Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
gezamenlijkeaangifte inkomstenbelasting 2015 – en wel voor meer dan € 1.500,- – haar (concrete, namelijk: financiële) belangen
rechtstreeksraakt, zodat zij als belanghebbende in de zin van art. 798 lid 1 Rv Pro moet worden aangemerkt. De door de bewindvoerder gemaakte keuze tot het inschakelen van een derde heeft rechtstreeks invloed op de omvang van het
gemeenschappelijkeinkomen en vermogen waar de vrouw deelgenoot van is. Daarnaast geldt dat het ook háár eigen belastingaangifte betreft.
rechtstreeksbetrekking heeft (art. 798 lid 1 Rv Pro). Het woord rechtstreeks beoogt volgens de wetsgeschiedenis om de in beginsel ruime kring van belanghebbenden enigszins in te perken. [12] Volgens Wortmann in haar noot onder de beschikking van de Hoge Raad van 22 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1748, NJ 2015/336 moet het gaan om persoonlijke, actuele en concrete rechten [13] .
het tweede lid van art. 798Rv en laat m.i. in beginsel onverlet
het eerste lid(…). In het onderhavige geval moest ervan worden uitgegaan dat een zoon geld had uitgegeven aan een advocaat ter veiligstelling van het vermogen van zijn bejaarde moeder, wier vermogen onder bewind was gesteld. De bewindvoerder vroeg machtiging aan de rechter om de zoon diens kosten (gedeeltelijk) te vergoeden. Voor de hand ligt te redeneren dat die procedure niet rechtstreeks mede op de rechten (als crediteur uit zaakwaarneming) van de zoon betrekking heeft, omdat zijn vordering als zodanig daardoor niet wordt beïnvloed. (…) het was fraaier geweest als de Hoge Raad in casu, toen hij de zaak zelf afdeed, ook had gemotiveerd waarom de zoon evenmin op grond van het
eerste lidvan art. 798 Rv Pro niet-ontvankelijk was.”
Kamerstukken II1991-1992, nr. 22 487, nr. 3, p. 8), aldus de Hoge Raad. [17]