ECLI:NL:HR:2009:BG1653
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest brandstichting wegens onvoldoende bewijs levensgevaar bewoners
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk stichten van brand in een bedrijfspand met daarboven gelegen een woning. Het hof had geoordeeld dat levensgevaar voor de in de woning verblijvende personen te duchten was.
De Hoge Raad stelt dat levensgevaar in het kader van art. 157 Sr Pro niet zonder meer kan worden aangenomen wanneer de brand is gesticht in een woning of behuizing die tot menselijke bewoning dient, tenzij uit wettige bewijsmiddelen blijkt dat het levensgevaar naar algemene ervaringsregels voorzienbaar was. Cruciaal is dat de bewoners zich op het moment van de brand in de woning bevonden.
In deze zaak ontbrak bewijs dat de bewoners daadwerkelijk aanwezig waren tijdens de brand. De bewezenverklaring dat levensgevaar voor hen te duchten was, is daarom niet met redenen omkleed en voldoet niet aan de wettelijke eisen. De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het betreft het tenlastegelegde en de strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Het arrest bevat uitgebreide bewijsstukken, waaronder tapgesprekken, verklaringen van betrokkenen, verkeersgegevens van mobiele telefoons en politieprocessen-verbaal. De Hoge Raad benadrukt dat het niet relevant is of de dader het gevaar zelf heeft voorzien, maar dat het gevaar naar algemene ervaringsregels voorzienbaar moet zijn geweest.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van levensgevaar voor bewoners en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.