Conclusie
1.De cassatieprocedure
2.De bewezenverklaring, de bewijsmiddelen en de bewijsmotivering
als relaas van verbalisant [verbalisant 1]:
als relaas van verbalisant [verbalisant 2]:
Kennisgeving van inbeslagnemingd.d. 7 maart 2018 (…) voor zover inhoudende (…) als relaas van verbalisant [verbalisant 3]:
Kennisgeving van inbeslagnemingd.d. 7 maart 2018 (…) voor zover inhoudende (…) als relaas van verbalisant [verbalisant 3]:
Kennisgeving van inbeslagnemingd.d. 7 maart 2018 (…) voor zover inhoudende (…) als relaas van verbalisant [verbalisant 4]:
Kennisgeving van inbeslagnemingd.d. 7 maart 2018 (…) voor zover inhoudende (…) als relaas van verbalisant [verbalisant 4]:
als relaas van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6]:
cocaïnebevat. Uit deze hoeveelheid stof werd een monster genomen, voorzien van het SIN: AALJ4519NL.
heroïnebevat. Uit deze hoeveelheid stof werd een monster genomen, voorzien van het SIN: AALJ4516NL.
als relaas van verbalisant [verbalisant 7]:
als verklaring van verdachte [verdachte] :
verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van het gerechtshof op 13 juli 2021, zakelijk weergegeven:
Overweging met betrekking tot het bewijs
3.Het middel
: hierna door mij gezamenlijk ook wel aangeduid als ‘wapentuig’] in haar woning en haar partner heeft consequent verklaard dat zijn partner, de verdachte, van niets afwist. Daarnaast waren de middelen verstopt en was de verdachte niet thuis op de dag van aantreffen van de goederen in de gezamenlijke woning van de verdachte en haar partner. De bewijsmiddelen laten de mogelijkheid open dat de goederen pas op de dag van het aantreffen van de goederen in het huis van de verdachte terecht zijn gekomen en dat verdachte daarom niet op de hoogte kon zijn van de verboden goederen in haar huis, aldus de steller van het middel.
NJ2020/251, m.nt. H.J.B. Sackers, heeft de Hoge Raad voor het “voorhanden hebben” van een wapen en/of van munitie het volgende beoordelingskader geformuleerd: