Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
medeplegen van moord” en 2. “
medeplegen van een lijk verbergen, wegvoeren en wegmaken met het oogmerk om het feit en de oorzaak van overlijden te verhelen”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeventien jaar en zes maanden met aftrek van voorarrest als bedoeld in artikel 27(a) Sr. Daarnaast heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen, een en ander zoals vermeld in het bestreden arrest.
eerste middelbehelst de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro in de cassatiefase is overschreden, omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
tweede middelbehelst de klacht dat het hof de strafoplegging ontoereikend heeft gemotiveerd.
derde middelklaagt over de vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.
vierde middelklaagt dat het hof niet (afdoende) heeft gerespondeerd op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging dat de verdachte van het onder 1 primair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken aangezien het scenario dat niet de verdachte maar een medeverdachte het slachtoffer heeft gedood veel waarschijnlijker is.
bevestigde zij dat.
pag. 1303)
Het middel van de benadeelde partij
Reiskosten uitvaart € 280,49
Reiskosten strafzaak € 761,54
Reiskosten hoger beroep € 291,60
Overnachting strafzaak € 154,00
Verstrooien as € 99,00
Rouwbloemen € 162,95
in persoon– dat wil zeggen: zonder gemachtigde – wordt geprocedeerd. Procedeert de benadeelde partij echter (zoals in deze zaak)
met een gemachtigde of advocaat, dan komen in beginsel slechts de kosten voor salaris en noodzakelijke verschotten van de gemachtigde voor vergoeding in aanmerking. De rechter moet op grond van artikel 237 lid 3 Rv Pro het bedrag van de proceskosten begroten. Het begroten van de hoogte van de proceskosten geldt slechts voor zover het gaat om kosten die vóór de uitspraak zijn gemaakt.
strafjuristen) onbillijk voorkomt, maar het is mijns inziens wel de consequentie van de door de Hoge Raad aanvaarde toepasselijkheid van de maatstaven van civiel (proces)recht op de vordering van de benadeelde partij. [12] Mede om die reden, zo moet ik aannemen, heeft de Hoge Raad in zijn overzichtsarrest benadeelde partij de artikelen 237 tot en met 241 Rv opgenomen onder de opsomming van toepasselijke bepalingen.
gehouden [13] – om de door de benadeelde partij gevorderde reiskosten voor het bijwonen van de uitspraak bij de begroting van de proceskosten buiten beschouwing te laten. [14] Het middel faalt om die reden.