ECLI:NL:PHR:2012:BW6714
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende stabiliteit
Verzoekers hebben voor de tweede maal een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend nadat een eerder verzoek was afgewezen door rechtbank en hof. De schulden betreffen onder meer verkeersboetes, terugvorderingen van bijstands- en WW-uitkeringen. De rechtbank en het hof oordeelden dat verzoekers niet te goeder trouw waren geweest ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van de schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek en dat hun financiële situatie onvoldoende stabiel was om aan de verplichtingen van de regeling te voldoen.
In cassatie worden negen klachten ingebracht, waaronder over de motivering van het hof, het gebruik van stukken uit een ingetrokken verzoek om voorlopige voorziening, en de verantwoordelijkheid voor de juistheid van schuldenoverzichten. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de verkeersboetes en andere schulden niet te goeder trouw zijn ontstaan en dat verzoekers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij zich aan de verplichtingen zullen houden.
De Hoge Raad bevestigt dat de verantwoordelijkheid voor een volledig en juist schuldenoverzicht bij de verzoekers ligt en dat het hof binnen de grenzen van de rechtsstrijd vrijelijk feiten mag betrekken die in het dossier zijn opgenomen. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende aannemelijkheid dat verzoekers aan de verplichtingen zullen voldoen.