ECLI:NL:HR:2007:AZ7774
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Toepassing schuldsaneringsregeling bij faillietverklaring natuurlijke persoon in hoger beroep
In deze zaak ging het om het verzoek tot faillietverklaring van een natuurlijke persoon, dat door de rechtbank in eerste aanleg was afgewezen. De eiser in hoger beroep stelde dat het hof het faillissement alsnog moest uitspreken. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak het faillissement uit. De Hoge Raad werd gevraagd dit arrest te beoordelen.
De Hoge Raad overwoog dat de artikelen 3 en 3a van de Faillissementswet ertoe strekken om voorrang te geven aan de schuldsaneringsregeling boven faillissement bij natuurlijke personen. Artikel 3 lid 1 verplicht Pro de griffier van de rechtbank om de schuldenaar te informeren over de mogelijkheid tot schuldsanering. Artikel 3a lid 2 bepaalt dat de behandeling van een faillissementsverzoek wordt geschorst als gelijktijdig een verzoek tot schuldsanering aanhangig is.
De Hoge Raad stelde vast dat wanneer het faillissementsverzoek in eerste aanleg is afgewezen, de kennisgeving door de griffier van de rechtbank over de schuldsaneringsregeling voldoende is en niet opnieuw door het hof in hoger beroep hoeft te worden gedaan. Indien de schuldenaar vóór de behandeling van het hoger beroep geen verzoek tot schuldsanering heeft ingediend, wordt aangenomen dat hij daarvan bewust heeft afgezien.
In deze zaak had de schuldenaar geen verzoek tot schuldsanering ingediend, ondanks de kennisgeving. Daarom kon het middel dat het hof eerst een verzoek tot schuldsanering had moeten afwachten niet slagen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het faillissement van de verzoeker zoals uitgesproken door het hof.