Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
5 juli 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft het beroep in cassatie van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 juli 2015, waarin hij werd veroordeeld voor doodslag en het verbergen van het lijk van zijn echtgenote in Baarle-Nassau en/of Baarle-Hertog.
Namens verdachte diende advocaat R.J. Baumgardt middelen van cassatie in, maar de Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Op 5 juli 2016 wees de Hoge Raad het arrest, waarbij vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink het beroep verwierpen. Het arrest werd uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting. Hiermee bleef het arrest van het gerechtshof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.