Conclusie
1.Feiten
Freedom International) is enig aandeelhouder van verweerster in cassatie, Freedom Real Estate B.V. (hierna:
FRE). Bestuurder van beide vennootschappen is [betrokkene 1] (hierna:
[betrokkene 1]).
BZSI) een koopovereenkomst gesloten op grond waarvan de aandelen in FRE aan BSZI zouden worden overgedragen (hierna:
de koopovereenkomst). De koopovereenkomst is vastgelegd in een in de Chinese taal opgemaakte akte, waarvan partijen ieder een vertaling hebben overgelegd. [1] De overeenkomst is namens Freedom International ondertekend door [betrokkene 1] en namens BZSI door eiser tot cassatie (hierna:
[eiser]).
de aanvullende overeenkomst). Daarin wordt onder meer bepaald dat [eiser] voor zichzelf en zijn gezinsleden een Nederlands visum voor kennismigranten zal aanvragen
“in de hoedanigheid van nieuwe werknemer van Freedom Real Estate B.V.”(art. 1), dat FRE deze aanvraag zal verzorgen (art. 5), en dat de loonkosten van [eiser] in de periode vóór de voltooiing van de overdracht van de aandelen in FRE “
geheel worden gedragen” door [eiser] zelf of door BZSI (art. 3). [2]
de arbeidsovereenkomst) voor de duur van één jaar, ingaande 1 april 2014. [3]
de huurovereenkomst) ondertekend op grond waarvan [eiser] van FRE het pand [a-straat 1A] te Bergen op Zoom huurt “
tegen een huurprijs van € 1.500,- excl. BTW per maand”, ingaande op 1 april 2014.
2.Procesverloop
de kantonrechter). Zij heeft in conventie – na wijziging van eis – gevorderd dat de kantonrechter [eiser] veroordeelt tot, samengevat, nakoming van de huurovereenkomst tot de datum waarop de huurovereenkomst zal zijn ontbonden en tot ontruiming na die ontbinding. FRE heeft hiertoe aangevoerd dat [eiser] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn uit de huurovereenkomst voortvloeiende verplichtingen. [6]
het hof). [eiser] heeft grieven gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat de arbeidsovereenkomst door partijen is gesimuleerd (grief 1) en tegen de afwijzing van zijn vorderingen door de kantonrechter (grief 2). [12] Hij heeft zijn loonvordering vermeerderd tot € 87.480,-. Zijn vordering uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking (à € 207,18) heeft hij gehandhaafd, van zijn vorderingen uit hoofde van onrechtmatigde daad heeft hij in appel afgezien. [13]
“nieuwe manager”door FRE worden aangetrokken teneinde realisatie van het (beoogde) bouwproject op het aangekochte industrieterrein mogelijk te maken, zoals blijkt uit een Nederlandse vertaling van een op 28 oktober 2013 tussen [betrokkene 1] en [eiser] in het Chinees gevoerd werkoverleg. Bovendien blijkt uit de opzeggingsbrief van 1 augustus 2014 van FRE dat ook zij de tussen partijen gesloten overeenkomst ziet als een arbeidsovereenkomst, terwijl de zakelijke verhouding tussen partijen toen al verstoord was, aldus [eiser].
verantwoordelijk zijn, of partij B zal namens Freedom Real Estate B.V. verantwoordelijk zijn voor de aanvragen.
nu diewerkzaamheden plaatsvonden in de periode vóór de voltooiing van de aandelenoverdracht en volledig voor rekening kwamen (zouden komen) van [eiser] zelf of BZSI, moet worden geconcludeerd dat die werkzaamheden in werkelijkheid plaatsvonden ten behoeve van [eiser] zelf en/of BZSI.
“nieuwe werknemer”van FRE, en daarmee het sluiten van een arbeidsovereenkomst met FRE, uitsluitend met dat doel zou worden en is overeengekomen.
