6.3.Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“1. De ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 27 november 2014 afgelegde verklaring van de verdachte, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven -:
Op 22 oktober 2011 gingen [medeverdachte] en ik naar Hellendoorn. Daar hebben [medeverdachte] en ik gesproken over het plan om de flitspaal op de openbare weg, in de middenberm van de Voorschoterweg, nabij de kruising met de Leidseweg te Voorschoten naar beneden te halen.
Laat in de avond kwamen wij weer terug in de woning van [medeverdachte] . [medeverdachte] is daar aan de slag gegaan om een vuurwerkbom te vervaardigen en ik heb hem daarbij geassisteerd. Wij zijn samen in mijn auto naar de flitspaal gereden. [medeverdachte] heeft daar ’s nachts (het was toen 23 oktober 2011) de bom op de flitspaal geplakt. Wij zijn beiden met de auto teruggegaan, met het idee dat [medeverdachte] later zou terugkeren met de fiets.
Het lont dat aan de bom was bevestigd, had ik daarvoor aan [medeverdachte] gegeven.
Ik heb de bout in de schuur van [medeverdachte] afgezaagd.
Ik heb het trapje vastgehouden waarop [medeverdachte] stond toen hij het explosief aan de flitspaal plakte en reikte hem stukken tape aan.
Ik heb gezien dat [medeverdachte] mijn lont gebruikte. Het is volstrekt oncontroleerbaar wanneer zo’n explosief afgaat met zo’n lont.
Ik wist van tevoren wel dat het explosief krachtig was.
2. De ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 8 november 2012 afgelegde verklaring van de verdachte, voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven -:
Bij [medeverdachte] thuis heeft hij Cobra’s leeggeschud. Het zou kunnen dat het er acht waren. Het kruit heeft [medeverdachte] in de pijp gegoten. De lont had ik al twee weken daarvoor aan [medeverdachte] gegeven. De lont heeft hij aan de bom bevestigd.
3. Het proces-verbaal van verhoor verdachte van de Regiopolitie Hollands-Midden, d.d. 28 oktober 2011, onderzoek 161 Orion, 1ste verhoor verdachte [verdachte] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven -:
als de op 28 oktober 2011 tegenover opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van de verdachte (pag. 193-203 TGO 161 Orion Zaaksdossier):
In de auto tijdens de rit van de paal naar huis vroeg ik wat het plan was. Hij [het hof leest: de verdachte [medeverdachte] ] zei dat hij later terug wilde gaan om dat ding af te steken. Ik zei toen tegen hem dat dat hartstikke gevaarlijk was, omdat dat ding onbeheerd achter zou blijven. Ik vond dat niets. Dadelijk zou er wat gebeuren, iemand zou dat ding vast kunnen pakken. Niemand weet wat het is.
4. Het proces-verbaal van verhoor verdachte van de Regiopolitie Hollands-Midden, d.d. 30 oktober 2011, onderzoek 161 Orion, 3de verhoor verdachte [verdachte] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven -:
als de op 30 oktober 2011 tegenover opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van de verdachte (pag. 217-222 TGO 161 Orion Zaaksdossier):
Toen ik met [medeverdachte] [het hof leest: de verdachte [medeverdachte] ] naar die flitspaal liep, kwamen er wel meerdere auto’s langs. We zijn in de middenberm gaan wachten.
Als de bom aan die flitspaal was aangestoken en was geëxplodeerd, denk ik wel dat er scherven her en der wegspringen. Staalsplinters. Ik denk wel dat de scherven dwars door een auto heen gaan of in de auto blijven steken.
5. Het proces-verbaal van verhoor verdachte van de Politieregio Hollands-Midden, d.d. 3 november 2011, met proces-verbaalnummer PL1640/2011160765. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven -:
als de op 2 november 2011 tegenover opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [medeverdachte] (pag. 101-129 TGO 161 Orion Zaaksdossier):
Die 22 oktober 2011 op 23 oktober 2011 hebben [verdachte] en ik dat ding gemaakt en opgehangen. Toen ik terugfietste om hem aan te steken, stond er een auto bij. Ik ben toen weggefietst.
Wij zijn op 22 oktober 2011 naar Hellendoorn geweest. Ik denk dat wij omstreeks 24.00 uur weer terug waren in Voorschoten. Toen ik thuis was, zijn [verdachte] en ik dat ding gedurende de avond gaan maken.
Het idee om de flitspaal op te blazen speelde al wat langer. Wij besloten ’s avonds naar de flitspaal toe te gaan. We zijn erheen gereden met [verdachte] ’s auto.
[verdachte] vond het een mooi plan.
[verdachte] en ik namen dat ding, ducttape en een keukentrapje mee naar de flitspaal. Die trap en tape kwamen bij mij vandaan.
Ik had dat ding vast en [verdachte] dat trapje. Ik ben erop gaan staan en [verdachte] hield die trap vast. Ik heb dat explosief toen aan de paal bevestigd met dat plakband.
Ik wilde het explosief met een aansteker aansteken. Er zat een lont aan. Wij gebruikten een lang lont, omdat het dan eventjes duurt totdat het afgaat. Ik moest de tijd hebben om weg te gaan.
Het explosief was zelfgemaakt. Een metalen ding. Een ronde buis die dichtgemaakt was. Kruit in een dicht ding met een lontje. Je maakt eerst dat ding en als het uitgegloeid is, kan het kruit erin en dan een flinke klodder vet erop en de bout erin. Als het metaal op metaal wrijving geeft, dan kan dat fout gaan.
[verdachte] en ik samen hebben het explosief die avond gemaakt. Wij hebben zo’n acht Cobra’s in die buis gedaan.
Dat lont kwam van [verdachte] . Het explosief is bij mij binnen gemaakt. Het lassen in de schuur en het vullen in mijn huis.
Toen het explosief was geplaatst, gingen wij weg. Ik zou dan later teruggaan op de fiets. Met een fiets ben je zo weer weg.
Toen ik terug kwam bij de flitspaal, zag ik daar een auto met van die oranje lampen. Ik dacht toen: dat zal wel een politieauto zijn. Ik ben toen weer omgefietst en weggegaan. Op de vraag waarom ik toen niet naar de politieagenten ben toe gegaan om hen ervan in kennis te stellen dat dit mogelijk een zwaar explosief was en dat dit mogelijk kon ontploffen, antwoord ik: Ja, wat denk je zelf. Jongens neem mij maar mee voor de komende tien jaar?
Ik heb de pijpbom dichtgedraaid. Ik heb de bout op het explosief geplaatst nadat wij het kruit erin hadden gedaan, door deze erin te draaien met vet, met de hand. Om de bout erop te krijgen heb ik geen kracht nodig gehad. Als je kracht gaat zetten, heb je kans op wrijving en dat die klapt.
6. Het proces-verbaal van verhoor getuige van de politie Hollands-Midden, district Leiden en omstreken, team Leiden-Zuid, d.d. 23 oktober 2011, met proces-verbaalnummer PL1643 2011160765-2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven -:
als de op 23 oktober 2011 tegenover opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [getuige 1] (pag. 354-358 TGO 161 Orion Zaaksdossier):
Vannacht, 23 oktober 2011, reed ik rond 03.10 uur langs de flitspaal. Ik kwam uit Leiden en reed richting Voorschoten. Ik zag twee mannen staan op de kruising van de Voorschoterweg met de Leidseweg in Voorschoten. Ik zag dat die mannen op de middenberm stonden.
Ik zie dat ik de politie gebeld heb om 03.23 uur. Ik reed terug en kwam weer langs het kruispunt van de Voorschoterweg en de Leidseweg. Beide mannen stonden nu bij de flitspaal. Ik zag een soort keukentrapje. De man met de grijze sweater stond op de trap bovenop de boog. De andere man hield de trap vast.
Er reden meerdere auto’s op de terugweg, een stuk of vier à vijf.
7. Het proces-verbaal van verhoor getuige van de politie Hollands-Midden, divisie regionale opsporing, tactische opsporing, d.d. 23 oktober 2011, met proces-verbaalnummer PL1609 2011160765-22. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven -:
als de op 23 oktober 2011 tegenover opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [getuige 2] (pag. 406-408 TGO 161 Orion Zaaksdossier):
Afgelopen nacht, 23 oktober 2011, heeft [getuige 1] mij naar huis gebracht. Dat was na 3.00 uur. We draaiden de Voorschoterweg op. Op een gegeven moment heet deze weg de Leidseweg.
Toen we langs de flitspaal reden, zag ik dat er twee mannen in de middenberm stonden.
Ik zag toen dat er een taxi uit de tegengestelde richting kwam. Toen we verder reden op de Leidseweg, sloegen we linksaf. We moesten voorrang verlenen aan een tegemoet komende auto.
8. Het proces-verbaal van bevindingen van de politie Hollands-Midden, district Leiden en omstreken, team Leiden-Zuid, d.d. 23 oktober 2011, met proces-verbaalnummer PL1643 2011160765-13. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven -:
als relaas van een opsporingsambtenaar (pag. 474-475 TGO 161 Orion Zaaksdossier):
Ik was op 23 oktober 2011 op de Voorschoterweg te Voorschoten. Er kwam een man naar mij toe, die verklaarde te zijn: [getuige 3] . Hij verklaarde mij het volgende:
“Ik was in de nacht van zaterdag 22 oktober 2011 op zondag 23 oktober 2011 vanuit Voorschoten onderweg naar huis in mijn auto. Ik reed om 03.15 uur op de Leidseweg komende uit de richting van Voorschoten. Ik zag op dat moment twee personen bij de flitspaal op de kruising van de Voorschoterweg en de Leidseweg.
Ik zag een ladder tegen de flitspaal staan. Een persoon stond op de ladder. Ik zag een tweede persoon staan. Deze persoon hield de ladder vast waar de eerste persoon op stond”.
9. Het proces-verbaal van bevindingen van de politie Hollands-Midden, district Leiden en omstreken, team Leiden-Zuid, d.d. 23 oktober 2011, met proces-verbaalnummer PL1643 2011160765-4. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven -:
als relaas van opsporingsambtenaren (pag. 469-470 TGO 161 Orion Zaaksdossier):
Op 23 oktober 2011 omstreeks 03.30 uur hoorden we dat er op de Voorschoterweg te Voorschoten een voorwerp was aangetroffen dat vermoedelijk een explosief zou zijn. Beiden gingen we ter plaatse. Daar zagen we een zogenaamde flitspaal staan waaraan een voorwerp was vastgeplakt. We overlegden of we dit voorwerp zelf zouden verwijderen. De commandant van het E.O.C. [het hof leest: de EOD], [slachtoffer 2], adviseerde het voorwerp te behandelen als een gevaarlijk explosief. We kregen het advies om de plek ruimschoots af te zetten. We zetten met afzetlint een straal van honderd meter af.
Inmiddels was het E.O.C. ter plaatse gebracht.
10. Het proces-verbaal van bevindingen van de politie Hollands Midden, district Leiden en omstreken, team Leiden-Noord, d.d. 23 oktober 2011, met proces-verbaalnummer PL1641 2011160765-5. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven –
als relaas van opsporingsambtenaren (pag. 471-473 TGO 161 Orion Zaaksdossier):
Op 23 oktober 2011, omstreeks 07.10 uur, kwamen wij, verbalisanten, aan op de kruising van de Voorschoterweg met de Leidseweg. Aldaar was de nachtdienst belast met een aantal afzettingen in verband met een aangetroffen explosief op een flitspaal op de voornoemde kruising. Drie medewerkers van het Explosief Opruimings Commando en een medewerker van de Forensische Opsporing waren op dat moment bezig het explosief te ontmantelen en klaar te maken voor transport.
Net op het moment dat wij terug wilden lopen naar ons surveillancevoertuig, zagen wij een enorme lichtflits. Deze flits werd gevolgd door een enorme knal. Vervolgens zagen wij een enorme witkleurige rookpluim vanaf de plaats waar de medewerkers van het Explosief Opruimings Commando hadden gestaan, vandaan komen. Kort hierop hoorden wij iemand enorm krijsen. Hierop zijn wij meteen naar de plaats gerend waar de explosie vandaan was gekomen. Aldaar aangekomen zagen wij drie personen op de grond liggen. Twee van hen lagen op het asfalt van de weg en de derde persoon lag in de middenberm. Wij zagen dat dit één van de medewerkers van het Explosief Opruimings Commando was. Wij zagen dat de rechterhand van deze persoon bijna geheel van zijn arm was geslagen. De rechterhand dan wel een gedeelte dat nog over was van zijn rechterhand, hing aan een stuk vel aan zijn onderarm. De rechterhand zelf miste een aantal vingers en was behoorlijk beschadigd. Tevens zagen wij dat beide ogen van deze persoon opgezwollen waren en vol bloed en metaalsplinters zaten. Genoemd persoon antwoordde dat hij [slachtoffer 1] heette. [slachtoffer 1] klaagde over hevige pijn in zijn rechterhand en aan zijn rechterknie. Tevens zei [slachtoffer 1] dat hij niets meer zag en dat hij last van zijn oren had.
Wij hoorden [slachtoffer 1] zeggen dat de ontsteking inmiddels al uit het explosief was verwijderd en dat hij bezig was het kruitachtige poeder uit de staaf aan het leegschudden was. [slachtoffer 1] vertelde dat bijna al het poeder uit de staaf door hem verwijderd was toen het plotseling in zijn hand explodeerde.
