Conclusie
Nummer19/05975
De procesgang in cassatie
“valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd”, “van het plegen van witwassen een gewoonte maken, begaan door een rechtspersoon”, “medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon”en
“medeplegen van het plegen van witwassen een gewoonte maken, begaan door een rechtspersoon”veroordeeld tot een geldboete van € 18.000,-.
Het eerste middel
“2. zij in de periode van 3 november 2011 tot en met 16 september 2013 in Nederland, van voorwerpen, te weten geldbedragen tot een totaal bedrag van Euro 347.101 (exclusief BTW) de werkelijke aard heeft verhuld en die geldbedragen voorhanden heeft gehad terwijl zij, verdachte, telkens wist dat die geldbedragen - onmiddellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, terwijl zij, verdachte, daarvan een gewoonte heeft gemaakt”
Zoals reeds vrijdag gemeld zal ik gaarne invulling geven aan de door jou gewenste 2-hoofdigheid van bestuur in [project 1] .Ik ga hierbij uit van de volgende veronderstellingen:(…)[verdachte] BV maakt bij de uitvoering van deze opdracht gebruik van directe en/of indirecte medewerkers van [A] B.V. en/of [A] B.V. Ter zake is bij jou bekend dat ik in elk geval [betrokkene 1] (…) bij het project wens te betrekken.”
Pag. 5:(…) Ik ben in de zomer van 2010, ik denk juni, telefonisch benaderd door [betrokkene 1] . Hij was sedert mei 2010 als business-controller werkzaam op het project [project 1] in Luxemburg namens SNSPF .(…)Een week op twee na het eerste telefonische contact werd ik rond eind juni 2010 teruggebeld door [betrokkene 1] . Hij vroeg feitelijk aan mij of ik per september 2010 bij [project 1] aan de slag zou kunnen gaan. [betrokkene 1] zegde toe dat [medeverdachte] de verdere gang van zaken, waaronder het tarief en het contract met mij zou gaan regelen.Pag. 6:Ik denk dat [medeverdachte] mij begin juli 2010 telefonisch heeft benaderd. Hij vertelde mij dat hij van [betrokkene 1] vernomen had dat ik voor [project 1] wilde gaan werken. [medeverdachte] vertelde mij dat de reisuren naar Luxemburg voor 50% van het uurtarief werden vergoed en dat hij € 0,60 per km vergoed kreeg. [medeverdachte] vroeg mij naar mijn uurtarief. Ik heb hem gezegd € 110,00. [medeverdachte] ging hiermede akkoord en vertelde mij dat hij deze gegevens door zou geven aan [betrokkene 4] van [A] . Ik heb vervolgens telefonisch een afspraak gemaakt met [betrokkene 4] .(…)Voor mij was [medeverdachte] de contactpersoon bij [A].”
Nadat gehoorde is gevraagd door wie en wanneer hij voor het eerst is benaderd om werkzaamheden ten behoeve van SNSPF te gaan verrichten, verklaarde hij als volgt: “Dat was ergens in 2010. Ergens in juli, net na de vakantie. Ik heb de eerste stukken gehad in augustus. [medeverdachte] belde me begin juni, eind mei.”Nadat gehoorde is gevraagd aan wie en omstreeks wanneer hij zijn Curriculum Vitae verstuurd heeft inzake zijn toekomstige werkzaamheden voor SNS, verklaarde hij als volgt:“Ja, dat wilden ze vanuit de bank hebben. Dat heb ik gestuurd naar [A] . [medeverdachte] was [A] voor mij.”
Erik,
De niet verstuurde email (D-67) waarin ik voorstel de [project 1] -marge te delen heb ik voor 22 juli (het hof begrijpt: 2011) aan [betrokkene 4] overhandigd.”
(…)
Ik ging er 100% vanuit dat allereerst we onze verliezen gingen zuiveren. Dat deze meevaller ook voor een stukje voortvloeide uit mijn “risico-gemak” van de vaste vergoeding. (...) Kortom eigenlijk wil echt graag allereerst ons verlies compenseren.
[betrokkene 4] ,
Het tweede middel
valsefacturen in een
legalebedrijfsadministratie bij uitstek een handeling is die niet alleen (objectief gezien) gericht is op het onttrekken van het zicht op de herkomst van het geld, maar ook uitermate geschikt is om zulk een schijnwerkelijkheid te bewerkstelligen, behoeft volgens mij verder geen betoog. [9]
Het derde middel
verwijt 8” (inderdaad, feit 8 in de zaak van [medeverdachte] ), en de subonderdelen zijn volledig toegesneden op de zaak van [medeverdachte] . Ik geef als voorbeeld (de volledige subconclusie van onderdeel B, onder 10.24): “
Conclusie: er is geen sprake van een doen of nalaten zoals vereist voor een bewezenverklaring van artikel 328ter Sr. Ook om die reden dient cliënt hiervan te worden vrijgesproken.” Subconclusie van onderdeel C (10.28) luidt: “
Gelet op het voorgaande is geen sprake van het aannemen van een gift of belofte. Zo ook om die reden dient cliënt van het omkopingsverwijt te worden vrijgesproken.” Aan de verdachte is echter geen ‘328ter Sr’, respectievelijk ‘omkopingsverwijt’ ten laste gelegd; dat geldt alleen voor [medeverdachte] .
Het vierde middel
”