“to perform according to the two agreements signed on 26th August 2013 en 12th February 2014”. Genoemde overeenkomsten zijn gesloten tussen BZSI en Freedom International en deze zien op de beoogde aandelenoverdracht. FRE beroept zich in die brief tevens op het bepaalde in artikel 4 van Pro de aanvullende overeenkomst van 12 februari 2014 waarin is bepaald dat, indien de bedrijfsoverdracht (lees: de aandelenoverdracht) niet binnen 2 maanden na het verkrijgen van een visum voor [eiser] is afgerond door een reden veroorzaakt door BZSI, FRE [eiser] zal ontslaan en de visa voor kennismigranten voor hem en zijn gezin zal intrekken. Ook deze bepaling en het daarop gedane beroep door FRE na het stranden van de transactie ondersteunen de conclusie dat de door partijen ondertekende arbeidsovereenkomst er niet toe diende dat [eiser] werkzaamheden voor FRE zou verrichten, maar om de aandelenoverdracht ten behoeve van hemzelf en/of BZSI af te ronden.
3.Het cassatiemiddel; inleidende opmerkingen
moet worden geconcludeerd dat die werkzaamheden in werkelijkheid plaatsvonden ten behoeve van [eiser] zelf en/of BZSI”. Ik meen dat zo te moeten begrijpen dat daarbij een rol speelt dat [eiser] een belangenconflict zou hebben als hij instructies van FRE ([betrokkene 1]) had moeten opvolgen over de afronding van de transactie, terwijl hij door BZSI, de beoogd koper en de contractspartij van (de moeder van) FRE, naar Nederland was gestuurd om
voor haarde transactie tot een goed einde te brengen. [18] Het is “
tegen deze achtergrond”(zie rov. 3.10.2, 2e alinea) dat het hof vervolgens tot het oordeel komt dat partijen bij het ondertekenen van de arbeidsovereenkomst iets anders voor ogen hadden dan het aangaan van een arbeidsrelatie, namelijk [eiser] in staat te stellen voor zichzelf en zijn gezinsleden een verblijfsvergunning te verkrijgen. Art. 1 van Pro de aanvullende overeenkomst moet in die zin worden uitgelegd, aldus het hof.
dat de gestelde arbeidsovereenkomst is gesimuleerd” (rov. 3.10.2, 4e alinea) is gebaseerd op de daaraan voorafgaande overwegingen, waarin wordt ingegaan op de constitutieve elementen van een arbeidsovereenkomst. De belangrijkste overweging lijkt mij te zijn dat [eiser] geen arbeid ten behoeve van FRE heeft verricht. De feitelijke uitvoering kleurt aldus de partijbedoelingen in. [19]
Groen/Schoevers. [20] Daarin heeft de Hoge Raad bepaald wat het criterium is aan de hand waarvan moet worden vastgesteld of een overeenkomst moet worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst. De rechter dient allereerst vast te stellen wat de inhoud van de overeenkomst is. Daarbij zal de rechter – met inachtneming van alle omstandigheden van het geval – moeten kijken naar 1) hetgeen partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond en 2) de wijze waarop partijen feitelijk uitvoering hebben gegeven aan de overeenkomst. Vervolgens dient de rechter de overeenkomst – gelet op de aldus vastgestelde inhoud ervan – te toetsen aan de constitutieve elementen van de arbeidsovereenkomst. Zijn die elementen aanwezig, dan kan de rechtsverhouding tussen partijen als ‘arbeidsovereenkomst’ worden gekwalificeerd. Het arrest
Groen/Schoeversis diverse malen bevestigd. [21]
eenovereenkomst is gesloten, maar in geschil is
welkeovereenkomst. Vaak moet gekozen worden tussen twee typen benoemde overeenkomsten, bijvoorbeeld een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht (art. 7:400 lid 1 BW Pro). Gelet op de door een arbeidsovereenkomst geboden bescherming past m.i. in zijn algemeenheid terughoudendheid om aan te nemen dat
geenarbeidsovereenkomst voorligt. Wat op papier bijvoorbeeld als een opdrachtrelatie is vormgegeven, kan de kenmerken van een arbeidsrelatie vertonen als de opgedragen werkzaamheden in werkelijkheid worden verricht op grond van een gezagsverhouding. Men spreekt in dat verband ook wel van ‘wezen gaat voor schijn’. [22]
Van der Male/Den Hoedtblijkt dat ook in de (omgekeerde) situatie, waarin partijen hun overeenkomst ten onrechte als arbeidsovereenkomst hebben bestempeld, wezen voor schijn gaat. [23] Verhulp noemt als voorbeeld de situatie waarin
een samenspanning van partijen, teneinde derden om de tuin te leiden.” [26] Een schijnovereenkomst heeft tussen partijen geen rechtskracht. [27]
werkelijke bedoelingenvan partijen. [28]
4.Het cassatiemiddel; bespreking van de klachten
“volledig voor rekening kwamen (zouden komen) van [eiser] zelf of BZSI”(rov. 3.10.2, 1e alinea). Dit oordeel is volgens het onderdeel onvoldoende gemotiveerd, gelet op de stelling van [eiser] dat hij geen partij was bij de aanvullende overeenkomst en hij derhalve niet was gebonden aan art. 3 van Pro die overeenkomst, [29] waarin is bepaald dat de loonkosten van [eiser] geheel door [eiser] zelf of door BZSI dienen te worden gedragen. Zonder nadere motivering valt niet in te zien dat de door [eiser] verrichte werkzaamheden niet alleen voor rekening van BZSI, maar ook voor rekening voor [eiser] zelf zouden komen, aldus het onderdeel.
