Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
Betrokkene is niet aanwezig. Zij heeft mij gisteren boos verteld dat niet ik het woord hoefde te voeren, maar zij vandaag zelf het woord wilde voeren. U vraagt mij of de mondelinge behandeling vandaag kan worden voortgezet. Wat mij betreft wel. Betrokkene wist van de zitting. Uit de omstandigheid dat ze niet is gekomen, kan een keuze worden afgeleid om toch niet gehoord te willen worden. Een thuisverhoor zal waarschijnlijk niet tot een ander resultaat leiden. In 2019 was ik betrokken. Toen is er twee keer een zitting bepaald om te kijken of betrokkene gehoord wilde worden. Dat is toen niet gelukt. Ook nu heb ik haar bij toeval moeten vangen om haar te kunnen spreken. Mijn verwachting is niet dat het patroon van vermijden zal worden doorbroken door een thuisverhoor. Ik denk dat er voldoende aanleiding is om aan te nemen dat het een keuze is van betrokkene om niet deel te nemen.
(…)
(…)
Ze heeft een gebroken enkel. Ze weigert om ermee naar de huisarts te gaan.
(…).”
Het procesverloop(…)
De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen. De rechtbank leidt dit af uit de volgende feiten en omstandigheden. Betrokkene is op de juiste wijze opgeroepen, zij was op de hoogte van de mondelinge behandeling en zij is niet verschenen. Betrokkene laat zorgmijdend gedrag zien. Zo is zij eerder naar Frankrijk vertrokken nadat een zorgmachtiging is aangevraagd. Het is de onafhankelijke psychiater niet gelukt om in contact te komen met betrokkene, waarbij de onafhankelijke psychiater heeft gezien dat er berichten op de deur hangen dat betrokkene bij betreding van de woning aangifte zal doen. Zij heeft maatregelen getroffen om mensen buiten te houden. De rechtbank leidt hieruit af dat de verwachting gerechtvaardigd is dat het horen van betrokkene in haar verblijfsruimte niet tot een ander resultaat zal leiden.”
3.Bespreking van het cassatiemiddel
eerste klachtwordt aangevoerd dat geen van de bevindingen van derden − onder wie de onafhankelijk psychiater en de advocaat van betrokkene − kunnen bijdragen aan het wettelijk vereiste dat de rechter zich persoonlijk moet vergewissen van de mogelijkheid om betrokkene te horen. De verklaring van de advocaat ter zitting dat betrokkene haar de dag voor de zitting heeft laten weten dat niet de advocaat het woord voor haar hoefde te voeren, maar dat betrokkene dat zelf zou doen, wijst erop dat betrokkene wel gehoord wilde worden, aldus de klacht.
tweede klachtwordt aangevoerd dat de motivering van het oordeel onvoldoende duidelijk en daarmee onbegrijpelijk is. De rechtbank is voorbij gegaan aan de verklaring van de moeder van betrokkene ter zitting dat betrokkene een gebroken enkel heeft en dus niet naar de zitting kon komen en niet is vastgesteld of betrokkene thuis was toen de − naar ik aanneem onafhankelijke [2] − psychiater tweemaal tevergeefs naar de woning van betrokkene is gegaan, aldus de klacht.
derde klachtwordt aangevoerd dat het verzoek van 11 april 2024 van betrokkene zelf tot uitstel van de mondelinge behandeling op 12 april 2024 niet had mogen ontbreken tijdens de mondelinge behandeling. [3] Uit dit uitstelverzoek van betrokkene blijkt immers het tegendeel van het oordeel van de rechtbank dat betrokkene niet bereid zou zijn om zich te doen horen, aldus het middel.