Conclusie
Nummer20/04341 P
eerste middelbehelst de klacht dat het hof het verzoek tot het horen van de getuigen [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] , [getuige 4] , [getuige 5] , [getuige 6] , [getuige 7] , [getuige 8] , [getuige 9] , [getuige 10] , [getuige 11] , [getuige 12] , [getuige 13] en [getuige 14] ontoereikend gemotiveerd heeft afgewezen, althans dat deze afwijzing onbegrijpelijk is.
tweede middelbehelst de klacht dat het hof bij de afwijzing van het verzoek tot het horen van de getuigen [getuige 15] , [getuige 16] , [getuige 17] , [getuige 18] , [getuige 19] , [getuige 20] , [getuige 21] , [getuige 22] en [getuige 23] ten onrechte heeft geoordeeld dat het noodzakelijkheidscriterium van toepassing is. Ik zie aanleiding het eerste en tweede middel gezamenlijk te bespreken.
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd”, 2 primair “
medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd”en 4. “
als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven”. Bij arrest van 26 juni 2013 heeft het gerechtshof Den Haag het vonnis van de rechtbank bevestigd, behalve ten aanzien van de strafoplegging en de vorderingen van de benadeelde partijen.
met als toelichting:“af: niets mee te maken gehad. Eigenaren zelf verbouwd (zie taxaties voor en na verbouwing)”.
De rechtbank overweegt dat het ongebruikelijk is om kosten of uitgaven in een administratie op te nemen die in het geheel niet tot de lopende bedrijfsactiviteiten horen. De rechtbank begrijpt de relevantie van de opname van deze post met het oog op de verdenking tegen veroordeelde dat hij betrokken was bij fraude ten aanzien van dit pand.
en een bedrag van € 5.000. De rechtbank begrijpt deze verwijzing als een verwijzing naar de door [getuige 19] in dit onderzoek afgelegde verklaring op 24 november 2010 waarin hij heeft verklaard dat hij € 5.000 van veroordeelde heeft ontvangen. Voornoemde bedragen zijn onderdeel van de optelsom van de totale ontvangsten en daaronder de rekensom van de ontvangsten minus de kosten. Dit wijst erop dat de stukken zijn opgemaakt nadat [getuige 19] zijn verklaring in deze zaak op 24 november 2010 heeft afgelegd.
Daarnaast verzoekt de verdediging om als getuigen te mogen horen, door (terug)verwijzing van de zaak naar de r-c of rh-c:
.”
ontnemingszaak– (zoals in casu) op tegenspraak heeft plaatsgevonden en de getuige uitsluitend in de
hoofdzaakhetzij ter terechtzitting, hetzij bij de rechter-commissaris is gehoord.
aanvullendkan (of moet) verklaren. [4]
Het tweede middel