“[eiser] zelfofBSZI”(mijn onderstreping). Deze overweging kan daarom in cassatie slechts dan met succes bestreden worden, als wordt opgekomen tegen zowel het deel van de overweging dat betrekking heeft op [eiser] als het op BZSI betrekking hebbende deel. Indien slechts één van de twee ‘wegvalt’, blijft de overweging van het hof in stand. [30]
[eiser]. [31] Onbestreden in cassatie is het deel van de overweging “
dat de werkzaamheden volledig voor rekening kwamen (zouden komen) van BZSI”.
“de gestelde arbeidsovereenkomst is gesimuleerd en slechts ertoe strekte dat [eiser] een verblijfsvergunning kon verkrijgen teneinde aldus in Nederland de aandelenoverdracht tussen Freedom International en BZSI af te ronden.”(rov. 3.10.2, 4e alinea). Volgens het onderdeel geeft dit oordeel blijk van een onjuiste rechtsopvatting, althans is het zonder nadere motivering onbegrijpelijk.
partijen(in casu: [eiser] en FRE) bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond, waarbij mede in aanmerking moet worden genomen hoe zij feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven. [32] Het onderdeel voert aan dat het hof zijn oordeel
“in overwegende mate”heeft gebaseerd op wat
Freedom International en BZSIin aanvullende overeenkomst zijn overeengekomen. [33] Het onderdeel wijst in het bijzonder (i) op de overweging van het hof “
dat de werkzaamheden volledig voor rekening kwamen (zouden komen) van [eiser] zelf of BZSI” (rov. 3.10.2, 1e alinea), (ii) op de gegeven uitleg van
“het verblijfsdoel”genoemd in art. 1 van Pro de aanvullende overeenkomst (rov. 3.10.2, 2e alinea), en (iii) op de overweging dat art. 4 van Pro de aanvullende overeenkomst de conclusie ondersteunt dat de arbeidsovereenkomst ertoe diende de aandelenoverdracht ten behoeve van [eiser] zelf en/of BZSI af te ronden (rov. 3.10.2, 3e alinea).
[eiser]en
FREbij het sluiten van de overeenkomst niet voor ogen zou hebben gestaan om een arbeidsovereenkomst aan te gaan. De omstandigheden zeggen bovendien niets over de manier waarop
[eiser]en
FREfeitelijk uitvoering hebben gegeven aan die overeenkomst, aldus het onderdeel.
”
“in overwegende mate” [34] gebaseerd op de aanvullende overeenkomst. Aldus impliceert het onderdeel zelf dat het hof bij het – in de woorden van [eiser] –
“inkleuren” [35] van de bedoelingen van partijen,
niet uitsluitendacht heeft geslagen op die tussen Freedom International en BZSI gesloten overeenkomst. Zo verwijst het hof, in rov. 3.10.2, 2e alinea, naar hetgeen partijen met het sluiten van de overeenkomst beoogden. In rov. 3.10.2, 3e alinea wijst het hof, in cassatie onbestreden, op de door FRE aan [eiser] verstuurde opzeggingsbrief, waarin FRE ervan uitgaat dat [eiser] tot taak had “
to perform according to the two agreements signed on 26th August 2013 and 12th February 2014”. De opzeggingsbrief noemt dus ook de koopovereenkomst van 26 augustus 2013. Het hof heeft zijn oordeel omtrent de waarachtigheid van de arbeidsovereenkomst derhalve op een ruimere grondslag doen steunen dan enkel op de aanvullende overeenkomst. [36]
zal ontslaan” indien om een reden veroorzaakt door BZSI de bedrijfsoverdracht niet is afgerond binnen twee maanden na het verkrijgen van een visum door [eiser]. Tot slot staat vast dat BSZI door [eiser] werd vertegenwoordigd bij de beoogde transactie, wat zijn betrokkenheid bij de aanvullende overeenkomst minst genomen aannemelijk maakt. [38]
“volledig voor rekening kwamen (zouden komen) van [eiser] zelf of BZSI”(rov. 3.10.2, 1e alinea).