Gewond: [slachtoffer 1]
Gewond: [slachtoffer 2]
Gewond: [slachtoffer 3] .
11. Het proces-verbaal van verhoor getuige van de regiopolitie Hollands-Midden, d.d. 3 november 2011, onderzoek 161Orion. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven -:
als de op 3 november 2011 tegenover een opsporingsambtenaar afgelegde verklaring van [slachtoffer 2] (pag. 437-444 TGO 161 Orion Zaaksdossier):
Mijn verwondingen zijn dat het trommelvlies aan mijn linkeroor helemaal weg is en daaraan moet ik geopereerd worden. Mijn rechteroor heeft nog een kwart trommelvlies en daarvan verwachten ze dat dit natuurlijk zal herstellen. Afgelopen donderdag heb ik een ogentest gehad en dat was nu weer helemaal goed. Ik had last van mijn ogen. Het was alsof er grind in mijn ogen werd gegooid en er vervolgens op mijn ogen werd getapdanst. In het ziekenhuis zijn er kruitresten uit mijn oog verwijderd en later ook uit de rest van mijn gezicht.
Binnen de Explosieven Opruimingsdienst (verder EOD) ben ik werkzaam als ploegcommandant.
Op 23 oktober 2011 vertelde [slachtoffer 1] [het hof begrijpt: [slachtoffer 1] ] mij dat er een IED (improvised explosive device) op een flitspaal in Voorschoten was gebonden. De IED was vastgetapet op een flitspaal.
Ik heb de IED losgesneden en op de tevoren afgesproken plek neergelegd. Mijn volgende stap was het lont te scheiden van de hoofdlading. Ik trok het lont zachtjes uit de behuizing. Het lont had een lengte van 1 meter en 9 cm. Op dat moment is het ontstekingsmiddel van de lading gescheiden.
Ik heb de behuizing op de grond gelegd. Alles had ik op een vuilniszak gelegd die ik van tevoren al op de weg had klaargelegd. Omdat alle componenten gescheiden waren, ben ik eerst met [slachtoffer 1] naar voren gelopen. Wij stonden daar zonder beschermende kleding.
Toen [slachtoffer 1] mij het NFI-kistje en het monsterpotje had gebracht, kwam ook de man van de FO mee die daar diverse foto’s heeft gemaakt. Vervolgens heb ik een monster vanuit de hoofdlading in het monsterpotje gedaan. Omdat ik het NFI-kistje niet open kreeg, vroeg ik aan [slachtoffer 1] of hij de hoofdlading vervoersveilig wilde verpakken.
12. Het proces-verbaal van verhoor getuige van de Koninklijke Marechaussee, District West, Brigade Recherche & Informatie, Onderzoek Orion, d.d. 10 november 2011. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven -:
als de op 10 november 2011 tegenover een opsporingsambtenaar afgelegde verklaring van [getuige 4] (pag. 445-448 TGO 161 Orion Zaaksdossier):
Op 23 oktober 2011 arriveerden wij in Voorschoten.
Ik zag dat [slachtoffer 2] [het hof begrijpt: [slachtoffer 2] ] het object van de flitspaal verwijderde en op het wegdek neerlegde.
[slachtoffer 2] heeft het object in losse componenten uiteen gehaald en de losse componenten op de vuilniszak gelegd.
Op een gegeven moment hoorde ik een zware explosie.
Ik zag dat er drie gewonden waren, namelijk de TR rechercheur, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] [het hof begrijpt: [slachtoffer 1] ].
Ik rende naar [slachtoffer 1] en zag direct dat het met zijn rechteronderarm/-hand zeer slecht gesteld was. Ik zag dat [slachtoffer 2] aangezichtsletsel had.
13. Het proces-verbaal van aangifte van de politie Hollands-Midden, district Duin- en Bollenstreek, team opsporing, d.d. 7 november 2011, met proces-verbaalnummer PL1610 2011168925-1. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven -:
als de op 7 november 2011 tegenover een opsporingsambtenaar afgelegde verklaring van [slachtoffer 3] (pag. 36-38 TGO 161 Orion Zaaksdossier):
Ik ben werkzaam bij de forensische opsporing van de politie Hollands Midden.
Op 23 oktober 2011 omstreeks 05.30 uur werd ik in kennis gesteld van het aantreffen van een explosief op een flitspaal te Voorschoten.
Ter plaatse bleek dat op de Voorschoterweg, nabij de kruising met de Leidseweg, op een flitspaal een explosief was aangebracht. Personeel van de EOD was op dat moment nog bezig met het onschadelijk maken van het explosief.
