Conclusie
in conventiede curator veroordeeld om aan [verweerster] een bedrag van € 591.063,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 december 2013, na aftrek van € 17.234,54;
in reconventiede vordering van de curator afgewezen;
2.Bespreking van het cassatiemiddel
subonderdeel 1.1kan als gevolg hiervan de toewijzing van het hof van [verweerster] ’s vordering tot terugbetaling, die “voortvloeit uit een door de bodemrechter in hoger beroep gegeven beslissing”, evenmin in stand blijven, omdat het fundament onder dit oordeel is weggeslagen, aldus het subonderdeel. Het subonderdeel betoogt dat, nu het hof in kort geding een zelfstandige veroordeling tot betaling heeft uitgesproken, de curator, gelet op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen, genoodzaakt is cassatieberoep in te stellen voor het geval de Hoge Raad de in de bodemprocedure gewezen arresten van het hof Arnhem-Leeuwarden vernietigt.