: 2014) bevonden A-2101 en ik ons bij de woning van [betrokkene 1] , [a-straat 1] te [plaats] .
het hof begrijpt: 2014) […] inhoudende
de bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] :
het hof begrijpt: growshop) [A] aan de [a-straat] te [plaats] .
de bevindingen van Stelselmatige Informatie Inwinner A-3553:
het hof begrijpt: verdachte) uit dat hij op dit moment reeds kon leveren, 40 kilogram wiet van een mindere kwaliteit voor 4.500 euro per kilogram en 13 kilogram wiet van de hees voor 5.500 euro per kilogram.
de bevindingen van Stelselmatige Informatie Inwinner A-3553:
het hof begrijpt: verdachte) en een mij onbekende man de woonkamer kwamen binnen gelopen.
de bevindingen van Stelselmatige Informatie Inwinner A-2101:
de bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] :
de bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] :
kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94 Sv Pro),opgemaakt door [verbalisant 2] , […] inhoudende:
de bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] :
de verklaring van [verdachte] :
het hof begrijpt: verdachte) zei toen eerst dat doe ik niet. Ze bleven vragen.
de verklaring van [betrokkene 7]:
het hof begrijpt: verdachte) is de baas.
de verklaring van [betrokkene 1] :
het hof begrijpt: verdachte) heeft mij 3 weken voor de deal gevraagd of ik een tas wilde bewaren. In die tas zat weed denk ik. Die heb ik bewaard, in de loods. Die heb ik 4 maart aan [betrokkene 5] gegeven en die heeft ze in de bakken in de bus gedaan.
het hof begrijpt: 3 maart 2014) toen was die los. Dan kwamen ze achter uit de ruimte in mijn loods. Die jongen heet [betrokkene 8] , die die loods ruimte huurt. Die verhuurt het weer aan [verdachte] .
het hof begrijpt: bij verdachte) en [verdachte] vroeg of ik de telmachine wilde meenemen naar mijn huis. Die heb ik toen meegenomen.
het hof begrijpt: beelden van 4 maart 2014) zien. Toen kwam er iemand in beeld die herkende u als [verdachte] , u wist dat niet meer. Dat was omdat het spul uit de tas, de tas waar [verdachte] van zei dat er speciale weed in zat, in de bus te doen in de bakken. Die tas had u al enkele weken in bezit. De inhoud heeft u ook enkele weken onder de vloer gehad. De reden dat u de tas had was omdat de broer van [verdachte] , zijnde [betrokkene 4] , er niets van mocht weten. U heeft ook gezegd nadat [betrokkene 10] zei wat u pakte van de stelling dat dat handschoenen waren. U deed dat om te voorkomen dat er vingerafdrukken op de zakken komen, zei u. U zei ook dat [verdachte] zei dat u het er even in moest doen. Dat waren de zakken speciale weed, uit de tas die u al enkele weken eerder had gehad. U zei ook dat er een teken op de bakken moest van de speciale weed. U deed in elke bak een zak. U moest dat kruisje erop zetten van [verdachte] , omdat er speciale weed in de zakken met een kruis zat. U zei dat [betrokkene 5] er ook bij was, maar die is niet te zien als u de zakken in de bakken doet. U zei dat hij [betrokkene 5] kwam toen de Duitsers er waren.
de verklaring van [betrokkene 1] :
het hof begrijpt: [betrokkene 8]) heeft dat gehuurd. [verdachte] wilde die ruimte eerst gewoon zo huren, maar dat wilde ik niet. Ik wilde het op papier hebben.
de verklaring van [betrokkene 2] :
het hof begrijpt: verdachte) kent mensen van koffieshops. Hij helpt die mensen dan, die moeten wel kopen. Mijn vader pakt er een beetje uit voor zichzelf. Die mensen zeggen dan ik heb wat in de auto liggen, klare oogst een kilo of 2. Mijn vader gaat daar over. Mijn vader bekijkt het. Er liggen kleine beetjes hennep van mijn vader in [A] .