Ik kreeg van een personeelslid van de EOD toestemming om de plaats waar het explosief lag te benaderen om sporen veilig te stellen.
Omdat de EOD een monster van de kruitlading wilde veiligstellen, werd in een glazen potje een hoeveelheid kruit opgevangen. Vervolgens werd door hun besloten om de kruitlading uit de metalen pijp te verwijderen. Ik heb een plastic zak uit mijn auto gehaald waarin het kruit werd opgevangen. Ik zag dat de medewerker de pijp met de vulopening naar beneden in de plastic zak hield, zodat het kruit in de zak werd opgevangen.
Ik ben naar het midden van het wegdek gelopen, vermoedelijk om nog een overzichtsfoto te maken. Op het moment dat ik mij omdraaide in de richting van de medewerker van de EOD die het kruit aan het verwijderen was, volgde er een enorme explosie. Ik zag een grote vuurbal en hoorde een enorme knal. Ik voelde een drukgolf op mijn lichaam.
In de loop van de dag zijn mijn ogen onderzocht. Bij dit onderzoek bleek dat ik lichte schaafwondjes had op het netvlies van mijn ogen. Omdat ik last had van oorsuizen zijn mijn oren onderzocht. Op 23 oktober 2011 werd ik ontslagen uit het ziekenhuis. Tot en met 30 oktober 2011 ben ik thuis geweest. Op 31 oktober ben ik weer aan het werk gegaan.
Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.
14. Het proces-verbaal van verhoor getuige van de politieregio Hollands-Midden, onderzoek 161Orion, d.d. 26 januari 2012. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven -:
als de op 11 januari 2012 tegenover een opsporingsambtenaar afgelegde verklaring van [slachtoffer 1] (pag. 553-569 TGO 161 Orion Procesdossier Aanvullend zaaksdossier):
Het zichtbare van de lichamelijke schade die ik als gevolg van de explosie heb opgelopen is mijn hand, die is eraf. Daarnaast mijn ogen. Mijn rechteroog is geopereerd. Het hoornvlies was als een bananenschil uit elkaar gereten. Die hebben ze op achttien plekken gehecht. Maar er loopt een hechting door mijn pupil heen, vandaar dat ik maar maximaal 25% zicht kan krijgen. In mijn linkeroog was het zicht naar 80% gezakt, maar die klimt langzaam weer naar voren. Ik kan in mijn ogen geen licht verdragen. Ik heb ook letsel opgelopen als gevolg van de kracht die vrij is gekomen bij de explosie.
Ik ben ploegcommandant bij de EODD en ingedeeld bij het IED-peloton.
Omstreeks 04.15 uur ging de telefoon en kwam de melding van de politie Hollands Midden dat er een verdacht pakket op een flitspaal was gezien en dat er twee jongens met een trapje bij de flitspaal stonden.
Ik was tweede man. [slachtoffer 2] [het hof begrijpt: [slachtoffer 2] ] heeft de eerste benadering gemaakt in zijn bompak. Hij heeft foto’s gemaakt van het IED op de paal, is teruggekomen en heeft met mij overlegd wat te doen. Er kwam een lont uit van 109 cm lengte. [slachtoffer 2] heeft het pakketje losgesneden van de flitspaal en in bompak eraf gehaald en op de weg neergelegd. Vervolgens heeft hij röntgenfoto’s gemaakt om te kijken wat er in de pijpbom zat. Maar toen zagen we nog niks en toen zei ik tegen [slachtoffer 2] : “Ik denk dat het helemaal volgestopt zit met kruit en dat er verder niets in zit”. Op een gegeven moment waren we door de pijp heen en zagen we geen componenten zitten. [slachtoffer 2] zei toen dat hij een handopening zou gaan doen.
Uiteindelijk lag het IED bloot. In dit geval zat er alleen kruit in. De handopening was snijden, losmaken, ontleden en openen.
[slachtoffer 2] is naar voren gegaan en die heeft het kruit in een forensisch tasje leeggeschud.
Het kruit is allemaal uit de pijp gehaald. De ontsteker en het lont zijn ook verwijderd. [slachtoffer 2] zei: “Ga even naar voren, kijk of die goed leeg is”. Dan ben je zelf een beetje aan het bewegen met die pijp en dan komt er toch wel wat uit. Toen kwam er toch nog wel kruit uit. Er zat geen ontsteker meer in, dus je gaat een beetje op en neer met die pijp en boven die zak komt er nog wat uit.
Ik ging de pijp overdragen aan de politie. Uiteindelijk wil de politie het hebben voor sporen.
[slachtoffer 2] was bezig de samples te verpakken voor de politie.
