ECLI:NL:HR:2011:BQ0832
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring voorwaardelijk opzet invoer cocaïne
De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij werd bewezenverklaard opzettelijk circa negen kilo cocaïne op 24 augustus 2009 via Schiphol Nederland binnen te hebben gebracht.
Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op diverse bewijsmiddelen, waaronder processen-verbaal van de Douane en Koninklijke Marechaussee, en een deskundigenrapport dat bevestigde dat de aangetroffen substantie cocaïne betrof. Verdachte voerde aan slechts voorwaardelijk opzet te hebben gehad, onder meer door een panieksituatie vanwege de medische toestand van zijn vriendin en onduidelijkheden over de herkomst van de rugzak.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de verklaringen van verdachte terecht ongeloofwaardig heeft bevonden en dat de bewezenverklaring van opzet voldoende is gemotiveerd. Er is geen sprake van kennelijk leugenachtige verklaringen, maar het hof mocht de verklaringen terzijde stellen wegens tegenstrijdigheden en vaagheden. Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.