Conclusie
Overweging met betrekking tot het bewijs
BFK: is) om de club met een bad standing te verlaten met een sanctie van € 5.000,-. [betrokkene 7] heeft verklaard dat de opbrengst van een bad standing wordt verdeeld onder de president, clubkas en captain. In de presidentsvergadering van 6 januari 2015 wordt medegedeeld dat de opbrengst van de bij bad standing opgelegde sanctie voorlopig niet naar de nationale kas gaat, maar naar de kas van het eigen chapter.
BFK: besproken). In dit gesprek wordt door captain [betrokkene 4] een uitspraak van verdachte herhaald: “’Je weet hoe het werkt. Die regel.... Bad standing... is vijf rooien he!".
BFK: de mede)verdachte wijst erop dat er onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende soorten telefoons.
BFK: ik) niet langer gezeur aan mijn kop wilde omtrent clubzaken. Dat klopt”. Verdachte wist dus van het voortduren van bad standings, maar ondanks zijn leidende rol in de organisatie, greep hij kennelijk niet in.
1. Het proces-verbaal van de terechtzitting hof d.d. 14 maart 2022, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte:
bad standingde club verlaten' (p79). (...)
het hof begrijpt: [betrokkene 20]) had het geld niet. Ik heb gezegd dat [betrokkene 20] zijn motor maar moest laten staan (...)
het hof begrijpt: [betrokkene 32])
(het hof begrijpt: [betrokkene 32]) met een Bad Standing de club heeft verlaten. Wat wil je daarover verklaren?
Onderzoekswensen
Dat [betrokkene 1] de nieuwe structuur initieert en daarbij door onder meer [betrokkene 2] , [betrokkene 3] en[betrokkene 87]gesteund wordt, blijkt uit onderstaande voorbeelden."
’En als ik weg ben, dan kan jij met[betrokkene 87]gewoon landelijk allemaal doen’en “
Er wordt aangegeven dat hij ( [betrokkene 50] ) wordt toegevoegd aan [betrokkene 2] en[betrokkene 87]als drieluik (respectievelijk [betrokkene 2] en[betrokkene 87]beiden captain World)”.
Algemene motiveringweergegeven onderwerpen kan [betrokkene 87] worden ondervraagd. Het horen van deze getuige kan dan ook in redelijkheid van belang zijn voor enige in de strafzaak uit hoofde van de artikelen 348 en 350 Sv te nemen beslissing.
Algemene motiveringweergegeven onderwerpen kan [betrokkene 88] worden ondervraagd. Gelet op het feit dat [betrokkene 88] later de functie van World Captain is gaan bekleden, zou ook de vraag kunnen worden gesteld in hoeverre er mogelijk verschillen bestaan ten opzichte van de periode waarin appellant zijn functie uitoefende.
: “Op één van de wanden van het clubhuis werd een afbeelding aangetroffen en die de hiërarchische organisatie structuur van de Nationals van No Surrender weergeeft (...) Onderstaand overzicht geeft de vermoedelijke namen weer van personen op bovenstaande foto (...) I I[betrokkene 88] (Captain [naam 6] )”.
: “Dat [betrokkene 1] de nieuwe structuur initieert en daarbij door onder meer [betrokkene 2] , [betrokkene 3] en[betrokkene 87]gesteund wordt, blijkt uit onderstaande voorbeelden."
“’En als ik weg ben, dan kan jij met[betrokkene 87]gewoon landelijk allemaal doen’ en “Er wordt aangegeven dat hij ( [betrokkene 50] ) wordt toegevoegd aan [betrokkene 2] en[betrokkene 87]als drieluik (respectievelijk [betrokkene 2] en[betrokkene 87]beiden captain World)”.Het horen van deze getuige kan dan ook in redelijkheid van belang zijn voor enige in de strafzaak uit hoofde van de artikelen 348 en 350 Sv te nemen beslissing.
pagina 2195 e.v. Harka). De verdediging constateert dat het vonnis in de strafzaak van deze getuige is opgenomen in het Harka dossier, waarmee het Openbaar Ministerie (kennelijk) een verband meent te zien met de motorclub, c.q. het bestanddeel Opiumwet delicten. Onderwerpen waarover de verdediging de getuige wil bevragen zijn onder meer:
een schriftelijke rondewaarin u over en weer in de gelegenheid bent te reageren op elkaars standpunten met betrekking tot geuite onderzoekswensen. Hieronder volgt een schema met daarin de benodigde gegevens en ook alvast
de gereserveerde data bij het kabinet van de raadsheer-commissarisvoor de situatie dat het hof verzoeken om het horen van getuigen toewijst. (…)
[betrokkene 1]zijn onderzoekswensen ingediend, aangevuld per mail van 8 juni jongstleden, waarbij is verzocht de volgende getuigen te horen:
[verdachte]zijn onderzoekswensen ingediend, waarbij is verzocht de volgende getuigen te horen:
[betrokkene 1]en
[verdachte]zijn (in eerste instantie) verzocht om de getuigen 9) t/m 17) en 19) en 20) te horen. De motivering voor het horen van deze getuigen is nagenoeg eensluidend. Voor [betrokkene 1] is thans het verzoek om getuigen 19) en 20) te horen, vervallen.
[betrokkene 1]en
[verdachte]is verzocht om inzage in diverse andere zaken/dossiers te krijgen.
" ... het de wettelijke taak van het OM is om het dossier samen te stellen; niet van de verdediging. Dat is het systeem van het wetboek van strafvordering. Op basis van diezelfde regelgeving en de jurisprudentie zoals al door ons aangehaald is het aan de verdediging om goed gemotiveerd te onderbouwen waarom het noodzakelijk is dat concrete stukken worden toegevoegd."
tot 13 juli 2021in de gelegenheid zijn om te reageren op het standpunt van het openbaar ministerie’ dat vervolgens ‘een week, derhalve
tot 20 juli 2021, de gelegenheid (heeft) om te reageren’.
Onvoldoende wordt echter gemotiveerd op welke concrete strafbare feiten, die aan het oordeel van uw hof zijn onderworpen in deze zaken, die vragen betrekking hebben".De verdediging kan derhalve niet anders dan concluderen dat de advocaat-generaal het appèlschriftuur van de verdediging klaarblijkelijk niet of nauwelijks heeft gelezen.
Onderzoek van de zaak
wijsthet verzoek tot het horen van de volgende getuigen
toe:
Het hof wijst het verzoek tot het horen van de volgende getuigen af:
wijstdeze verzoeken
af.
afwijst.
wijstderhalve het verzoek tot aanvulling met de bovengenoemde stukken af. Dat geldt tevens voor het verzoek tot inzage in de dossiers. De ten aanzien van dat verzoek gegeven motivering - die erop neerkomt dat de verdediging op voorhand niet kan uitsluiten dat die dossiers processtukken bevatten waarvan de verdediging meent dat ze relevant zijn in het Harka-onderzoek - is te onbestemd dat het noodzakelijk is om die dossiers integraal in te zien.
voorzitterdoet de zaak tegen de na te noemen verdachte uitroepen.
verdachtegenaamd:
raadsliedenvan verdachte, mr. L. de Leon, advocaat te Utrecht en mr. S. Schuurman, advocaat te Breukelen, zijn evenmin ter terechtzitting aanwezig.
voorzitterverklaart het onderzoek gesloten en deelt mee, dat volgens de beslissing van het hof de uitspraak van het tussenarrest zal plaatsvinden ter terechtzitting van heden.
voorzittergaat over tot het uitspreken van het schriftelijke tussenarrest.’
verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn genaamd:
raadsliedenvan verdachte zijn mede ter terechtzitting aanwezig mr. L. de Leon, advocaat te Utrecht en mr. S. Schuurman, advocaat te Breukelen.
voorzittervermaant verdachte oplettend te zijn op hetgeen deze zal horen en deelt verdachte mede dat deze niet tot antwoorden verplicht is.
voorzitterdeelt mede:
advocaat-generaaldraagt de zaak voor.
voorzitterdeelt mee de ingekomen stukken die na het wijzen van het tussenarrest op 11 augustus 2021 bij het hof zijn binnengekomen de zaak van verdachte:
voorzitteronderbreekt het onderzoek ter terechtzitting tot 21 maart 2022 om 10:00 uur.
voorzitterhervat de onderbroken zitting van 14 maart 2022.
voorzittervermaant verdachte opnieuw oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt verdachte wederom mede dat hij niet tot antwoorden verplicht is.
mr. Schuurmannaar voren:
voorzitterdeelt mee dat het onderzoek wordt geschorst tot de terechtzitting van
16 mei 2022te
10.00 uur, waarop het onderzoek zal worden gesloten en direct uitspraak zal worden gedaan.’
