Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof bij de verwerping van een in hoger beroep gevoerd verweer, dat er sprake is geweest van schending van art. 38 Sv Pro en art. 6 EVRM Pro, omdat de verdachte voorafgaand aan zijn verhoor bij de politie zijn voorkeursadvocaat niet heeft kunnen consulteren, is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting c.q. deze verwerping onvoldoende dan wel onbegrijpelijk heeft gemotiveerd. Hierbij wordt een beroep gedaan op de uitspraak van het EHRM (Grote Kamer) 25 oktober 2015, Dvorski v. Kroatië, no. 25703/11, waarin het EHRM een schending van art. 6 lid 1 en Pro 3 onder c EVRM heeft aangenomen vanwege – kort gezegd – de omstandigheid dat de politie Dvorski niet in de gelegenheid had gesteld zijn eigen advocaat te kiezen.
’s-Gravenhage.”
General principles’ het volgende:
overall fairness” van de procedure moeten worden getoetst waarbij onder andere de volgende factoren kunnen worden meegewogen:
tweede middelklaagt dat het hof een in hoger beroep gevoerd verweer strekkende tot vrijspraak ten onrechte, althans niet, onvoldoende dan wel onbegrijpelijk gemotiveerd heeft verworpen.