Conclusie
“mensenhandel, meermalen gepleegd”. Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 9 november 2017 het vonnis van de rechtbank bevestigd. Inmiddels heeft de Hoge Raad de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep, waarmee de strafzaak jegens de betrokkene onherroepelijk is geworden.
4. Op de voet van art. 410 lid 3 Sv Pro verzoekt appellant voor de terechtzitting in hoger beroep de volgende getuigen op te roepen, opdat zij aldaar kunnen worden gehoord:
9. T.a.v. aangeefster [slachtoffer 1] :
13. T.a.v. aangeefster [slachtoffer 4] :
16. T.a.v. aangeefster [slachtoffer 2]
18. T.a.v. aangeefster [slachtoffer 3]
21. T.a.v. aangeefster [slachtoffer 5]
Achter de zin:Daarbij neemt het hof, naast het hiervoor overwogene, in overweging dat enerzijds de onderbouwing van de verzoeken door de verdediging onvoldoende is geconcretiseerd en gemotiveerd in het licht van”
zou behoren te staan tegen welk licht de verzoeken gehouden zijn. De zin wordt echter gevolgd door het woordje “anderzijds”. De zin lijkt aldus niet compleet met het gevolg dat dit deel van de afwijzing onbegrijpelijk en ontoereikend is gemotiveerd”
nadat de getuige in de hoofdzaak is gehoord. Naar mijn inzicht hangt dit af van de inhoud van de ontnemingsrapportage. In geval van een concrete voordeelberekening, waarin voordeel wordt geschat dat afkomstig is van specifiek omschreven delicten, volgt het financieel rapport doorgaans een betrekkelijk vast stramien. Eerst worden de relevante onderzoeksresultaten opgesomd. Daaraan worden gevolgtrekkingen verbonden omtrent de omvang van bepaalde voordeelposten (en eventueel kostenposten). Het geheel wordt afgesloten met een berekening die is opgebouwd uit positieve (respectievelijk negatieve) bedragen, waarvan de uitkomst het wederrechtelijk verkregen voordeel representeert. Voor de gevolgtrekkingen en de berekening is alleen de financieel rapporteur verantwoordelijk. Indien de relevante onderzoeksresultaten die aan deze berekening ten grondslag zijn gelegd een-op-een zijn ontleend aan de verklaring die de getuige in de hoofdzaak in aanwezigheid van de verdediging heeft afgelegd, vermag ik wederom niet in te zien wat de meerwaarde is van een herhaald verhoor van deze getuige omtrent hetgeen hij of zij eerder heeft verklaard over het door hem of haar ondervonden nadeel. Dit wordt niet anders doordat de financieel rapporteur aan de inhoud van de getuigenverklaring gevolgtrekkingen heeft verbonden omtrent de omvang van met dat nadeel corresponderend voordeel.
witnesses against a person charged with a criminal offence’ in de zin van artikel 6 lid Pro 3, onder d, EVRM, zijn “
persons whose deposition may serve to a material degree as the basis for a conviction and which thus constitutes evidence for the prosecution”. [8] Dit betreft een materieel, in de zin van:
inhoudelijkcriterium; het gaat om getuigen van wie de verklaring bewijs levert ten laste van de verdachte. Alle bewijs tegen de verdachte moet in beginsel in zijn aanwezigheid op de terechtzitting worden geleverd, [9] met dien verstande dat “
the use as evidence of statements obtained at the stage of a police inquiry and judicial investigation is not in itself inconsistent with Article 6 §§ 1 and 3 (d). As a rule, these rights require that the defendant be given an adequate and proper opportunity to challenge and question a witness against him – either when that witness is making his statements or at a later stage of the proceedings, provided that the rights of the defence have been respected (…).” [10] Tot zover niks nieuws.
must in principle be presumed.” [11] De Hoge Raad vat dit als volgt op: “
De uitspraak van het EHRM in de zaak Keskin heeft tot gevolg dat in bepaalde gevallen het belang bij het oproepen en horen van een getuige moet worden voorondersteld, zodat van de verdediging geen nadere onderbouwing van dit belang mag worden verlangd.” [12] Hij voegde daaraan toe: “
Dat is aan de orde als het verzoek betrekking heeft op een getuige ten aanzien van wie de verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen, terwijl deze getuige al – in het vooronderzoek of anderszins – een verklaring heeft afgelegd met een belastende strekking.” Het gaat de Hoge Raad uitsluitend om getuigen die nog niet in aanwezigheid van de verdediging zijn gehoord. Voor het EHRM is dat in beginsel niet anders. ‘Keskin’ heeft het oog op
untested witnesses, oftewel
ongehoorde getuigen.
ongehoorde getuige ingeval de getuige weliswaar (nog) niet in de ontnemingszaak, maar wel in de daaraan voorafgaande hoofdzaak een verklaring heeft afgelegd, zulks ten overstaan van een rechter en in aanwezigheid van de verdediging die bij deze gelegenheid de getuige heeft kunnen ondervragen en confronteren met informatie die afwijkt van de (eerder) door de getuige afgelegde verklaring.