verklaring van [betrokkene 11]:
De infiltrant mag het verrichten van bepaalde handelingen door de verdachte, noodzakelijk voor het bewijzen van strafbare feiten, wel ensceneren, maar het moet blijken dat de verdachte ook zonder tussenkomst van de infiltrant tot het plegen van deze of soortgelijke feiten zou zijn gekomen. De infiltrant maakt de bij de verdachte bestaande opzet slechts zichtbaar De gerichtheid van de opzet van de verdachte kan blijken uit concrete inlichtingen, afkomstig van een betrouwbaar gebleken bron – bijvoorbeeld een informant – die aangeven dat een verdachte voornemens is of bezig is strafbare feiten te plegen. Het is daarnaast van belang te beschikken over gegevens die het meer waarschijnlijk maken dat bedoelde concrete inlichtingen juist zijn. In dit verband kan gedacht worden aan informatie inhoudende dat de verdachte eerder is veroordeeld voor eenzelfde delict, of bij de politie als pleger van een soortgelijk delict als het op te sporen delict bekend staat. Achteraf moet dus kunnen worden vastgesteld dat de verdachte de misdrijven ter zake waarvan hij wordt vervolgd, ook zou hebben begaan als de infiltrant er niet was tussen gekomen. Aan infiltratie is inherent dat sprake kan zijn van beïnvloeding van het opereren van de groep van personen waarin wordt geïnfiltreerd. Om geloofwaardig te zijn dient de infiltrant vaak een actieve rol te spelen in de groep. Hij dient betrokken te raken bij de groep van personen of de criminele organisatie om er vervolgens deel van uit te gaan maken, zodat hij informatie en bewijsmateriaal kan vergaren die nodig is in het belang van het onderzoek. Bovengenoemde voorwaarde beoogt te verzekeren dat de infiltrant bij zijn optreden, personen niet verleidt tot strafbare gedragingen waarop hun opzet niet reeds tevoren was gericht. Daarbij behoeft het niet alleen te gaan om misdrijven die door deze personen worden gepleegd, maar het kan ook gaan om misdrijven die worden beraamd. Het optreden van de infiltrant mag er niet toe leiden dat deze personen misdrijven gaan beramen waar zij zonder tussenkomst van de infiltrant niet toe gekomen waren.’’(Kamerstukken II 1996/97, 25 403, nr. 3, p. 31-32)
60 kg marihuana naar Duitsland, dit zeker 2à
3 keer per week. Ook coke en wapens worden geëxporteerd naar Duitsland. [betrokkene 13] , [verdachte] en [betrokkene 4] , maar ook [betrokkene 14] uit [plaats] , [betrokkene 15] uit [plaats] (voorheen woonachtig in [plaats] ). Allen rijden in peperdure auto’s, bedreigen mensen. Voorraad van dit alles ligt bij een van deze personen. De baas van de organisatie is [betrokkene 13] . De rest zijn meelopers. Ook gebruiken ze katvangers voor het vervoer van hun handel naar Duitsland. Dit zijn mensen met schulden, alcoholproblemen.”
“De eigenaren van de growshop in [plaats] kopen momenteel in het Noorden van het land alle weed op. Ze betalen ongeveer negenendertighonderd euro voor een kilo weed.”
3.Het eerste middel
de verklaring van [verdachte] :
het hof begrijpt: verdachte) zei toen eerst dat doe ik niet. Ze bleven vragen.
essentially passive mannermogen opereren. [19]
In de tweede plaatswordt geklaagd dat onvoldoende sprake is geweest van procedurele waarborgen, waardoor de gang van zaken in het WOD-traject niet adequaat kon worden onderzocht. Gewezen wordt op de ondermaatse verslaglegging, dat een van de WOD’ers de Nederlandse taal niet machtig was en dat er ten onrechte geen auditieve en audiovisuele opnames van het traject zijn gemaakt. Het oordeel van het hof dat de mogelijkheid tot het ondervragen van de WOD’ers voldoende compensatie oplevert voor het gemis van opnamen is niet begrijpelijk, omdat een ondervraging niet mogelijk maakt de bevindingen van de verbalisant te betwisten op basis van objectieve gegevens.
entrapmentheeft het EHRM een tweestappentoets ontwikkeld: een materiële (
substantive) en formele (
procedural) toets.
essentially passivewijze hebben gedragen. Wat dit inhoudt, kan worden afgeleid uit hetgeen het EHRM in dat verband onderzoekt. Vaste uitgangspunten hierbij zijn in de eerste plaats de redenen voor de undercoveroperatie en of er vóór het opstarten ervan een objectieve en verifieerbare verdenking bestond dat de verdachte zich bezighield met criminele activiteiten of daartoe plannen maakte. [25] Niet vereist wordt dat de verdachte al begonnen was met gedragingen die hem uiteindelijk worden verweten. [26] Wel is van belang of de verdachte eerder veroordeeld is voor gelijksoortige strafbare feiten. [27] Ook omstandigheden die pas blijken tijdens de undercoveroperatie kunnen bijdragen aan het bewijs dat er sprake was van een
pre-existing criminal intent or criminal activity, zoals het in staat zijn om op korte termijn een groot drugstransport op te zetten, de professionele wijze waarop het transport en de aflevering georganiseerd wordt, of het op de hoogte zijn van prijzen van drugs. [28] In de woorden van Keulen en Knigge:
the need to ensure sufficient evidence to obtain a conviction, to obtain a greater understanding of the nature and scope of the suspect’s criminal activity, or to uncover a larger criminal circle”. [33] Als geen geldige reden aanwezig is voor het voortduren van de operatie doet de mogelijkheid zich voor dat de staat zich bezig heeft gehouden met activiteiten “
which improperly enlarge the scope or scale of the crime”. In zo’n geval is een veroordeling niet in strijd met art. 6 EVRM Pro, maar mag de verdachte niet worden gestraft voor het deel van de criminele activiteiten die het resultaat zijn van het ‘onjuiste’ handelen van de autoriteiten. [34] In de meeste gevallen kan aan de hand van de materiële toets worden beoordeeld of er al dan niet sprake is geweest van
entrapment.
