Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De zaak
3.Het eerste middel
Niet-ontvankelijkheidperiode vóór 17 oktober 2011: geseponeerde zaak.
4.Het tweede middel
(Herhaalde) verzoeken verdediging
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor meervoudige mensenhandel gepleegd tussen april 2010 en mei 2014, met een gevangenisstraf van 29 maanden en een schadevergoedingsmaatregel van €6.000 aan het slachtoffer. Het hof verwierp het niet-ontvankelijkheidsverweer van de verdediging met betrekking tot een eerdere sepotperiode tot 18 oktober 2011, oordelend dat er sprake was van nieuwe bezwaren en dat artikel 255 Sv Pro niet van toepassing was.
De verdediging verzocht herhaaldelijk om het horen van een belastende getuige die nog niet was gehoord, wiens verklaring door het hof was gebruikt. Dit verzoek werd door het hof afgewezen met de motivering dat het horen van deze getuige niet van belang was voor de beantwoording van de bewijsvragen. De Hoge Raad oordeelt dat het belang bij het oproepen van deze getuige moet worden voorondersteld en dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verzoek werd afgewezen.
Verder heeft het hof nagelaten te beoordelen of de procedure als geheel voldoet aan het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro, met name gezien het gewicht van de verklaring en het ontbreken van compenserende factoren. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug aan het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe behandeling van het beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens schending van het recht op ondervragingsrecht van een belastende getuige.