ECLI:NL:HR:2005:AU3495
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- B.C. de Savorin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging strafrechtelijke kwalificatie belaging zonder eis aan ernstige emotionele gevolgen
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor belaging ex art. 285b Sr. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte in een periode van bijna een jaar stelselmatig en wederrechtelijk inbreuk maakte op de persoonlijke levenssfeer van twee slachtoffers door onder meer het schrijven van brieven, ongewenst betreden van de woning, hinderlijk volgen en andere gedragingen.
De Hoge Raad oordeelde dat de wet niet vereist dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer aanmerkelijk moet zijn, noch dat er sprake moet zijn van ernstige emotionele gevolgen of een enorme verstoring van het dagelijks leven van het slachtoffer. Het effect van de gedragingen wordt aan objectieve maatstaven getoetst. Het hof had op basis van de aard, duur, frequentie en intensiteit van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden, terecht de feiten als belaging gekwalificeerd.
Het cassatieberoep werd verworpen omdat de middelen geen onjuiste rechtsopvatting of onvoldoende bewijs aantoonden. De Hoge Raad bevestigde daarmee de strafrechtelijke kwalificatie en de opgelegde straf van vijf maanden gevangenisstraf, voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor belaging tot vijf maanden gevangenisstraf, voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.