"de schietpartij tussen leden van No Surrender en Satudarah in mei 2014 inEindhovenhet 'kantelpunt' betekende voor hem. Heel Nederland zag op videobeelden hoe een groepje gewapende No Surrender-mannen een woning bestormde. "Het was een onbezonnen actie van jonge jongens. Ze zeiden later dat ze een conflict wilden uitpraten. Nou, als je dat praten noemt! Maar ze hadden wel onze hesjes aan!"[verdachte]zette de leden uit de club. "Want ik kan ook niet recht praten wat krom is. Ik had dat probleem misschien nog wel met woorden kunnen oplossen. Maar ik wist van niks. Toch werd ik er door iedereen op aangesproken, door media en politie. Alles wat clubleden doen, straalde op mij af."(
Bijlage 1: artikel BN De Stem).
anderemotorclub. Die personen hebben zijn motor ingenomen. [verdachte] heeft daar volledig buiten gestaan. De schulden waren ook niet iets waar [verdachte] zich mee heeft bemoeid.
" [betrokkene 28] verklaart dat hij in de herfst van 2015 in opdracht van [verdachte] ene [betrokkene 27] een bad standing heeft gegeven, waarbij een hotrod en een vrachtwagen afgenomen zijn en de hotrod in bezit is gekomen van [verdachte] "
De hotrod heeft bij een autobedrijf in Bergen op Zoom gestaan en is nog 1 keer tentoongesteld tijdens een meeting". Dat is echter onjuist.
zelfgezegd dat die twee motoren wel konden dienen als betaling, aangezien hij toch uit de club stapte en daarmee ook klaar was met het motorrijden. Achteraf bleek één van die motoren ook nog een leasecontract te hebben.
'diegene die het in de organisatie voor het zeggen heeft'. Zoals gemotiveerd is uit de gesprekken heel duidelijk op te maken dat [verdachte] al lange tijd geen leidinggevende rol meer had binnen No Surrender. In het begin, bij de oprichting, heeft hij het voortouw genomen. Dat is echter veranderd en [verdachte] had niet langer de leiding over de motorclub.
enniet juridische termen) een leidinggevende rol heeft gehad alsmede opzet op criminele activiteiten. De conclusie van het Openbaar Ministerie dat dat anders zou zijn, welke conclusie door de rechtbank zonder enige motivering is overgenomen, is enkel en alleen gebaseerd op de titel 'generaal' en mist onderbouwing.
PERIODE
STRAFMAAT
Onderzoek van de zaak
eerstemiddel bevat als
eerstedeelklacht dat ’s hofs afwijzende beslissing op de verzoeken tot het horen van de getuigen [betrokkene 87] en/of [betrokkene 88] van een onjuiste rechtsopvatting getuigt, althans onbegrijpelijk dan wel ontoereikend gemotiveerd is. Het hof zou niet kunnen worden gevolgd in zijn oordeel dat gezien de door verdachte afgelegde inhoudelijke verklaring ‘het horen van de getuigen geen toegevoegde waarde heeft temeer nu zij niet meer dan algemene en voorlichtende informatie kunnen verschaffen, informatie die verdachte zelf al heeft verschaft of desgewenst alsnog kan verschaffen’. De vragen die in de appelschriftuur zijn geformuleerd raken volgens de steller van het middel ‘direct aan de bewezenverklaring van de rechtbank’. Voor zover het de vragen betreft die de verdediging aan deze getuigen wilde stellen ‘omtrent het oogmerk van Opiumwetdelicten’, zou het hof dat aspect niet eens in zijn afwijzende overwegingen hebben betrokken. En voor zover dat aspect er wel in zou zijn betrokken, zou de afwijzing onbegrijpelijk zijn.
tweededeelklacht houdt in dat het gebruik van PGP-berichten van [betrokkene 87] voor het bewijs onverenigbaar is met artikel 6 EVRM Pro nu de verdediging ten aanzien van deze getuige het ondervragingsrecht niet heeft kunnen uitoefenen, althans dat de bewezenverklaring, die mede op deze PGP-berichten steunt, onvoldoende met redenen omkleed is nu het hof er geen blijk van geeft te hebben nagegaan of de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM Pro gewaarborgde recht op een eerlijk proces.