werkzaamheden in werkelijkheid plaatsvonden ten behoeve van [eiser] zelf en/of BZSI” (1ste alinea) is onder andere op deze vaststelling gebaseerd. Dat oordeel (en niet de vaststelling omtrent de loonkosten) heeft geleid tot de conclusie dat de arbeidsovereenkomst is gesimuleerd.
“geen sprake was van een arbeidsovereenkomst omdat [eiser] weliswaar arbeid heeft verricht, maar hij dat niet deed ten behoeve van FRE.”In dit oordeel ligt volgens het onderdeel besloten dat van een arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:610 lid 1 BW Pro alleen sprake kan zijn indien de arbeid wordt verricht
ten behoeve van de werkgever. Een vereiste dat de arbeid ten behoeve van de werkgever moet worden verricht is evenwel niet opgenomen in art. 7:610 lid 1 BW Pro. Het hof heeft dan ook blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, aldus het onderdeel.
omdat[eiser] niet heeft gewerkt ten behoeve van FRE. Genoemd oordeel is als gezegd gebaseerd op verschillende omstandigheden die in hun onderlinge samenhang moeten worden gelezen.
directvan waarde is voor de werkgever. Meer specifiek wordt gesteld dat “
het van waarde zijn van de arbeid van de werknemer voor de werkgever niet altijd gelijk kan worden gesteld aan het verrichten van arbeid ten behoeve van de werkgever of de realisatie van het primaire doel van diens onderneming.” De kwalificatie van een arbeidsovereenkomst mag
“dan ook niet afhankelijk worden gesteld van de vraag of arbeid ten behoeve van de werkgever wordt verricht”. [46]
namens BZSIde aandelenoverdracht te regelen. Die situatie kan m.i. niet over één kam worden geschoren met die van stagiaires of andere professionals in opleiding [48] en evenmin met de situatie waarbij binnen een groep een werknemer van de B.V. A werkzaamheden opgedragen krijgt ten behoeve van de B.V. B. [49]
“in werkelijkheid plaatsvonden ten behoeve van [eiser] zelf en/of BZSI.”Geklaagd wordt dat dit oordeel onvoldoende gemotiveerd is in het licht van de stellingen van [eiser] in feitelijke aanleg, die volgens het onderdeel behelzen [50]
“deze managementwerkzaamheden”niet (mede) in het belang van FRE verrichtte, nu FRE
onmiskenbaar gebaat [was] bij toezicht op haar te ontwikkelen percelen en voorbereiding van realisatie haar handelscentrum.”
heeft gewerkt aande voorbereiding van de aandelentransactie. Deze transactie betrof de overeenkomst tussen BZSI en Freedom International. Weliswaar stelt [eiser] ook dat
de door hem uitgevoerde werkzaamhedenwaren namens en/of ten behoeve van FRE (mvg punt 28), maar nu (…).
”
de overnemer(BZSI) het nodige te doen zodat het Chinese handelscentrum op de betrokken locatie zou kunnen worden gerealiseerd.
omdattussen FRE en [eiser] een gezagsverhouding zou ontbreken. Om die reden faalt het onderdeel. Ik verwijs naar 4.21 hiervoor.
you are no longer employed”;
“we have tried in many ways to motivate and guide you”), deze formuleringen in hun context gezien er veeleer op kunnen wijzen dat juist is getracht de schijn van een arbeidsovereenkomst tussen partijen in stand te laten, wat steun biedt aan de conclusie van het hof dat die overeenkomst was gesimuleerd.
Gegrondbevinding van een of meer van de voorgaande klachten vitieert ook de gedeeltelijk op rov. 3.10.2 voortbouwende beslissingen van het hof in rov. 3.14 en 3.15”) deelt in dat lot.