De kistjes worden verzegeld door de politieagent ter plaatse. Wij mogen het als enige vervoeren en naar onze bunker brengen en van daaruit gaat het naar het NFI.
Ik weet nog, toen ik het in mijn hand had… Toen schudde ik en kwam er inderdaad nog meer kruit uit lopen. Ik kreeg toen van de FO’er een ander zakje en toen was ik aan het schudden en voor mijn gevoel kwam er best nog wat kruit uit. Toen zei die: “Ik maak ook nog een foto” en dat was mijn laatste moment. Ik had het IED vast bij het gelaste gedeelte. Ik voelde die pijp.
15. Een geschrift, zijnde een medische verklaring van het Leids Universitair Medisch Centrum, opgemaakt door drs. M.B. de Jong, chirurg, inhoudende medische informatie/ letselbeschrijving betreffende [slachtoffer 1] , d.d. 8 december 2011. Dit geschrift houdt onder meer in – zakelijk weergegeven - (pag. 34-35 TGO 161 Orion Zaaksdossier):
Op 23 oktober 2011 presenteerde bovengenoemde patiënt zich op onze spoedeisende hulp nadat hij bij het ontmantelen van een bom gewond was geraakt aan zijn rechterarm en oog.
Uitwendig waargenomen letsel:
Deels weggeslagen rechterhand met blootliggende botten tot aan distale eenderde van de onderarm, 2 vingers worden separaat aangeleverd.
Overige van belang zijnde informatie:
Gezien het ernstige weke delen letsel en de afwezigheid van grote stukken waren er geen reconstructiemogelijkheden meer. Daarom werd besloten de onderarm op 7 cm. van het gewricht te amputeren.
16. Een geschrift, zijnde een medische verklaring van het Militair Revalidatie Centrum Aardenburg, opgemaakt door de kolonel-arts A. van der Meer, revalidatiearts, inhoudende medische informatie/ letselbeschrijving betreffende [slachtoffer 1] . Dit geschrift houdt onder meer in – zakelijk weergegeven -:
Op 28 november 2011 zag ik bovengenoemde patiënt.
Reden van verwijzing: traumatische amputatie van rechterhand.
Anamnese: op 23 oktober 2011 explodeerde een bom die betrokkene en zijn collega aan het ontmantelen waren. In het LUMC heeft men nog geprobeerd de rechterhand te reconstrueren, maar een amputatie was onvermijdelijk. Naast zijn rechterhand was er ook oogletsel.
Conclusie: traumatische onderarm amputatie rechts en oogletsel na explosietrauma d.d. 23 oktober 2011.
17. Een geschrift, zijnde een medische verklaring van het Leids Universitair Medisch Centrum, opgemaakt door drs. P.A. van Luijt, chirurg, inhoudende medische informatie/ letselbeschrijving betreffende [slachtoffer 2] , d.d. 9 december 2011. Dit geschrift houdt onder meer in – zakelijk weergegeven - (pag. 570-571 TGO 161 Orion Procesdossier Aanvullend zaaksdossier):
Uitwendig waargenomen letsel: verschroeide wenkbrauwen, wimpers, hoofdhaar. Schaafwonden ter hoogte van borst en gelaat. Beiderzijds trommelvliesperforatie, met links gehoorverlies. Eerstegraads brandwonden aan de oogleden en bdz cornea erosies.
Datum waarop voorgenoemde persoon werd onderzocht: 23 oktober 2011.
18. Een deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, met zaaknummer 2011.10.24.156, aanvraagnummers 001 en 002 en politieregistratienummers PL1609 2011160765-24 TGO 161 Orion, d.d. 22 november 2011, opgemaakt en ondertekend door ing. H. Woortmeijer, als deskundige explosies en explosievenonderzoek verbonden aan het NFI. Dit rapport houdt onder meer in - zakelijk weergegeven – (pag. 194-216 TGO 161 Orion Forensisch dossier):
als relaas van deze deskundige:
Ten aanzien van de onderzoeksmaterialen [AACX4735NL en AACX4737NL] werden de volgende vragen gesteld:
Is het aangeboden materiaal een explosieve stof en zo ja, welke stof is het?
Valt de stof onder de Wet wapens en munitie?
Ten aanzien van het onderzoeksmateriaal [AACX4735NL] werden tevens de volgende vragen gesteld:
Zijn er in de buis residuen van explosieve stoffen aanwezig en zo ja, welke stoffen zijn dit geweest?
Kan iets gezegd worden over de uitwerking en gevaarzetting van een intact zijnde IED?
Onderzoeksmateriaal [AACX4735NL] omschreven als ‘Buis (IED)’ betrof een vermoedelijk verzinkte ijzeren koker. Aan één zijde was de koker voorzien van een moer die erop was gelast. Aan de andere zijde was de koker open en was er een metalen constructie met een U-vormige rand opgelast. Tijdens het visuele onderzoek viel er korrelig materiaal uit de metalen koker. Dit materiaal is verzameld voor chemische analyse. Daarnaast is de binnenzijde van de koker bemonsterd.
Onderzoeksmateriaal [AACX4737NL] omschreven als ‘Plakband vanaf de flitskast/buis betrof een grijs ducttape met daaraan verkleefd stukjes lichtgeel papieren tape. Het lichtgele papieren tape betrof drie stukjes over elkaar geplakt tape. Op alle drie de stukjes bevond zich wat grijs materiaal. Het stukje met visueel het meeste grijze materiaal is veiliggesteld voor explosievenonderzoek naar de samenstelling van het grijze materiaal.
In het grijze materiaal op de tape [AACX4737NL] zijn met XRD kaliumperchloraat, aluminium en zinkoxide gemeten. Van kaliumperchloraat zijn mij geen toepassingen bekend in metalen of metaallegeringen, zoals het materiaal van de koker [AACX4735NL]. Wel is het een bekende component van explosieve ladingen, vooral in zogenaamde pyrotechnische stoffen. Wanneer kaliumperchloraat wordt gebruikt in pyrotechnische stoffen fungeert dit als zogenaamde oxidator. Er is dan tevens een zogenaamde reductor (brandstof) nodig. Het eveneens met XRD gemeten aluminium ligt hiervoor het meest voor de hand.
Aangezien het stuk tape zich oorspronkelijk over de pijpopening bevond en er een visueel waarneembare hoeveelheid grijs materiaal op de tape is aangetroffen, ligt het voor de hand dat het grijze materiaal afkomstig is van de oorspronkelijke lading en/of de pijp.
Een pyrotechnische stof is een stof of (meestal) een mengsel van twee of meer stoffen die samen een (explosief) brandbaar materiaal vormen. De mengsels bestaan in ieder geval uit een stof die dient als brandstof (reductor) en een stof die dient als zuurstofleverancier (oxidator). Een voorbeeld van een pyrotechnische stof is aluminium met kaliumperchloraat: flitskruit.
Het voorgaande overziend is er in elk geval een lading aanwezig geweest op basis van kaliumperchloraat en aluminium.
Reconstructie
Op basis van de verkregen informatie en de verkregen digitale foto’s en röntgenfoto’s van de EOD, is te zien dat de oorspronkelijke constructie zowel aan de voorzijde als de achterzijde dicht was.
Op basis van met name de analyseresultaten betrof de lading hoofdzakelijk een flitspoeder op basis van kaliumperchloraat en aluminium.
Uitwerking en gevaarzetting
Indien bij een intacte constructie de explosieve lading tot ontbranding wordt gebracht, zal de metalen constructie door de explosieve verbranding van de lading en de zeer snelle drukopbouw vrijwel zeker verscherven en een zeer luide knal veroorzaken. Hierbij ontstaat gevaar voor ernstig tot dodelijk letsel voor personen in de nabije omgeving (tot circa 10 meter) en ontstaat gevaar voor lichamelijk letsel, zoals oog- en gehoorschade voor personen in de omgeving (tot circa tientallen meters).
In de onderzochte extracten van de onderzoeksmaterialen [AACX4735NL] en [AACX4737NL] zijn ionen aangetoond die vermoedelijk afkomstig zijn van pyrotechnische mengsels op basis van kaliumperchloraat. Het onderzochte grijze materiaal van onderzoeksmateriaal [AACX4737NL] betreft vrijwel zeker een pyrotechnisch mengsel op basis van kaliumperchloraat en aluminium.
Door de toepassing van pyrotechnische stoffen in een metalen koker, zoals gereconstrueerd, waarbij de metalen constructie zal verscherven bij een eventuele explosieve verbranding van de lading in de constructie, is de constructie voorzien van de explosieve lading te plaatsen onder de WWM. Dit wordt mede versterkt door de wijze van aantreffen van de oorspronkelijke constructie, namelijk vastgetaped op een flitskast. Hierdoor is de oorspronkelijke metalen constructie voorzien van de explosieve lading aan te merken als een “voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing” zoals bedoeld in de Wet wapens en munitie in artikel 2, lid 1, categorie II. 7e.
19. Een geschrift, zijnde (de vertaling van) een deskundigenrapport van het Forensic Explosives Laboratory te Kent (Groot-Britannië), met referentie FEL/066/12, betreffende strafrechtelijk onderzoek in de zaak met nummer PL 1620 2011160765 en incidentdatum 23 oktober 2011, ongedateerd, opgemaakt en ondertekend door de deskundige A.M. Mansfield. Dit geschrift houdt onder meer in - zakelijk weergegeven –:
Door het arrondissementsparket te Den Haag werd een verzoek ingediend bij het Forensic Explosives Laboratory om een aanvullend forensisch onderzoek uit te voeren met betrekking tot een incident dat plaats heeft gevonden in Voorschoten op 23 oktober 2011. Een geschreven rapport, gedateerd 22 november 2011, dat door het Nederlands Forensisch Instituut was opgemaakt, werd bij dit laboratorium ontvangen van de Nederlandse politie.
Ik heb het rapport gelezen en ben het eens met de vermelde analyse, bevindingen en conclusies. De resultaten van de chemische analyse tonen aan dat de buis hoogstwaarschijnlijk een potassiumperchloraat bevatte en een op aluminium gebaseerd materiaal dat bekend is als flitspoeder. Flitspoeder is een zeer krachtig laagexplosief materiaal dat snel ontbrandt. Indien flitspoeder bijvoorbeeld in een zware metalen buis wordt gestopt en het wordt aangestoken, zou er een zeer snelle explosieve verbranding plaats kunnen vinden.
Het is mijn ervaring dat wanneer een pyrotechnische samenstelling zoals flitspoeder opgesloten zit in een zwaar metalen buis en wordt ontstoken, het zeer krachtig zal exploderen. Het zou waarschijnlijk zijn dat de metalen buis zou scheuren waarbij fragmenten in het rond zouden vliegen, hetgeen zou resulteren in zware verwondingen of de dood van personen die zich dicht in de buurt zouden bevinden.
20. Een geschrift, zijnde (de vertaling van) een aanvullend deskundigenrapport van het Forensic Explosives Laboratory te Kent (Groot-Britannië), met referentie FEL/066/12 en zaaknummer PL 1620 2011160765 en incidentdatum 23 oktober 2011, d.d. 15 augustus 2012, opgemaakt en ondertekend door de deskundige A.M. Mansfield. Dit geschrift houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:
Het Forensic Explosives Laboratory bereikte een aanvullend verzoek om forensisch onderzoek te verrichten aan de hand van fysieke zaken die ter plekke waren verzameld. Er werden bij dit laboratorium bewijsstukken ontvangen van de Politie Hollands Midden.
AACX4735NL bestaat uit een zilverkleurige metalen buis.
Aan de binnenzijde van de buis bevindt zich een grijskleurig poederachtig residu. Chemische analyse van deze grijskleurige afzetting en van een spoeling met water van de binnenzijde van de buis wijst op de aanwezigheid van chemische stoffen die overeenkomen met een toegepast mengsel van buskruit en flitspoeder. Dit laag-explosieve mengsel is gevoelig voor afgaan als gevolg van een vonk, hitte, een vlam, wrijving en een schok.
Op grond van mijn onderzoek van de ingediende zaken en de informatie verstrekt in de processen-verbaal en de foto’s ben ik van mening dat AACX4735NL bestanddelen bevat van een geïmproviseerde bom, beter bekend als een pijpbom.
Geïmproviseerde bommen zijn van nature gevaarlijk en kunnen zich onvoorspelbaar gedragen. Echter, een pijpbom gevuld met een mengsel van voor handelsdoeleinden vervaardigd buskruit en flitspoeder komt naar mijn mening niet spontaan tot ontsteking. Om af te gaan is er voor een pijpbom van dit type een of andere vorm van fysieke stimulus vereist.
21. Het proces-verbaal van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank ’s-Gravenhage, ongedateerd, met parketnummer 09/754219-11. Dit proces-verbaal houdt onder meer in –zakelijk weergegeven-:
als de op 12 april 2012 tegenover deze rechter-commissaris afgelegde verklaring van de deskundige M.A.A. Kool:
Ik ben lid geweest van de commissie die het intern onderzoek [het hof begrijpt: bij de EOD] heeft gedaan.
U vraagt mij of ik iets kan zeggen over wat er met zo’n ijzeren pijp gebeurt als zo’n bom tot ontploffing komt. Het is een stalen pijp en in die pijp vindt een verbranding plaats. Er kunnen dan stukken staal door de omgeving vliegen en die kunnen zeer ernstige verwondingen toebrengen aan personen die binnen een straal van 150 meter lopen.”