Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
5 december 2017.
Hoge Raad
De betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, betreffende een bezwaarschrift in een strafrechtelijk onderzoek. Namens de betrokkene heeft een advocaat een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal concludeerde dat de betrokkene niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de wet geen cassatieberoep tegen dergelijke beschikkingen toestaat.
De Hoge Raad heeft vervolgens het beroep op ontvankelijkheid beoordeeld en geoordeeld dat artikel 445 van Pro het Wetboek van Strafvordering alleen cassatieberoep tegen beschikkingen toestaat in de daarin genoemde gevallen. Omdat de onderhavige beschikking niet onder die gevallen valt, kan het beroep niet worden ontvangen.
Daarom heeft de Hoge Raad de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep. De beschikking is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 5 december 2017.
Uitkomst: De betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep tegen de beschikking.