Uitspraak
1.Geding in cassatie
Bijvoorbeeld ineens liggen we op dat zeil. Dan zie ik ineens een jaap in m'n duim.
3.Beoordeling van het vierde middel
4.Beoordeling van het vijfde middel
6.Slotsom
7.Beslissing
4 juli 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin hij werd veroordeeld voor moord met voorbedachte raad op 10 januari 2014 in Zevenbergen.
Het Hof had vastgesteld dat verdachte met voorbedachte raad handelde, gebaseerd op verklaringen, proces-verbalen, forensisch bewijs en gedragingen van verdachte. Verdachte had voorafgaand aan het geweld voorbereidingen getroffen, waaronder het klaarleggen van zeilen en een mes, en handelde niet in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling.
De verdediging voerde onder meer aan dat sprake was van schending van het consultatierecht en het recht op verhoorbijstand, waardoor bewijsuitsluiting zou moeten volgen. De Hoge Raad oordeelde echter dat ten tijde van de politieverhoren in januari 2014 nog geen recht op verhoorbijstand bestond en dat het consultatierecht niet was geschonden. Het Hof had onjuiste rechtsopvattingen over de sanctie van bewijsuitsluiting bij schending consultatierecht, maar dit leidde niet tot cassatie omdat verdachte tijdig overleg had gehad met zijn raadsman.
De Hoge Raad stelde vast dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, wat leidde tot vermindering van de straf van veertien jaren naar dertien jaren en negen maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot dertien jaar en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; overige middelen worden verworpen.