Conclusie
4.De beslissing
2.Juridisch kader
alle informatie in één keermoet worden verschaft.
juist en volledigoverzicht van
allein art. 285 Fw Pro genoemde gegevens te verstrekken [21] . Daarnaast heeft ook de gemeente(lijke kredietbank) de verantwoordelijkheid om de verklaring op te stellen en af te geven op basis van die door de schuldenaar verschafte gegevens. Dit volgt uit art. 285 lid 2 Fw Pro. In de nota naar aanleiding van het verslag wordt hierover het volgende gezegd:
kanverlenen om (ontbrekende) gegevens aan te vullen. De griffier geeft bericht van deze termijn aan de gemeentelijke instelling die de verklaring van art. 285 lid 1 onder Pro f Fw verstrekt, met als achterliggende gedachte om die gemeentelijke instelling betrokken te houden bij de behandeling van het verzoek. Voor het geval de reden van de vertraging bij deze instelling ligt, wordt zij op deze wijze op haar plicht tot medewerking gewezen [25] . Slaagt men er ook in die maand niet in een volledig dossier aan de rechtbank te overleggen, dan bepaalt art. 287 lid 2 Fw Pro dat de schuldenaar niet-ontvankelijk wordt verklaard [26] . Overigens hoeft deze niet-ontvankelijkheid als gezegd niet in de weg te staan aan een nieuw WSNP-verzoek, zodra de stukken wel compleet zijn [27] .
afwijzing van het verzoekin hoger beroep kan worden gekomen en wordt niets bepaald over een
niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek, maar de Hoge Raad heeft geoordeeld dat een niet-ontvankelijkverklaring als een afwijzende uitspraak in de zin van die bepaling moet worden beschouwd [28] . In hoger beroep heeft de schuldenaar nogmaals de kans om een juist en volledig overzicht van alle in art. 285 Fw Pro vereiste gegevens te verstrekken [29] .
3.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel 1stelt [verzoeker] aan de orde of het oordeel in rov. 3.3 dat [verzoeker] heeft verzuimd een opgave van zijn bezittingen en inkomsten over te leggen en de door [verzoeker] overgelegde schuldenlijst onvoldoende is gespecificeerd, onjuist is of ontoereikend is gemotiveerd. Volgens de klacht heeft het hof bij de boordeling of [verzoeker] tijdig alle benodigde informatie heeft bijgebracht door het gebruik van de woorden ‘verzuimd’ en ‘onvoldoende gespecificeerd’ [verzoeker] een verwijt maakt van de incompleetheid van het verzoek en daarmee een te strenge toets aangelegd of onvoldoende rekening gehouden met de stelling van [verzoeker] dat hij afhankelijk is van de tijdige medewerking van de gemeente en dat de gemeente hem de benodigde informatie nog niet had verstrekt. [verzoeker] heeft zich immers ingespannen om het hof naar behoren te informeren en het hof had hem een nadere termijn moeten geven.
onder 1 en 1.9-1.11van de toelichting op onderdeel 1 wordt aangevoerd. Het ontbreken van de gemeentelijke verklaring ex art. 285 lid 1 sub f Fw Pro was overigens niet het enige dat niet of niet volledig is overgelegd. Het hof heeft daarnaast in rov. 3.3 de volgende gebreken vastgesteld:
onder 1.10 en 1.11hierover aan dat dit oordeel ontoereikend is gemotiveerd, omdat het hof onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn stelling dat hij hiervoor afhankelijk is van de gemeente. Deze klacht stuit eveneens op het voorgaande af. Ik wijs er verder op dat [verzoeker] in de procesinleiding niet verwijst naar een stuk dat een opgave van bezittingen en inkomsten vormt en ik dat zelf ook niet in het dossier heb aangetroffen, zodat er vanuit kan worden gegaan dat dit stuk ontbreekt.
onder 1.12 en 1.13aan dat ook dit oordeel ontoereikend is gemotiveerd, omdat hij aan de rechtbank gedocumenteerd met producties heeft uitgelegd dat de beweerde schuld is ontstaan als gevolg van een veroordeling in privé voor een zakelijke schuld.
onder 1.5-1.9aankaart, is niet voldoende dat [verzoeker] zich heeft ingespannen om de rechtbank en vervolgens het hof volledig te informeren. Het is immers zijn verantwoordelijkheid om een juist en volledig overzicht van alle in art. 285 Fw Pro genoemde gegevens te verstrekken. In tegenstelling tot hetgeen ter toelichting
onder 1.10-1.13wordt aangevoerd, is het hofoordeel dat [verzoeker] niet alle gegevens heeft verstrekt, niet onbegrijpelijk. Omdat een niet-ontvankelijkheid wegens niet tijdig overgelegde gegevens niet in de weg staat aan een nieuwe aanvraag na complementering van de benodigde stukken, is hier geen te strenge toets aangelegd. Onderdeel 1 ketst op dit een en ander af.
onderdeel 2betoogt [verzoeker] dat het oordeel in rov. 3.3 dat er geen reden is [verzoeker] alsnog in de gelegenheid te stellen de ontbrekende informatie aan te leveren ontoereikend is gemotiveerd, omdat de redenen die het hof daaraan ten grondslag heeft gelegd feitelijk onjuist zijn en voor zover wel feitelijk juist, deze de beslissing niet kunnen dragen, nu het hof ten onrechte geen (voldoende) rekening heeft gehouden met de in onderdeel 1 genoemde afhankelijkheid van [verzoeker] van de uitblijvende informatievoorziening vanuit de gemeente.
kangunnen om de ontbrekende gegevens te verstrekken [37] . Dit wijst op een discretionaire bevoegdheid; de rechter kan een WSNP-verzoeker ook direct niet-ontvankelijk verklaren [38] . Dat is met zoveel woorden ook aan de orde geweest bij de parlementaire behandeling (nota naar aanleiding van het verslag) [39] . Dat hier sprake is van een discretionaire bevoegdheid, brengt mee dat een rechterlijk oordeel dat geen herstelmogelijkheid wordt gegund maar in beperkte mate kan worden getoetst in cassatie. Als de rechter niet onder ogen heeft gezien dat hier een discretionaire verlengingsbevoegdheid aan de orde is, dan geeft zijn oordeel blijk van een onjuiste rechtsopvatting [40] - maar daarvan is hier geen sprake.
Onder 2.1-2.2van de toelichting betoogt hij dat de rechtbank hem op 23 mei 2022 niet heeft gewezen op het ontbreken van informatie, maar wel haar wens te kennen heeft gegeven dat [verzoeker] haar via de gemeente waarin hij woont zou informeren.
op het ontbreken van informatieheeft gewezen niet geheel juist is – de rechtbank heeft immers alleen medegedeeld dat bij een WSNP-verzoek bepaalde gegevens moet worden verstrekt – kan de betreffende passage in het arrest zo worden gelezen dat [verzoeker] bij brief van 23 mei 2022 wel degelijk op het belang van het verstrekken van informatie is gewezen. Het hof overweegt immers daarna ook dat het belang van het aanleveren van de informatie op 7 juli 2022 nogmaals door de rechtbank onder de aandacht van [verzoeker] is gebracht. Het gaat er dus om dat [verzoeker] al bij brief van 23 mei 2022 op de hoogte moet zijn geweest van het belang van het verstrekken van de betreffende informatie en niet zozeer dat [verzoeker] op dat moment al wist dat bepaalde informatie ontbrak.
onder 2.3wijst op zijn afhankelijkheid van de gemeente, verwijs ik naar de bespreking van onderdeel 1 over hetzelfde.
Onder 3.3-3.6licht [verzoeker] toe dat het hof niet voorbij kon gaan aan zijn stelling dat hij voldoende zekerheid had gesteld jegens de aanvragers van zijn faillissement voor eventueel naderhand blijkende betalingsverplichtingen.
Onder 3.7-3.8wijst hij op zijn stelling dat hij het voornemen heeft om bij toelating zijn schuldeisers voor zoveel als mogelijk te voldoen, zodat van betalingsonwil geen sprake is.