entrapment-verweer, waarbij in ieder geval acht moet worden geslagen op de redenen voor de undercoveroperatie, de mate waarin de opsporingsautoriteiten betrokken waren bij het strafbare handelen en de aard van de uitlokking of druk die op de verdachte is uitgeoefend. [36] Hierbij is van belang dat procedurele waarborgen aanwezig zijn zoals een recht op ondervraging van de undercoveragenten en andere getuigen die zouden kunnen verklaren over de gestelde uitlokking. [37] Als de nationale rechter tot het oordeel komt dat inderdaad sprake is geweest van
entrapmentzal al het materiaal dat als gevolg hiervan is verkregen, moeten worden uitgesloten van het bewijs wil het proces in zijn geheel nog als eerlijk kunnen worden aangemerkt. [38]
pre-existing criminal intent or criminal activityonderzocht en het hof heeft zijn oordeel hierover ook uitgebreid gemotiveerd. Daarbij heeft het acht geslagen op het proces-verbaal van de WOD’ers waaruit blijkt dat:
essentially passive manner’dienen te gedragen.
with such conduct as taking the initiative in contacting the applicant, renewing the offer despite his or her initial refusal,[…]” [40]
entrapmentvormen, nauw met elkaar zijn verbonden. De maatstaf die door het EHRM hierbij steeds wordt herhaald luidt als volgt:
objective suspicions– die in de onderhavige zaak wat mij betreft zonder meer aanwezig zijn – wegen dus mee bij de beantwoording van de vraag of de autoriteiten zich
essentially passivehebben opgesteld. Hieruit volgt dat bij sterke objectieve verdenking een meer actieve rol van de opsporingsautoriteiten is toegestaan. [42] Dus het lijkt me dat enige twijfel bij de verdachte niet fataal is, zolang de objectieve verdenking voldoende is gestaafd. Daar komt nog bij dat uit het arrest naar voren komt dat zo er al enige twijfel is geweest in het gesprek dat de verdachte op 17 september 2013 met de WOD-medewerkers heeft gehad, die in het verdere traject als sneeuw voor de zon verdwenen lijkt.
went beyond the conduct of an “ordinary” customer of a drug dealer throughout the investigations”. [43]
in de rede ligtom de communicatie zo veel mogelijk auditief of audiovisueel vast te leggen. [44] Een harde eis is dat dus niet. [45]
4.Het tweede middel
voorzitterdoet de inmiddels via videoverbinding aanwezige getuige en medeverdachte
[betrokkene 1], geboren op [geboortedatum] 1943 te [geboorteplaats] , wonende te [plaats] , [a-straat 1] , voor het hof verschijnen. Deze doet op de vragen van de voorzitter opgave omtrent naam, voornamen, geboortedatum, woon- of verblijfplaats zoals hiervoor is vermeld, verklaart geen bloed- of aanverwant van verdachte te zijn en legt vervolgens op de bij de wet voorgeschreven wijze in handen van de voorzitter de belofte af de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen.
voorzitter heeft voornoemde getuige, vóórdat deze zijn verklaring heeft afgelegd, medegedeeld, dat hij zich van het geven van getuigenis of van het beantwoorden van bepaalde vragen kan verschonen, indien hij daardoor zichzelf aan het gevaar van een strafrechtelijke veroordeling zou blootstellen.
[betrokkene 1]verklaart als volgt:
voorzitterstelt de oudste raadsheer, de jongste raadsheer en de advocaat-generaal in de gelegenheid vragen te stellen aan de getuige, maar zij maken daarvan geen gebruik.
getuige [betrokkene 1]:
raadsmandeelt mede dat hij geen (verdere) vragen zal stellen.
getuige [betrokkene 1]:
raadsmandeelt, desgevraagd door de voorzitter, geen afstand te doen van de getuige. Met toestemming van de
advocaat-generaalen de
raadsmanwordt de videoverbinding met de getuige. [betrokkene 1] verbroken.”
sole and decisiveverklaring en dus wordt ook in deze zaak de verdediging niet in haar belangen geschaad bij het niet horen van [verdachte] .
Horen [betrokkene 4] als getuige