Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beoordeling van het tweede middel
5.Beslissing
9 december 2014.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die op 11 juni 2012 werd aangehouden op verdenking van winkeldiefstal gepleegd op 15 mei 2012. De verdediging stelde dat de aanhouding onrechtmatig was omdat geen bevel van de officier van justitie was ingewonnen, en dat het recht op consultatie van een advocaat niet binnen redelijke termijn was geboden.
Het hof oordeelde dat de aanhouding rechtmatig was omdat sprake was van een situatie waarin het optreden van de officier van justitie niet kon worden afgewacht en dat de aanhouding binnen de wettelijke kaders had plaatsgevonden. Tevens vond het hof dat het recht op consultatie binnen de redelijke termijn was geboden, mede gelet op de Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor.
De Hoge Raad constateert dat het hof zijn oordeel over de rechtmatigheid van de aanhouding niet volledig heeft gemotiveerd, maar dat dit niet leidt tot cassatie omdat het verweer slechts een vormverzuim betrof zonder voldoende onderbouwing van nadeel. Ook het verweer dat het consultatierecht niet was nageleefd faalt omdat het hof aannemelijk heeft gemaakt dat binnen de termijn van twee uur is gewacht op de advocaat.
De Hoge Raad bevestigt daarmee de rechtmatigheid van de aanhouding en de naleving van het consultatierecht en verwerpt het cassatieberoep van de verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de rechtmatigheid van de aanhouding en het consultatierecht.