Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
De ontvankelijkheid van het klaagschrift.
Beoordeling door de raadkamer
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak betreft het een cassatieberoep van een klager tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn klaagschrift tegen een beschikking van de rechter-commissaris inzake beslaglegging op bedrijfspanden en ICT-back-ups in een strafrechtelijk onderzoek naar grootschalige fraude in de voedselketen.
De rechtbank Oost-Brabant had de klager niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen verschoningsgerechtigde is en op grond van art. 98 lid 4 Sv Pro alleen personen met bevoegdheid tot verschoning een klaagschrift kunnen indienen tegen de beschikking van de rechter-commissaris. De klager stelde dat ook hij als beslagene ontvankelijk zou moeten zijn, mede omdat het beslag ook geheimhoudermateriaal bevatte dat hem zou aangaan.
De Hoge Raad bevestigt dat het verschoningsrecht uitsluitend aan personen met bevoegdheid tot verschoning toekomt en dat alleen zij een klaagschrift kunnen indienen tegen de beschikking van de rechter-commissaris. De klager, niet zijnde een verschoningsgerechtigde, kan niet ontvankelijk worden verklaard in het beklag en evenmin in het cassatieberoep. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep daarom niet-ontvankelijk. Dit oordeel volgt uit een zorgvuldige interpretatie van art. 98 Sv Pro en eerdere jurisprudentie, waaronder de beschikking van 13 oktober 2015.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het cassatieberoep tegen de beschikking van de rechter-commissaris.