tweedemiddel bevat als
eerstedeelklacht dat ’s hofs afwijzende beslissing op de verzoeken tot het horen van de getuigen [betrokkene 45] , [betrokkene 89] en [betrokkene 90] van een onjuiste rechtsopvatting getuigt, althans onbegrijpelijk dan wel ontoereikend gemotiveerd is. De inhoud van de aan deze personen te stellen vragen zou, gelet op de inhoud van de appelschriftuur, er mede toe strekken te kunnen beoordelen of de verdachte al dan niet de wetenschap had dat No Surrender het plegen van Opiumwetfeiten tot oogmerk had.
tweededeelklacht houdt in dat het gebruik van de verklaringen respectievelijk uitlatingen van [betrokkene 90] en [betrokkene 45] voor het bewijs onverenigbaar is met artikel 6 EVRM Pro nu de verdediging ten aanzien van deze getuigen het ondervragingsrecht niet heeft kunnen uitoefenen, althans dat de bewezenverklaring, die mede op deze verklaringen respectievelijk uitlatingen steunt, onvoldoende met redenen omkleed is nu het hof er geen blijk van geeft te hebben nagegaan of de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM Pro gewaarborgde recht op een eerlijk proces. Ter onderbouwing voert de steller van het middel aan dat het belang van de verdediging bij het horen van [betrokkene 45] en [betrokkene 90] had moeten worden voorondersteld nu het hof de inhoud van de verklaring van [betrokkene 45] respectievelijke PGP-berichten tussen [betrokkene 90] en (kennelijk) andere leden van No Surrender over drugshandel voor het bewijs heeft gebruikt.
manifestly irrelevant or redundant’). [11] Verbalisant [verbalisant 5] verklaart dat [betrokkene 45] betrokken blijkt te zijn bij de invoer van ruim 1000 kg cocaïne uit Suriname (bewijsmiddel 86). Verbalisant [verbalisant 11] verklaart dat tijdens een doorzoeking van het verblijfsadres van [betrokkene 45] op de vloer van de badkamer, in een linnen tas in de wasmand, en in een tas in de auto een witte stof werd aangetroffen die later positief werd getest op de aanwezigheid van cocaïne (bewijsmiddel 87).
derdemiddel, abusievelijk genummerd als tweede middel, bevat de klacht dat de afwijzende beslissing van het hof op het verzoek van de verdediging om nader omschreven (proces)stukken te mogen inzien dan wel aan het dossier toe te voegen in strijd is met het recht op een eerlijk proces, althans niet (zonder meer) begrijpelijk is. Het hof zou de redenen waarom de verdediging om kennisneming dan wel voeging van de stukken heeft verzocht (te) beperkt hebben opgevat.
vierdemiddel, abusievelijk genummerd als derde middel, bevat in de eerste plaats de deelklacht dat het hof zonder (toereikende) opgaaf van redenen is afgeweken van uitdrukkelijk onderbouwde standpunten inhoudend dat zich ten aanzien van [betrokkene 8] en/of ‘ [betrokkene 27] ’ en/of [betrokkene 21] en/of [betrokkene 24] geen bad standing heeft voorgedaan en/of dat de verdachte hiervan geen wetenschap heeft gehad, zodat deze vermeende incidenten niet aan het bewijs van het tenlastegelegde kunnen bijdragen.
Voor ‘deelneming’ in de zin van artikel 140 Sr Pro is voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. De betrokkene hoeft geen wetenschap te hebben van één of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd.
Het oogmerk hoeft niet in de tenlastelegging nader te zijn omschreven, maar moet uit de bewijsvoering blijken. Daarbij kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie al zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking – zoals dat kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie – en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.’
vijfdemiddel, abusievelijk genummerd als vierde middel, bevat de klacht dat de bewezenverklaring vanwege een innerlijke tegenstrijdigheid in het arrest onbegrijpelijk is, nu het hof in het arrest overweegt voor het bewijs geen gebruik te zullen maken van de bad standing van [betrokkene 28] , terwijl deze bad standing (en de door [betrokkene 28] daarover afgelegde verklaringen) wel degelijk voor het bewijs zijn gebruikt.
zesdemiddel, abusievelijk genummerd als vijfde middel, bevat de klacht dat de bewezenverklaring voor zover inhoudend dat de verdachte ook na februari 2016 nog heeft deelgenomen aan een criminele organisatie niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid, althans dat de bewezenverklaring in zoverre onbegrijpelijk dan wel ontoereikend gemotiveerd is.
zevendemiddel, abusievelijk genummerd als zesde middel, bevat de klacht dat het hof bij de strafoplegging is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, althans dat de strafoplegging onbegrijpelijk is.
Oplegging van straf