ECLI:NL:HR:2013:BZ3626

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 maart 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
11/01972
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285b.1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring belaging

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin verdachte werd veroordeeld wegens belaging, gepleegd door het sturen van meerdere sms-berichten met bedreigingen aan het slachtoffer in de periode van oktober 2008 tot januari 2009.

De bewezenverklaring steunde op verklaringen van het slachtoffer en de verdachte, alsmede op proces-verbalen van aangifte en verhoor. Het slachtoffer verklaarde stelselmatig belaagd te zijn en angst te hebben gekregen door de sms-berichten. De verdachte gaf toe de sms-berichten uit frustratie te hebben gestuurd.

De Hoge Raad oordeelt dat de motivering van de bewezenverklaring ontoereikend is, omdat de bewijsmiddelen slechts aangeven dat het slachtoffer vele bedreigingen per sms heeft ontvangen, zonder nadere concretisering van aard, duur, frequentie en intensiteit van de gedragingen. Dit is onvoldoende om belaging als bedoeld in art. 285b Sr te bewijzen.

Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde beoordeling op het bestaande hoger beroep.

Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.

Uitspraak

12 maart 2013
Strafkamer
nr. S 11/01972
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 maart 2011, nummer 22/005094-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.J. Sol, advocaat te Terneuzen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring.
2.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"zij in de periode van 01 oktober 2008 tot en met 15 januari 2009 in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [betrokkene 1], met het oogmerk [betrokkene 1] te dwingen iets te dulden en vrees aan te jagen, immers heeft zij, verdachte [betrokkene 1] meermalen een sms bericht gestuurd."
2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
"1. Het proces-verbaal van aangifte van de regiopolitie Zeeland, team Axel, nr. PL196E/08-109678, d.d. 10 december 2008, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:
als de op 10 december 2008 tegenover deze opsporingsambtenaar afgelegde verklaring van [betrokkene 1]:
In de periode van 1 oktober 2008 tot en met 10 december 2008 ben ik stelselmatig belaagd door [verdachte]. Zij heeft in die periode in Nederland wederrechtelijk en stelselmatig inbreuk gemaakt op mijn levenssfeer met het oogmerk mij te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen. Na de dood van mijn ex-man [betrokkene 2] op 1 oktober 2008 kreeg ik van haar vele bedreigingen naar mijn hoofd geslingerd middels SMS berichten op mijn telefoonnummer 06-[001]. Ik heb op geen enkele van deze SMS berichten gereageerd. In verband met de sms'jes ben ik zeer angstig geworden dat een lid van de familie [van verdachte] mij of mijn kinderen wat zal aandoen.
2. Het proces-verbaal van verhoor van aangever van de regiopolitie Zeeland, team Axel, nr. PL196E/08-109678, d.d. 15 januari 2009, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:
als de op 15 januari 2009 tegenover deze opsporingsambtenaar afgelegde verklaring van [betrokkene 1]:
Ik word na 10 december 2008 nog steeds stelselmatig lastiggevallen door [verdachte]. Ik heb tot eergisteren nog sms-berichten op mijn GSM ontvangen.
3. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 28 februari 2011:
Het klopt dat ik in de periode van 1 oktober 2008 tot en met 15 januari 2009 in Nederland meerdere malen sms-berichten via mijn telefoon met het telefoonnummer 06[002] heb gestuurd naar [betrokkene 1]. Na mijn gesprek op 25 oktober 2008 met de politieambtenaar [verbalisant 1] heb ik nog sms-berichten naar haar gestuurd. Ik heb [betrokkene 1] die berichten gestuurd uit frustratie."
2.3. Vooropgesteld moet worden dat bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in art. 285b, eerste lid, Sr van belang zijn de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.
2.4. In het licht hiervan is de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd, mede in aanmerking genomen dat de gebezigde bewijsmiddelen over de aard van de gedragingen van de verdachte niet meer inhouden dan dat de aangeefster per sms "vele bedreigingen" van de verdachte heeft ontvangen.
2.5. Het middel slaagt.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 12 maart 2013.