Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerstemiddel klaagt over het ter terechtzitting van 24 juni 2019 door de oudste raadsheer gegeven bevel tot verwijdering van de voice-recorder van de verdachte.
BFK: ik begrijp) b IVBPR’ waardevol zijn en er zouden ook geen veiligheids- of privacybelangen zijn om de verdachte het recht te ontzeggen een eigen opname te maken nu de zitting openbaar is en de griffier wel een opname mag maken. Hoewel tegen beslissingen in het kader van de ordehandhaving geen cassatieberoep openstaat, zou dit de mogelijkheid van toetsing aan specifieke rechtsbelangen ‘zoals hiervoor genoemd (art. 6 EVRM Pro)’ volgens de steller van het middel onverlet laten. Omdat niet zou kunnen blijken dat de ambtsverrichtingen van het hof gestoord zouden kunnen worden door opnamen op de voice-recorder van de verdachte zou het ‘verwijderingsbevel daarvan onrechtmatig gegeven’ zijn.
Audiovisuele en communicatieapparatuur
eerstemiddel faalt.
tweedeen
derdemiddel richten zich tegen de (motivering van de) bewezenverklaring van de onder parketnummer 02-700177-14 ten laste gelegde belaging. Voorafgaand aan de bespreking van deze middelen geef ik de bewezenverklaring, de bewijsmiddelen waarop die bewezenverklaring steunt en de (nadere) bewijsoverweging van het hof weer.
(het hof begrijpt: [verdachte], verdachte)intimideert ons door een repertoire aan middelen, zoals het keihard tegen elkaar slaan van planken, stenen en metalen delen. Ook gebruikt hij de kettingzaag om zijn frustraties kracht bij te zetten door langdurig en wisselend gas te geven om daarmee te imponeren. Hij doet dit in het niets. Hij is zich mijns inziens zeer bewust dat een en ander zeer bedreigend overkomt. Zo ervaren wij het ook. Soms is, gezien de ligging van ons huis in de bocht, oogcontact onvermijdelijk, hetwelk wij te allen tijde proberen te vermijden, en gaat de arm en middelvinger van [verdachte] omhoog daarbij beledigingen en verwensingen uitsprekend. Een ander voorbeeld van intimidatie is het uiterst irritante slaan met een eind hout op zijn kliko en vervolgens meerdere malen snel achter elkaar oplichten en zeer hard neersmijten van de deksel.
het hof begrijpt hierna telkens: [aangever 2]) juist wel doen na deze situatie?
het hof begrijpt: 2014)?
het hof begrijpt: 2014)?
het hof begrijpt: 2014)?
het hof leest: naar het raam aan de rechterzijde) hing, zijn arm uitstak en zijn middelvinger uitstak.
het hof begrijpt: daarnaast) regelmatig voor dat we horen dat er geclaxonneerd wordt of dat er met deuren of de klep van de container geslagen wordt.
het hof begrijpt: 2014) te 9.05 uur tot 9.55 uur de wijk waarin het onderzoek plaatsvindt, bezocht. Ik heb dit gedaan door mezelf te voet door de wijk te verplaatsen. Het betreft een rustige kleine wijk met vrijstaande woningen.
tweedemiddel klaagt over de bewijsmotivering van het onder parketnummer 02-700177-14 bewezen verklaarde feit. Uit de gebezigde bewijsmiddelen zou niet kunnen volgen dat het hinderlijk produceren van geluid wederrechtelijk was. Voorts zou het hof hebben verzuimd uitdrukkelijk te beslissen op de betwisting van de wederrechtelijkheid van de handelingen van de verdachte.
NJ2012/631 van belang. Ten laste van de verdachte was bewezenverklaard dat hij, onder meer, meermalen een brief op de deur van het slachtoffer had geplakt en een brief bij haar woning had achtergelaten, met daarin geschreven: ‘Zorg dat je binnen 2 dagen vertrokken bent. Bespaar de kinderen/kleinkinderen een gedwongen uitzetting’; ‘Zorg ervoor dat je uiterlijk 10.00 uur maandag 18 augustus a.s. deze woning verlaten hebt’ en ‘Je hoort thuis in een vrouwengevangenis. De pleitnotitie hield onder meer in dat de betreffende woning aan verdachte was toegewezen. Uw Raad overwoog:
derdemiddel klaagt eveneens over de bewijsmotivering van het onder parketnummer 02-700177-14 bewezenverklaarde feit. Uit de gebezigde bewijsmiddelen zou niet kunnen volgen dat de verdachte intimiderende bewegingen (waaronder het opsteken van de middelvinger) heeft gemaakt richting alle in de bewezenverklaring genoemde personen. Zo zou niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kunnen volgen dat de verdachte dergelijke intimiderende bewegingen heeft gemaakt in de richting van [aangever 4] en [aangever 5].