ECLI:NL:HR:2014:1122

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 januari 2014
Publicatiedatum
14 mei 2014
Zaaknummer
12/03099
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt beperking consultatierecht voorafgaand politieverhoor bij aanwezigheid piketadvocaat

In deze strafzaak ging het om de vraag of het consultatierecht van een verdachte ook het recht omvat om een advocaat van eigen keuze te raadplegen voorafgaand aan het eerste politieverhoor, terwijl een piketadvocaat reeds aanwezig was. De zaak betrof de uitvoer van tientallen kilo’s softdrugs en bevoorrading van coffeeshops in Groningen.

De verdachte stelde dat zijn consultatierecht was geschonden omdat hij niet voorafgaand aan het politieverhoor zijn voorkeursadvocaat kon raadplegen. De Hoge Raad overwoog dat het consultatierecht, zoals bedoeld in artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet zodanig ruim moet worden uitgelegd dat het ook het recht omvat om een specifieke advocaat voorafgaand aan het verhoor te consulteren als er al een piketadvocaat aanwezig is.

De Hoge Raad verwierp het beroep van de verdachte en bevestigde hiermee de geldende jurisprudentie dat het consultatierecht niet verder reikt dan het recht op bijstand van een advocaat, zonder aanspraak op een voorkeursadvocaat voorafgaand aan het eerste verhoor. Deze uitspraak draagt bij aan de rechtsontwikkeling omtrent de invulling van het consultatierecht in het strafproces.

Uitkomst: Het beroep van de verdachte wordt verworpen; het consultatierecht omvat niet het recht op consultatie van een voorkeursadvocaat voorafgaand aan het eerste politieverhoor indien een piketadvocaat aanwezig is.

Uitspraak

21 januari 2014
Strafkamer
nr. 12/03099 P
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 20 februari 2012, nummer 24/001833-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. G.G.J. Knoops en mr. S.C. Post, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer H.A.G. Splinter-van Kan als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 januari 2014.