ECLI:NL:HR:2004:AN9195
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt moordvonnis wegens procesfouten en behandelt undercover-informatie-inwinning bij voorlopige hechtenis
De Hoge Raad heeft op 9 maart 2004 het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam vernietigd in een moordzaak, waarbij het hof de verdachte tot zestien jaar gevangenisstraf had veroordeeld. De vernietiging volgde omdat het hof onbegrijpelijk vragen van de verdediging aan een getuige had beletten die van belang konden zijn voor de betrouwbaarheid van diens verklaringen, waardoor het onderzoek ter terechtzitting nietig werd verklaard.
Daarnaast heeft de Hoge Raad een belangrijke rechtsvraag beantwoord over de toelaatbaarheid van het stelselmatig inwinnen van informatie door een opsporingsambtenaar die incognito opereert terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis is. De Hoge Raad oordeelde dat artikel 126j Sv een voldoende duidelijke wettelijke grondslag biedt voor deze opsporingsmethode, ook in geval van voorlopige hechtenis, mits aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit wordt voldaan.
De Hoge Raad benadrukte dat deze opsporingsmethode het gevaar in zich bergt dat de verdachte in een verhoorsituatie terechtkomt zonder de waarborgen van een formeel verhoor, en dat in geval van schending van de verklaringsvrijheid uitsluiting van bewijs passend is. De zaak is verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens procesfouten en onduidelijkheden over undercover-informatie-inwinning.