ECLI:NL:HR:2017:3068

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 december 2017
Publicatiedatum
5 december 2017
Zaaknummer
17/03182
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 445 SvArt. 98 lid 4 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatieberoep tegen beschikking in strafrechtelijk onderzoek

De betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, betreffende een bezwaarschrift in een strafrechtelijk onderzoek. Namens de betrokkene heeft een advocaat een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal concludeerde dat de betrokkene niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de wet geen cassatieberoep tegen dergelijke beschikkingen toestaat.

De Hoge Raad heeft vervolgens het beroep op ontvankelijkheid beoordeeld en geoordeeld dat artikel 445 van Pro het Wetboek van Strafvordering alleen cassatieberoep tegen beschikkingen toestaat in de daarin genoemde gevallen. Omdat de onderhavige beschikking niet onder die gevallen valt, kan het beroep niet worden ontvangen.

Daarom heeft de Hoge Raad de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep. De beschikking is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 5 december 2017.

Uitkomst: De betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep tegen de beschikking.

Uitspraak

5 december 2017
Strafkamer
nr. S 17/03182 B
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 31 mei 2017, nummer 02/820217-17, op een bezwaarschrift in de strafzaak tegen:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd dat de betrokkene niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Volgens art. 445 Sv Pro staat tegen beschikkingen beroep in cassatie alleen open in de gevallen in dat wetboek bepaald.
Nu in dat wetboek geen bepaling voorkomt volgens welke tegen een beschikking als de onderhavige beroep in cassatie openstaat, kan de betrokkene in het ingestelde beroep niet worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-presidentJ. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 december 2017.