Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
dat het terecht is om van de vergunning uit te gaan die bestond op het moment waarop het belastbare feit zich voordeed[cursivering A-G] heeft de Staatssecretaris tevens verwezen naar de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2014 [12] waarin, zo stelt de Staatssecretaris, dat Gerechtshof heeft overwogen dat een wijziging van een vergunning met terugwerkende kracht niet afdoet aan het feit dat in de betreffende jaren meer grondwater is onttrokken dan ter hoogte van de op dat moment vergunde maxima. De Hoge Raad heeft die zaak bij arrest van 5 juni 2015 [13] , afgedaan met toepassing van artikel 81, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
4.Wettekst, parlementaire geschiedenis en jurisprudentie
5.De eventuele doorbreking van de formele rechtskracht van besluiten
Rechterlijke toetsing ex tunc of ex nunc: van welke beschikking dient de rechter uit te gaan?
relevantis voor de beoordeling van de vraag of de naheffingsaanslag, als vastgesteld op basis van de destijds geldende oude vergunning, naar huidig inzicht, terecht is opgelegd. Het is daarmee een vraag van ex tunc of ex nunc: in hoeverre kunnen later ontstane rechtsfeiten en later verkregen rechten wel (beoordeling ex nunc) of niet (beoordeling ex tunc) relevant zijn voor latere (rechterlijke) besluitvorming over een eerdere beschikking, in casu de naheffingsaanslag. [32] Voor de kwestie ex nunc of ex tunc, zijn de volgende bepalingen van belang:
beslistex nunc, maar de bestuursrechter
toetstex tunc’. Zo staat in de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel inzake de voltooiing eerste fase herziening rechterlijke organisatie vermeld dat in het uniforme bestuursrecht van de Awb de rechtmatigheidstoetsing ex tunc van het besluit centraal zal staan. [33] Volgens Verheij [34] klopt de regel ‘het bestuur beslist ex nunc, maar de bestuursrechter toetst ex tunc’ in zijn algemeenheid wel, maar behoeft nuancering. [35] Dit geldt met name indien de feiten, het recht of het beleid gedurende het primaire besluitvormingsproces en/of de bezwaar- en/of de (hoger)beroepsfase veranderd zijn, zoals zich in casu voordoet.