Conclusie
eerstemiddel klaagt dat de strafmotivering van het hof niet voldoet aan art. 359, zesde lid, Sv, aangezien daarin niet in het bijzonder de redenen zijn opgegeven die tot de keuze voor het opleggen van een vrijheidsbenemende straf hebben geleid.
6. Opgelegde straf
tweedemiddel behelst de klacht dat het hof het ter terechtzitting gedane getuigenverzoek op onvoldoende begrijpelijke gronden heeft afgewezen. Het verzoek hield verband met het onder 1 tenlastegelegde.
wijst het verzoek om een getuige te horen afnu de noodzaak daartoe ontbreekt aangezien dit verzoek onvoldoende onderbouwd is.’
NJ2014/441 m.nt. Borgers heeft Uw Raad onder meer overwogen: