Conclusie
eerste middelklaagt over de afwijzen van het verzoek om de getuigen [aangeefster 1] , [benadeelde] en [aangeefster 2] te horen.
26..Het eerste middelfaalt.
tweede middelklaagt dat het hof ondanks een toezegging de zich in het dossier bevindende camerabeelden van het incident bij de [A] te tonen dit heeft “nagelaten”.
32..Het tweede middelfaalt ook.
derde middelklaagt over schending van art. 6 EVRM Pro en in het bijzonder het recht van verdachte om aanwezig te zijn bij de behandeling van zijn zaak. Het hof had na de beslissing op het wrakingsverzoek de zaak niet buiten aanwezigheid van verdachte mogen behandelen, althans onderzoek moeten doen naar de afwezigheid van verdachte.
38.. Het derde middelfaalt eveneens.
vierde middelklaagt over de motivering van de bewezenverklaring van de belaging van [aangeefster 1] , meer in het bijzonder over de ‘stelselmatigheid’.
45.Het vierde middelis tevergeefs voorgesteld.
vijfde middelklaagt over de motivering van de bewezenverklaring van de belaging van de medewerkers van een advocatenkantoor. Meer in het bijzonder wordt geklaagd dat de handelingen van de verdachte zich hebben afgespeeld in een (beperkt) aantal uren op een dag en dat het alleen telefonisch contact betrof.
59..Het vijfde middelslaagt.
zesde middelklaagt over het afwijzen van het verzoek om de behandeling van de zaak aan te houden. De beslissing van het hof is volgens de steller van het middel onvoldoende gemotiveerd, althans zonder nadere motivering onbegrijpelijk.
zevende middelklaagt over het afwijzen van het verzoek tot verwijzing van de zaak ter behandeling door een ander hof. Ook die beslissing van het hof is volgens de steller van het middel onvoldoende gemotiveerd, althans zonder nadere motivering onbegrijpelijk.
70..Het zesde middelfaalt.
zevende middelover de afwijzing van het verzoek te verwijzen naar een ander hof. Voor zover geklaagd wordt dat het hof de verkeerde maatstaf heeft gebruikt het volgende. Art. 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie (verder: RO) [32] luidt als volgt: