Conclusie
opzettelijkheeft uitgelokt door bedreiging,
eendrugstransactie al verplicht
wasvoor verdachte te werken om zo die schuld terug te betalen en nadat hij, verdachte, had vernomen van [medeverdachte 3] dat zij ([medeverdachte 3] en [medeverdachte 1]) niet betaald hadden gekregen bij een drugstransactie met [slachtoffer 2] - te zeggen, dat zij ([medeverdachte 3] en [medeverdachte 1]) zaken hadden gedaan met [slachtoffer 2], en dat [slachtoffer 2] de vijand is van verdachte en dat er vandaag wat zou gaan gebeuren en dat hij (verdachte) de kop van [medeverdachte 3] of die van [slachtoffer 2] eraf zou gaan trekken; en
opzettelijkheeft uitgelokt door bedreiging
eendrugstransactie al verplicht
wasvoor verdachte te werken om zo die schuld terug te betalen en nadat hij, verdachte, had vernomen van [medeverdachte 3] dat zij ([medeverdachte 3] en [medeverdachte 1]) niet betaald hadden gekregen bij een drugstransactie met [slachtoffer 2] - te zeggen, dat zij ([medeverdachte 3] en [medeverdachte 1]) zaken hadden gedaan met [slachtoffer 2], en dat [slachtoffer 2] de vijand is van verdachte en dat er vandaag wat zou gaan gebeuren en dat hij (verdachte) de kop van [medeverdachte 3] of die van [slachtoffer 2] eraf zou gaan trekken en
1. Het doden van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en het medeplegen
eerste middelklaagt dat het hof niet heeft beraadslaagd op de grondslag van de tenlastelegging doordat, hoewel onder 1 en 2 subsidiair is ten laste gelegd dat de verdachte [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] “heeft uitgelokt” om [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] van het leven te beroven, het hof heeft bewezen verklaard dat de verdachte [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] daartoe “
opzettelijkheeft uitgelokt”.
opzettelijkheeft uitgelokt”. Daarbij heeft het hof in zijn vonnis vermeld:
cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.”
tweede middelbevat de klacht dat het hof verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] heeft aangemerkt als kennelijk leugenachtige verklaringen om de waarheid te bemantelen dat zij tezamen en in vereniging de bewezen verklaarde moorden hebben gepleegd. Het hof heeft de desbetreffende verklaringen – inhoudende dat de ontmoeting met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] enkel tot doel had met [slachtoffer 2] te praten of aan [slachtoffer 2] een kilo cocaïne over te dragen, dat deze ontmoeting onverwachts uit de hand is gelopen en dat daarbij plotseling door anderen is geschoten – volgens de steller van het middel ten onrechte mede redengevend geacht voor de bewezenverklaring.
derde middelklaagt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet, althans niet zonder meer, kan volgen dat de verdachte [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] opzettelijk heeft uitgelokt om [slachtoffer 1] van het leven te beroven. Het bewijs van het door het hof aangenomen voorwaardelijk opzet van de verdachte op de uitlokking van de moord op [slachtoffer 1] schiet volgens de steller van het middel tekort, aangezien de enkele omstandigheid dat de verdachte wist dat [slachtoffer 1] ook bij de ontmoeting aanwezig zou zijn, niet betekent dat er een aanmerkelijke kans bestond dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] ook [slachtoffer 1] om het leven zouden brengen, terwijl ook niet blijkt dat de verdachte die kans welbewust heeft aanvaard.